Oostende station voor cocaïne uit Suriname; Surinaams leger opnieuw betrokken bij smokkel van drugs

BRUSSEL, 6 MAART. Een groep Surinamers heeft in 1990 en 1991 met een eigen luchtvaartmaatschappij cocaïne gesmokkeld van Suriname naar België. Met de vluchten van hun maatschappij Trans Caribbean Airlines (TCA) van Paramaribo naar het kleine vliegveld van Oostende werden zo de strenge controles omzeild die vluchten uit Suriname in Nederland ten deel vallen.

Dit beeld schetste de procureur des konings J. Steppe gisteren voor de correctionele rechtbank in Brussel. Tegen de directeur en eigenaar van TCA, de 49-jarige in Maarssenbroek wonende Surinamer Arnie R., en tegen de vracht-coördinator van TCA, de 34-jarige Surinamer Randolph A. uit Amsterdam, eiste de officier van justitie gevangenisstraffen van respectievelijk tien en acht jaar.

Justitie acht bewezen dat de twee mannen verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van 275 kilo cocaïne naar België op 1 maart vorig jaar. De drugs zaten verstopt in een partij door TCA vanuit Suriname aangeleverde gedroogde vis. Nog drie andere Surinamers worden in verband met deze zaak door de Belgische Justitie gezocht. Onder hen is de in Nederland wonende Glen, zoon van Johan Kraag die tot vorig jaar president was in Suriname.

Dat het door TCA vanaf juni 1990 georganiseerde personenvervoer slechts een dekmantel was voor de smokkel van drugs, blijkt volgens de officier van justitie uit de wijze waarop de verdachten uiteindelijk tegen de lamp liepen. Een uur voor het vertrek van de sterk vertraagde vlucht kregen vijftien passagiers op de luchthaven in Paramaribo te horen dat ze niet meekonden. Voor hen in de plaats kwam de partij vis waarmee de maximale ladingscapaciteit was bereikt.

Het merkwaardige optreden bij het laden van de goederen kwam aan het licht doordat de piloot van de Boeing 707 de zaak niet vertrouwde en de autoriteiten in België tipte. De piloot is in dienst van het Belgische bedrijf European Air Lift (EAL), de maatschappij die het toestel aan TCA had verhuurd. EAL had voor vertrek zelfs gedreigd het toestel leeg te laten terugvliegen omdat TCA de financiële verplichtingen niet na kwam.

De verdachten ontkennen elke betrokkenheid bij de smokkel. Ze geven toe dat verdachte Randolph met de lease-auto van TCA de partij vis bij de luchthaven kwam ophalen maar zeggen niet te hebben geweten dat er cocaïne tussen zat. Rechter P. Vernimmen - die op 3 april vonnis wijst - noemde het gisteren evenwel “een financieel eigenaardige operatie” dat TCA de voorkeur gaf aan het verdienen van 2.000 gulden vrachtkosten voor de vis in plaats van een omzet van zo'n 15.000 gulden aan vliegtickets.

De procureur hecht geen waarde aan de ontkenningen. Hij hield de rechtbank voor dat het uiterst onaannemelijk is dat “een drugsorganisatie een enorm fortuin aan drugs in handen geeft van twee onschuldige mensen”.

Uit de strafzaak blijken volgens justitiële bronnen omstandigheden die sterk overeenkomen met gegevens zoals die eerder naar voren kwamen bij de behandeling van Surinaamse drugszaken in Nederland. Het bevestigt hun indruk dat er in Suriname zo'n enorme hoeveelheid cocaïne ligt opgeslagen dat handelaren elke mogelijkheid aangrijpen om vanuit het geïsoleerde Suriname drugs te versturen. Een bedrijfsrisico van in dit geval ruim vijftig miljoen gulden wordt snel voor lief genomen.

Ook blijkt in deze zaak opnieuw de betrokkenheid van Surinaamse militairen. De bedrijfsleider van EAL heeft tegenover de politie verklaard dat Arnie zou hebben gedreigd met acties van zijn “Surinaamse militaire vriendjes” indien EAL het vervoer van passagiers uit Paramaribo zou weigeren. In het dossier zit ook een verklaring van de Belgische ambassade in Caracas (Venezuela) waarin staat dat een aantal militairen betrokken was bij het drugstransport.

Die laatste verklaring greep de advocaat van Arnie, de Haagse strafpleiter G. Spong, aan om juist de onschuld van zijn cliënt aan te tonen. Arnie R. wordt daarin namelijk in tegenstelling tot andere verdachten niet met name genoemd. Spong verklaarde ook dat zijn cliënt in het verleden de autoriteiten op de luchthaven van Oostende regelmatig heeft gevraagd zijn vluchten goed te controleren. Er zijn namelijk herhaaldelijk drugs aangetroffen in de door TCA aangevoerde bagage. De advocaat zei dat het van “pure zelfmoord” zou getuigen als zijn cliënt om dergelijke controles vraagt als hij zelf drugs verstuurt.

Mocht de rechtbank niet overtuigd zijn van de onschuld van Arnie dan wil Spong dat een onderzoekscommissie van de rechtbank in België een aantal mensen in Suriname ondervraagt onder wie de hoofdinspecteur van politie Santokhi. In het dossier zitten een aantal belastende verklaringen die Santokhi in Suriname heeft opgesteld en die hij aan de rijkswacht heeft gegeven. Spong wil met een commissie mee naar Suriname om zelf vragen te kunnen stellen. Een dergelijke reis is moeilijk te organiseren omdat Suriname net als met Nederland geen rechtshulpverdrag heeft met België.

Als Spong niet in de gelegenheid is getuigen vragen te stellen, dan is er volgens hem niet voldaan aan het volgens Europese rechtspraak vereiste criterium dat de verdediging getuigen zelf moet kunnen ondervragen. Een dergelijk verweer heeft Spong eerder in Nederland gevoerd in de zaak van een Colombiaanse verdachte van cocaïnehandel. De Colombiaan werd na dit verweer van Spong door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken.

    • Marcel Haenen