Gouverneur wil snel duidelijkheid over Status Aparte

DEN HAAG, 7 MAART. De nieuwe gouverneur van Aruba, mr. O. Koolman, hoopt dat zijn land door een wijziging van het Koninkrijksstatuut snel zekerheid zal krijgen over het behoud van de banden met Nederland.

“Die zekerheid is van eminent belang voor het investeringsklimaat op Aruba. Buitenlandse investeerders weten nu wat ze aan ons hebben. Een stabiel politiek klimaat en een garantie van Nederland voor onze externe defensie, technische hulp en ontwikkelingssamenwerking. Ook voor een verdere groei van het toerisme zie ik de band met het Koninkrijk als heel belangrijk”, zegt Koolman.

Nederland streefde tot twee jaar geleden naar volkenrechtelijke onafhankelijkheid van Aruba en de Nederlandse Antillen. Aruba kreeg per 1 januari 1986 een meer autonome positie - de "Status Aparte' - binnen het Koninkrijk, op voorwaarde dat het eiland tien jaar later, in 1996, volledig onafhankelijk zou worden. In het Statuut werd daarvoor de datum van 1 januari 1996 vastgelegd. Maar bij de formatie van het derde kabinet-Lubbers, twee jaar geleden, werd het roer drastisch omgegooid. Op voorstel van minister Hirsch Ballin (Koninkrijkszaken) besloot Den Haag dat de twee rijksdelen in de West zo lang deel van het Koninkrijk mogen blijven uitmaken als ze zelf willen.

Nu moet de "fatale' datum van 1 januari 1996 weer uit het Statuut worden geschrapt, en daar is medewerking van de Nederlandse Antillen en Nederland voor nodig. “Op regeringsniveau bestaat daarover al overeenstemming”, zegt de gouverneur.

Maar de parlementen in Den Haag en Willemstad moeten er nog mee instemmen. Gezien de ambities van de meeste Antilliaanse eilanden om zich dezelfde positie als Aruba te verwerven, kan dat nog problemen opleveren. Vooral Curaçao, het grootste en belangrijkste eiland, hecht sterk aan een toekomstige Status Aparte. Koolman: “Ik hoop dat het schrappen van de onafhankelijkheidsdatum met medewerking van Curaçao realiteit wordt.”

Aruba zal zich zeker niet afzijdig van de Antillen opstellen, aldus de gouverneur. “We hebben een intensieve samenwerking bij de rechtspraak door ons gemeenschappelijk Hof van Justitie, de universiteiten van Willemstad en Oranjestad zijn nauw gelieerd, op cultureel gebied doen we veel samen en er is een vrijhandelszone tussen Aruba en de Antillen. Ook draagt Aruba zijn steentje bij in de financiële hulpverlening aan de kleine Antilliaanse eilanden, door middel van het Solidariteitsfonds. Het is de bedoeling dat er snel een wettelijke basis voor dat fonds en de verdeling van bijdragen tot stand komt.”

Koolman is 49 jaar en heeft een ambtelijke achtergrond. Als jong medewerker bij de belastingdienst volgde hij in zijn vrije tijd een studie rechten op de Universiteit van de Nederlandse Antillen, specialiseerde zich in het staatsrecht, werkte op het departement voor staatkundige structuur en was lid van diverse commissies die zich bezighielden met de voorbereiding van de Status Aparte. Omdat hij zich nooit met de Arubaanse politiek heeft ingelaten, was zijn kandidatuur voor het gouverneurschap onomstreden. “De politiek heeft mij nooit aangetrokken. Ik volgde het allemaal op de voet, maar voelde me meer thuis in een adviserende functie.”

Gouverneur Koolman is pas sinds enkele weken in functie en brengt zijn eerste werkbezoek aan Den Haag. In de rede die de nieuwe gouverneur vorige maand bij zijn plechtige installatie in het Arubaanse parlement hield, pleitte hij voor extra aandacht voor de mensenrechten en het milieubeleid, krachtige bestrijding van de drugshandel en drugsgebruik en de oprichting van een rehabilitatiecentrum voor verslaafden en ex-gedetineerden. Dat laatste acht hij dringend nodig omdat er op het eiland nauwelijks voorzieningen bestaan om mensen op te vangendie aan de zelfkant van de samenleving zijn geraakt en recidive te voorkomen. “Drugsverslaving is gelukkig nog geen ernstig probleem op Aruba, maar over het alcoholisme maak ik me wel grote zorgen”, aldus Koolman.

De vraag of hij Aruba nog eens geheel onafhankelijk ziet worden acht Koolman al op het randje van zijn werkterrein. “Dat is een zaak voor de politici, maar uiteindelijk is het een keuze die alleen het Arubaanse volk in een referendum zou kunnen maken.” Op het ogenblik bestaan er echter geen plannen voor een referendum.

Een gouverneur moet zijn onafhankelijkheid bewaren, legt Koolman uit. Hij is zowel vertegenwoordiger van de koningin als hoofd van de Arubaanse regering. Net als koningin Beatrix wordt hij wekelijks door de minister-president (N. Oduber) geïnformeerd over alle lopende zaken, maar een interessant verschil is dat deze gouverneur eens per drie maanden een "regeringsvergadering' uitschrijft die hij zelf voorzit. Daarin heeft hij een adviserende stem.

Over de economische ontwikkeling van Aruba is Koolman tevreden, al kampt het eiland met een tekort aan arbeidskrachten en een ernstig woningtekort. Na de sluiting van de grote Lago (Esso) raffinaderij in 1985 onstond er een hoge werkloosheid, maar binnen enkele jaren werden tientallen hotels uit de grond gestampt, nam het toerisme sterk toe en moest een toenemend beroep op buitenlandse arbeidskrachten worden gedaan. Sinds vorig jaar draait er weer een olieraffinaderij van Coastal Oil op het voormalige Lago-terrein. De overheidsbegroting vertoonde jarenlang een fors tekort, maar nu is er een overschot van 20 miljoen gulden.

Gouverneur Koolman hoopt dat zijn eiland niet alleen aantrekkingskracht uitoefent op meer toeristen, maar dat de voorspoedige economische ontwikkeling ook een flink aantal Arubanen in Nederland overhaalt tot remigratie. “Ze kijken natuurlijk of ze er beter van kunnen worden, of ze een baan en huisvesting kunnen krijgen. We hebben hard jonge mensen met een opleiding nodig. Aruba wil ze graag terug.”