Amsterdamse politie pakt problemen allochtone jeugd aan; Een legioen van kansarme jongeren

De Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, E. Nordholt, uitte begin dit jaar kritiek op de hulpverlening bij de opvang en begeleiding van allochtone jongeren. Die zou te weinig resultaat bereiken met als gevaar dat de jongeren afglijden in het criminele circuit. Twee bureaus van de Amsterdamse politie hebben een speciale aanpak waarmee ze zich bekommeren om die groepen van vooral Marokkaanse jongens.

“Waarom moeten jullie altijd rond de Febo rondhangen? Je kan toch gewoon die kroket in je mond duwen en weggaan. Het kost die vent handenvol met geld op deze manier.” Het is zaterdagochtend op het Amsterdamse bureau Meer en Vaart. Rechercheur Rob Raat van het acht man sterke Tienerteam breekt de filter af van zijn zoveelste sigaret en gaat er eens goed voor zitten. Youssef, die zojuist eveneens een sigaret uit het pakje van Raat heeft gepeuterd, staart glazig naar buiten.

Zestien jaar is hij en van Marokkaanse afkomst. De afgelopen nacht werd hij opgepakt als passagier in een gestolen auto. De bestuurder, een vriendje van hem, wist te ontkomen. Youssef is geen onbekende van Raat en de inspecteur neemt de gelegenheid te baat om een paar andere akkefietjes met hem door te nemen. Wie zitten er zo te klieren op een tramlijn in de buurt? En die buschauffeur die onlangs traangas in zijn gezicht kreeg gespoten, weet hij misschien wie daar achter zitten?

Dat met die gestolen auto is echt de laatste keer geweest, zo maakt Raat op strenge toon duidelijk. Wat schat hij wel niet dat de schade bedraagt aan de politie-auto die de achtervolging inzette? “Weet ik veel”, antwoordt Youssef, terwijl hij stuurs naar zijn schoenen kijkt. “Vier tot vijfduizend gulden. Als je dat allemaal zelf moet betalen kom je er nooit meer uit”, waarschuwt Raat, nu wat vaderlijker. Youssef krijgt blosjes op zijn wangen en moet wat lachen.

Youssef behoort tot een bekende groep Marokkaanse jongeren voor het bureau Meer en Vaart, die voor het grootste deel verantwoordelijk is voor wat wel de "kleine criminaliteit' wordt genoemd: "tasjesrukken' diefstal van auto's en inbraak in woningen. Vijftienduizend aangiften per jaar en veertig tot zeventig aanhoudingen per maand. Zo "klein' is de criminaliteit overigens niet, maakt Raat duidelijk. “Als een vrouw van 81 haar tasje wordt geript en ze valt en breekt haar heup, is dat een ernstige zaak.”

En dan is er het zwaardere werk. Twee weken geleden nog werd een gewapende bankoverval verijdeld. De drie arrestanten (twee van 16, een van 17) bleken de voorgaande drie maanden betrokken bij ten minste twee bankovervallen, een overval op een pizzeria, elf diefstallen van auto's en verschillende inbraken. Tot de verbeelding spreekt tevens het corpus delicti dat Raat in zijn bureaulade bewaart: een fors gaspistool, tevens geschikt voor scherpe munitie. Het negenjarige Marokkaans jongetje dat er enkele jaren geleden een sigarenzaak mee beroofde moet twee handen nodig hebben gehad om de winkelier onder schot te houden.

In de grote steden groeit een nieuw legioen van kansarme jongeren, waarschuwde begin dit jaar de Amsterdamse hoofdcommissaris, drs. E.E. Nordholt. Jongeren afkomstig uit Marokko, Turkije, de Antillen en Suriname aan wie een perspectief moet worden geboden in de vorm van opleiding en werk, willen ze niet definitief afglijden in het criminele circuit.

Op diplomatieke, maar niet mis te verstane wijze uitte de hoofdcommissaris kritiek op de hulpinstanties, die niet in staat zijn de problemen op te lossen. Aangekondigde initiatieven voor de opvang en begeleiding van allochtone jongeren hadden tot nu toe weinig gevolgen.

De Amsterdamse politie heeft besloten niet langer af te wachten en zelf actie te ondernemen om de jongens na hun eerste overtredingen te begeleiden in scholing en zonodig het vinden van werk, vertelde Nordholt. Op deze manier is vanaf eind vorig jaar al een twintigtal jongens door het tienerteam van Meer en Vaart aan baantjes geholpen.

“Het is natuurlijk heel goed wat de politie hier doet maar het is ook zeer tekenend dat er iets grondig mis is met de instanties die er eigenlijk voor zijn ingericht”, zegt Hans Blomsma medewerker van de stichting Hulpverlening Marokkaanse jongeren. Onbekendheid met Marokkaanse cultuur bij de hulpverlening, maar ook het schoolsysteem en de wijze van arbeidsbemiddeling zijn volgens hem enkele oorzaken van de problemen. “Zeventig procent haakt af op de lagere beroepsopleidingen. En als ze de opleiding afhebben, blijkt die slecht aan te sluiten op de praktijk” , meent Blomsma. “De bestaande voorzieningen, zoals het arbeidsbureau zullen zich veel meer op op de Marokkaanse jeugd moeten richten.” Daar komt bij dat de motivatie om te werken vaak ontbreekt. “Vader is arbeidsongeschikt en de oudere broer heeft nog geen werk. Veel jongeren zijn zich daardoor onverschilliger gaan gedragen”, aldus Blomsma.

Het tienerteam heeft sinds zijn oprichting drie jaar geleden binnen het hoofdstedelijke korps naam gemaakt met de speciale aanpak van ontspoorde jongens, de meesten van Marokkaanse origine. Inmiddels zitten er bijna 4.000 namen in zijn computerbestand. Door hen op te zoeken op straat, in de disco en het buurthuis bouwden Raat en zijn collega's in de loop der jaren een vertrouwensrelatie op met de jongens in de wijk.

De aanpak zorgt met enige regelmaat voor opgetrokken wenkbrauwen bij geüniformeerde collega's. Arrestanten die duchtig meeroken met Raat of erop uitgestuurd worden om iets te eten te halen. Kleine vergrijpen - een opgevoerde brommer, een kleine diefstal - die door de vingers worden gezien, in ruil waarvoor de jongens worden aangesproken hun vriendjes in toom te houden. Of de regelmatige praatjes op het bureau over de situatie thuis of op het werk en de controle van de rapportcijfers. De aanpak van het tienerteam werpt echter zijn vruchten af: het aantal recidivisten daalde in twee jaar tijd van 76 naar 26 procent.

De meeste jongens die in de problemen komen zijn Marokkanen van de tweede generatie. Ze verblijven al langere tijd in Nederland, spreken de taal goed, maar komen in hun puberteit in aanvaring met de normen van het Marokkaanse Rif-gebied die thuis gehandhaafd worden. Het zijn vooral de vaders die naar Nederlands begrippen weinig speelruimte laten aan hun opgroeiende kinderen, zo meent Raat. Vader beslist wanneer de televisie aan en - vooral - uit gaat en duldt geen tegenspraak. Kinderbijslag en geld dat door de jongens met baantjes wordt bijverdiend, wordt vaak gebruikt voor een tweede huisje in Marokko. Het tienerteam merkt regelmatig dat het schoolgeld of de contributie voor de voetbalclub niet wordt betaald. Zakgeld wordt niet of nauwelijks gegeven. En dus is er ook geen geld voor de disco of de populaire maar dure Australian-jassen en Nike-schoenen.

Youssef is een goed voorbeeld van de problemen zegt Raat, als de jonge arrestant erop uit is gestuurd om kopjes koffie te halen. Thuis zijn grote ruzies aan de orde van de dag. Youssef loopt vaak weg en slaapt in auto's. Geld voor de schoolboeken werd niet betaald. Kleren krijgt hij via een oudere broer en zus. Er is gezorgd voor werk bij een installatiebedrijf, maar de vader heeft nu al aangekondigd geen geld te willen betalen voor de tram. Hetzelfde geldt voor de werkkleding. “Wat is je maat?”, vraagt Raat als Youssef met koffie binnenkomt, “Dan kan ik een overall regelen.”

Als mentor heeft Raat vier jongens officieel onder zijn toezicht. Onofficieel zijn het er twintig. Hij brengt jongens bovendien onder op de school waar hij in het bestuur zit en bij zijn eigen voetbalclub. Met leerplichtambtenaren, de raad voor de kinderbescherming, de officier van justitie, bijzondere scholen en de GG & GD is een netwerk opgericht dat de probleemjongeren moet begeleiden.

Richt het tienerteam van Meer en Vaart zich op de allochtone jongeren, het bureau Balistraat in Amsterdam-Oost zoekt vooral contact met hun ouders. Sinds kort is er een regelmatig overleg met zes Marokkaanse en zes Turkse ouders uit de buurt - vertrouwenspersonen die bij problemen worden geraadpleegd en op hun beurt weer andere ouders aanspreken op hun gedrag.

Sinds zijn oprichting als apart wijkteam in 1989 opereert het bureau Balistraat in een buurt die voor meer dan de helft bewoond wordt door allochtonen. “Twee jaar geleden werd de situatie hier steeds griezeliger”, weet hoofdinspecteur Dirk ten Boer, de chef van het wijkteam, zich te herinneren. “Er zitten hier veel Centrum Democraten en je voelde gewoon de spanning oplopen.” Nadat een verkeerscontrole bij een Marokkaanse automobilist die geen voorrang verleende uitliep op een klein volksoproer waarbij de politie beschuldigd werd van racisme, besloot Ten Boer contact te leggen met een aantal allochtone buurtbewoners om de problemen uit te praten.

Dat deze opzet slaagde, bleek een jaar later na een melding van een taxichauffeur dat er een Turkse jongen op straat liep te zwaaien met een pistool. De politie rukte uit met groot alarm en overmeesterde de jongen, die inmiddels een Turks koffiehuis was ingevlucht. Dat laatste ging gepaard met het nodige tumult. Pas op het bureau bleek waarom: de jongen bleek geestelijk gehandicapt, het pistool van plastic. Wat een jaar eerder nog in een rel zou zijn ontaard, werd via de contactpersonen en de ouders van de jongen snel uitgepraat.

Samen met de scholen uit de buurt houdt de politie de probleemgevallen onder de jongens in de gaten. “Het streven is dat onze agenten schoolklassen gaan adopteren”, zegt adjudant Rob Hofman. Op die manier hoopt het bureau al in vroeg stadium contact met de kinderen te kunnen leggen.

Het jeugdwerk Indische buurt staat voor een no-nonsense aanpak: bemiddeling bij werk, schuldsanering en begeleiding bij het vinden van alternatieve straffen. Voor de jongens die een straf hebben uitgezeten word geprobeerd een opleiding en baan te verzorgen. “Maar we zeggen dan wel dit is je laatste kans: take it or leave it”, aldus jeugdwerker J. Mooijenkind.

Een van de Marokkaanse vaders die als contactpersoon fungeert voor het jeugdwerk en de politie in de Indische buurt bevestigt de toenemende kleine criminaliteit onder de jongeren. “Het is ons belangrijkste probleem op dit moment. Onze jongeren hebben geen werk en geen geld om dure dingen te kopen”, aldus de vader van vijf kinderen, die liever anoniem blijft.

Op het gebied van opleidingen, werk en taalcursussen wordt volgens hem te weinig ondernomen. De Marokkaanse raad die in Amsterdam actief is bestaat uit een nieuwe elite die vooral zijn eigen belang dient, meent hij. “Wat hebben ze voor onze jongeren gedaan ? Er wordt veel gepraat over integratie en discriminatie, maar er is geen overleg over de manier waarop we de problemen kunnen aanpakken.”

De problemen met de Marokkaanse jeugd zullen de komende jaren verder toenemen, zo vrezen de hulpverleners en de politie. Hans Blomsma: “Al die kinderen die nu nog op de lagere school zitten of in de eerste klassen van het middelbare onderwijs; er zitten nog golven problemen aan te komen.” Hij meent dat voor een aantal jongens die zijn beland in het criminele circuit weinig hoop is. “We zitten hier met twee- tot driehonderd honderd jongeren waarbij de gezinshereniging absoluut mislukt is. Ze hebben goede kansen gehad en hulp gekregen, maar ze gaan toch gewoon door. Ik denk dat deze jongens uiteindelijk gewoon teruggestuurd moeten worden. Het geld dat hiermee vrijkomt kan beter worden besteed aan de goedwillende jongens.”