MENACHEM BEGIN (1913-1992); Zionistische romanticus

TEL AVIV, 9 MAART. Door zijn handtekening onder de Akkoorden van Camp David in september 1978 bezet Menachem Begin een onuitwisbare ereplaats in de Israelische geschiedenis. Hij kreeg er in december 1978 samen met zijn Egyptische vredespartner, president Anwar Sadat, de Nobelprijs voor de Vrede voor.

Met het opgeven van de hele Sinaï-woestijn in ruil voor vrede met Egypte meende hij op dat historische moment in Washington Israels greep op het historische joodse vaderland - Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) - voor eeuwig veilig te hebben gesteld. “De zon schijnt over het land van onze voorvaderen”, zei hij vanuit de Amerikaanse hoofdstad tot het Israelische volk. De Israeliërs begrepen deze codetaal van de charismatische leider van Likud. Zij voelden aan dat Begin ondanks aanvaarding van de Palestijnse bestuursautonomie in Camp David trouw was gebleven aan de ondeelbaarheidsgedachte van Erets-Israel, het Land van Israel.

Ter verdediging van dat ideaal verzette hij zich in 1948, op het gevaar van een burgeroorlog af, tegen het toen door David Ben Gurion aanvaarde delingsplan voor Palestina.

Vanuit dezelfde ideologische overtuiging lanceerde Begin in 1982 de Libanese oorlog om de PLO als politieke factor op het schaakbord in het Midden-Oosten te elimineren. De toenmalige minister van defensie, Ariel Sharon, had hem een snelle zege beloofd. Het Israelische leger liep echter in het Libanese moeras vast en dit Israelische militaire avontuur maakte een tragisch einde aan Begins politieke carrière.

Als getuige van de Holocaust kon de in 1913 in Polen geboren en gevormde Begin het snel oplopende aantal gesneuvelde Israelische soldaten in Libanon niet verdragen. Ook geschokt door de dood van zijn vrouw trok hij zich in 1983 abrupt uit de politiek en het openbare leven terug. In vrijwel volledig isolement scheen hij te willen boeten voor de Libanese oorlog. De vele vragen rondom dit militaire avontuur heeft hij nooit beantwoord.

Dit uitzonderlijke politieke einde van deze gentleman past bij zijn theatrale persoonlijkheid. Menachem Begin was een door het Europese nationalisme sterk beïnvloede zionistische romanticus. Die krachtige nationalistische impulsen maakten hem aan het hoofd van de verzetsorganisatie Irgun Zvai Leumi tot een meedogenloze bestrijder van het Britse mandaat over Palestina. Hij wees de door David Ben Gurion gewezen weg van geleidelijkheid en politieke matiging af.

Begin, die in 1942 naar Palestina kwam, liet zonder pardon in 1946 een vleugel van het Koning David Hotel in Jeruzalem opblazen, waarbij tientallen Britse militairen omkwamen. Zijn strijders worden ook verantwoordelijk gesteld voor de slachting in het Palestijnse dorp Deir Yassin tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog.

Met dezelfde impulsiviteit en emotie keerde hij zich tegen het besluit van zijn aartsvijand David Ben Gurion om Duitse herstelbetalingen te aanvaarden. Begin liet zelfs het Knesset-gebouw door zijn opgehitste volgelingen bestormen en met stenen bekogelen. Voor David Ben Gurion was Begin lang een terrorist, voor wiens Herut-partij en de communisten geen plaats was in een Israelische regering. Vlak voor het uitbreken van de Zesdaagse oorlog in juni 1967 werd de politieke legimiteit van Begin door zijn socialistische tegenstanders tenslotte erkend. Hij werd toen opgenomen als minister zonder portefeuille in de eerste regering van nationale eenheid die tot augustus 1970 standhield.

Niemand was meer verrast dan Begin zelf toen zijn Likudpartij in mei 1977 de algemene verkiezingen won. Het Israelische volk strafte toen de Arbeiderspartij af voor de blunders van de Grote Verzoendagoorlog in 1973 en de vele corruptieschandalen.

Als premier legde Begin onmiddellijk het accent op de ideologische nederzettingenpolitiek. “Er zullen veel Elon Moreh's (een joodse nederzetting in bezet gebied) komen”, zei hij. Met deze uitspraak gaf hij te kennen dat geen plaats in Judea en Samaria taboe was voor joodse kolonisten. Het Israelisch-Palestijnse conflict ging toen een nieuwe fase in, die na de Libanese oorlog culmineerde in de intifadah.

Menachem Begin heeft wegens zijn ideologische bezetenheid geen oog gehad voor de Palestijnse problematiek. Hij was in de allereerste plaats een begaafd demagoog, een hartstochtelijk parlementariër, maar ook een democraat in hart en nieren. Een man van schrijnende tegenstellingen, tijdens wiens premierschap op enkele uitzonderingen na een einde kwam aan het opblazen van Palestijnse huizen, aan het uitzetten van Palestijnen en aan martelingen.

Begin dacht in grote lijnen en mat zich, zonder kennis van zaken, ook oordelen aan over bij voorbeeld militaire kwesties. Juist in de wonderbaarlijke combinatie van politieke fantasie en realiteitsbesef lag zijn politieke kracht als staatsman. Er was visie voor nodig om in 1981 de Iraakse atoomreactor bij Bagdad te bombarderen, om de vrede met Egypte te sluiten. Als premier is Begin in de jaren 1977-1983 boven zichzelf uitgegroeid. In die jaren heeft hij het respect gekregen dat hem voordien werd onthouden.