Asbestweduwen waren procedure moe; "Het ging ons niet om het geld. We wilden een schuldbekentenis'

GOOR, 19 MAART. Er zijn enkele gebieden in Nederland waar mesotelioom, een dodelijke aandoening aan de longen, veel voorkomt. Rotterdam en Vlissingen horen daarbij. Maar ook Goor komt in het rijtje voor. Die steden hebben gemeen dat ze bedrijven huisvesten waar in het verleden veel asbest is verwerkt. Rotterdam en Vlissingen hebben hun scheepswerven en Goor heeft Eternit, waar sinds de jaren veertig honderden miljoenen vierkante meters asbesthoudende golfplaten zijn geproduceerd. “Op het totaal van de honderd patiënten die we hier jaarlijks krijgen hebben er tien tot vijftien mesotelioom. Het landelijk percentage ligt op ongeveer drie procent”, zegt de Hengelose longarts E. ten Berge. “Wij scoren zo hoog, omdat Goor binnen onze regio valt. Het is wel duidelijk dat er een verband tussen Eternit en die ziektegevallen is.”

Wat Ten Berge aan de hand van de statistieken durft beweren, is juridisch evenwel een stuk moeilijker vast te stellen. Dat hebben drie weduwen van mannen die bij Eternit werkten, gemerkt. Sinds 1989 hebben ze geprocedeerd tegen Eternit om het bedrijf aansprakelijk te stellen voor de dood van hun echtgenoten. Een stierf aan mesotelioom, de twee anderen aan longkanker, waarvoor asbest ook verantwoordelijk kan zijn. Tweeëneenhalf jaar lang betwistten de advocaten van beide partijen elkaars rapporten en deskundigenverklaringen. Gisteren werd bekend dat er een schikking is getroffen tussen het bedrijf en de drie weduwen. Zij krijgen elk 15.000 gulden uitgekeerd. “Het ging ons niet om het geld. We wilden dat Eternit bekende dat ze schuld hadden”, zegt G. Meier, een van de drie vrouwen. “Voor ons hebben ze dat bij dezen gedaan.” Feitelijk spreekt de schikking evenwel niet van een schuldbekentenis, zoals mr. F.J. Rutgers namens Eternit bezweert. “De regeling is geen schulderkenning. De partijen hebben afgesproken het hier bij te laten.” Volgens Rutgers vonden de schadeverzekeraars nog langer doorprocederen vanwege de oplopende proceskosten “niet aantrekkelijk”. En hij geeft toe dat Eternit er ook publicitair baat bij had dat de zaak tot een eind kwam.

Ook de advocaat van de drie vrouwen, mr. J. de Wit, moet toegeven dat met deze schikking niet komt vast te staan of Eternit aansprakelijk gesteld kan worden voor de ziekten van de (ex-)werknemers. “Wat mij betreft waren we dan ook tot aan het bittere einde doorgegaan.” De Wit vindt de regeling vooral “aanvaardbaar”, omdat de weduwen te kennen hadden gegeven niet eindeloos door te willen procederen. “Ze wilden niet telkens opnieuw alle ellende oprakelen.” Het overeengekomen bedrag is, geeft hij toe, niet zeer hoog. “Zeker niet als je het afzet tegen wat in het buitenland gebeurt. Maar in Nederland wordt smartegeld wegens overlijden bijna niet toegekend. Het Nieuw Burgerlijk Wetboek stelt zelfs uitdrukkelijk dat bij overlijden geen smartegeld te claimen is.”

Voor De Wit blijft ondanks alles vaststaan dat Eternit niet altijd op de meest zorgvuldige wijze heeft gehandeld ten opzichte van haar werknemers in Goor. Het bedrijf heeft volgens hem niet adequaat gereageerd toen eind jaren 60 al bekend werd dat asbest kankerverwekkend was. “Eternit stelt dat het altijd alles heeft gedaan wat het kon. Daar blijven wij dus grote twijfels over houden.”

Nog in 1990 bleek uit een rapport van de Arbeidsinspectie dat in het Goorse bedrijf bepaald “slordig” werd omgesprongen met asbest. Er werden opengescheurde zakken asbest aangetroffen, asbeststof werd niet goed afgezogen, asbestcement werd opgeveegd met bezem en schop en er werd zelfs gegeten op de werkplek. De inspectie concludeerde dat er dus “onnodige blootstelling” plaatsvond. Volgens Rutgers houdt Eternit zich nu wel aan de normen. Het bedrijf, waar 340 mensen werken, zal medio 1993 zelfs helemaal overschakelen op asbestvrije produktie, stelt hij.

De Industriebond FNV denkt dat het nog wel enkele jaren zal duren voordat in Goor helemaal geen asbest meer verwerkt wordt. Maar de bond heeft wel vertrouwen in de omschakeling van het bedrijf. De weduwe Meier vertelt “dat in Goor nog heel wat weduwvrouwtjes van Eternit-werknemers rondlopen”, die dat liever eerder hadden zien gebeuren. Longarts Ten Berge denkt niet dat het percentage longziekten ten gevolge van blootstelling aan asbest in zijn regio nog meer zal toenemen, alhoewel de incubatietijd ervan tussen de 20 en 40 jaar ligt. “Ik zit hier nu acht jaar en het percentage is steeds hetzelfde. Een verdere toename zou gezien het verleden van het bedrijf al hebben moeten optreden.”