H.J.A. Breukhoven, directeur Free Record Shop; De opmars van een platengigant

Twintig jaar geleden was de Free Record Shop, gevestigd in een pand van nog geen twee meter, de kleinste platenzaak van Europa. Nu is het de naam van een keten van 117 winkels, die samen een omzet halen van 167 miljoen gulden. En het eind is nog niet in zicht, zegt directeur Hans Breukhoven. “Ik ben beretrots.”

Het hoofdkwartier van Free Record Shop, gelegen langs de snelweg aan de rand van Rotterdam, heeft op het dak als blikvanger een blauw-gele helikopter. Directeur Hans J.A. Breukhoven (45) schafte het toestel aan om snel de afstand tussen het kantoor en zijn villa in Wassenaar te overbruggen. Zo zou hij meer tijd overhouden voor zijn vrouw en vijf kinderen.

Maar de Nederlandse regelgeving vormde een onverwacht obstakel. Breukhoven kreeg geen toestemming op te stijgen omdat dit, naar werd gezegd, de aandacht van de weggebruikers zou afleiden. Zijn tegenwerping dat de situatie bij Schiphol weinig anders is maakte geen indruk. Als gevolg daarvan staat het toestel nu al twee jaar roerloos op het dak. Om roestvorming te voorkomen is de motor enige tijd geleden verwijderd.

Desondanks geeft "Nederlands meest besproken helikopter', zoals Breukhoven zijn bezit noemt, het nieuwe kantoorpand extra elan. Het gebouw zelf valt op door het consequente gebruik van ronde lijnen, een sierlijk accent dat Breukhoven doet denken aan zijn vrouw, de fotogenieke vedette Vanessa. “Ronde vormen vinden wij allebei warmer en mooier dan een rechtlijnige aanpak”, licht hij toe. “Natuurlijk is een gewoon vierkant gebouw economischer, maar het oog wil ook wat. Daarbij komt dat ons produkt rond is, dat gaf de doorslag.”

Samen maakte het echtpaar de eerste opzet voor het gebouw, waarna een architect hun ontwerp nader uitwerkte. Voor de aankleding van de werk- en ontvangstruimten was alleen Vanessa verantwoordelijk. De directiekamer voorzag zij van een kolossaal halfrond bureau en een dito leren bank voor elf personen. Aan een van de wanden hangt, naast een schilderij van Nic Jonk, een fors werkstuk van Wieteke van Dort: een door donkere wolken bekroond landschap met peuken, dat Vanessa om persoonlijke redenen haar man cadeau gaf.

Een andere muur is deels gevuld met een verontrustend doek van Kees de Hondt, voorstellende (aldus Breukhoven) "twee bikkelharde kapitalisten met hun marxistisch kijkende chauffeur'. De auto op dit schilderij was oorspronkelijk zwart, maar kreeg op verzoek van de koper een blauwe tint. Even verder balanceert een kleine Donald Duck op een bronzen kop van Luciano Pavarotti: een geschenk van Harry Mens, de organisator van het recente Pavarotti-gala, voor wie Breukhoven de kaartverkoop regelde.

Ten slotte wijst hij, aan het eind van een rondgang door het vertrek, op twee ingelijste stukjes papier die de groei van zijn onderneming illustreren. Een ervan is een biljet van vijf gulden, het eerste geld dat hij twintig jaar geleden in de platenbranche verdiende. Er vlakbij hangt een aandelen-certificaat met het nummer 00000 ter herinnering aan de dag (5 december 1989) dat Free Record Shop Holding zijn entree maakte op de effectenbeurs.

Na jaren van expansie telde de keten van "beeld- en geluidsdragers' in die tijd 78 winkels, die samen een omzet haalden van 100 miljoen gulden. De winst in het toen net afgesloten boekjaar werd becijferd op 4,74 miljoen. Nu, ruim twee jaar later, is het resultaat bijna verdubbeld: eind januari maakte de holding bekend dat de winst in twaalf maanden toenam tot 9,2 miljoen. Het aantal winkels met platen en videobanden was volgens het jaarverslag gestegen tot 107, waaronder de Fame Megastore in Amsterdam en twintig verkooppunten in België.

“Ja, het gaat hard”, geeft Breukhoven toe. “De naaste concurrent V&D hebben we allang gepasseerd. Ze houden daar hun boeken gesloten, maar ik schat dat ze op dit terrein een omzet hebben van 100 miljoen. Daar zaten wij vorig jaar met 167 miljoen flink boven. Geen gek resultaat, vind ik zelf.”

Hans Breukhoven (lila overhemd met witte boord, kleurige bloemendas) maakt er geen geheim van zich “beretrots” te voelen. Aan de hand van de laatste cijfers concludeert hij met voldoening dat het winkelbestand intussen is gegroeid tot 117. “De laatste vier maanden zijn er weer tien vestigingen bijgekomen. Vergeleken met de twee per dag van McDonald's is dat niets, maar het is toch een aardige score. En het eind is nog niet in zicht, alleen in Nederland al is er nog ruimte voor twintig zaken. Daarnaast gaan we de komende tijd onze activiteiten uitbreiden tot Frankrijk en Spanje.”

Hans Breukhoven, geboren in Rotterdam-Zuid, werkte aanvankelijk vier jaar als bediende bij de Holland-Amerika Lijn. Na een tussenfase in de textiel stond hij een tijdlang op de markt met pruiken en cosmetica. Mede omdat hij het buiten werken 's winters te koud vond begon hij eind 1971 in een krap twee meter breed pand te Schiedam "de kleinste platenwinkel van Europa'. Geïnspireerd door de witte benzine en de witte fietsen van die tijd, richtte de jonge ondernemer zich op witte platen. Wekelijks kocht hij in Londen en Parijs de nieuwste lp's die, buiten het kartel van de platenbranche om in Nederland voor vijf gulden onder de prijs in de handel kwamen.

Op deze wijze kreeg Breukhoven al gauw de wind in de zeilen. “In 1975 dacht ik: "Ik heb nu drie filialen; als het er straks vijf zijn, ben ik dik tevreden'. Maar niet lang daarna had ik er per ongeluk zeven, even later negen, toen ineens zeventien en aan het eind van de jaren zeventig was het aantal door overneming van de keten Disco Danser tot 34 opgelopen.” Omdat de computer deze toevloed niet kon verwerken viel al snel het besluit enkele zaken af te stoten. Achteraf vindt hij dat een verstandige move: in de goed renderende vestigingen die overbleven kon nu extra worden geïnvesteerd. “Daar moest het van komen, upgrading van de winkels was essentieel”, legt hij uit. “Na zoveel jaren ga je andere eisen stellen, gaandeweg verleg je de grenzen.”

De grote doorstoot, zoals Breukhoven het noemt, volgde tien jaar geleden. “Na de succesjaren van Saturday Night Fever en Grease zakte de platenhandel tijdens de tweede oliecrisis in elkaar. Terwijl veel mensen in het vak in een hoek zaten te huilen en anderen in slaap vielen, hebben wij op z'n Rotterdams de mouwen opgestroopt. Het kwam toen goed uit dat ik van nature een workaholic ben. Wat dit aangaat is er nog niets veranderd: na m'n twee cognacjes aan het eind van de avond heb ik aan vier uur slaap genoeg. Alleen in een erg luie bui lig ik wel 's vijf of zes uur in bed, maar dat vind ik dan wel zonde van de tijd.”

Dankzij deze instelling dijde zijn concern gestaag verder uit. In 1986 bedroeg het aantal filialen veertig, een jaar later vijftig en in 1989 al had Breukhoven, als eigenaar van zeventig winkels, zijn ideaal verwezenlijkt: hij kon zich de grootste platenhandelaar van Nederland noemen. Het koesteren van dergelijke ambities vindt hij niet meer dan vanzelfsprekend. “Waarom zou je niet doorgaan en doorgaan, waarom zou je de mogelijkheden die er zijn niet aangrijpen? Groei is iets natuurlijks - kijk maar naar de moeite die Japanners moeten doen om een bonsai-boompje niet te laten groeien. Maar als ik over dit soort zaken een lezing geef, zeg ik er altijd bij dat een ondernemer niet alleen veel geld moet willen verdienen. Als het hem daarom is te doen, geeft hij zijn geld uit en is alles voor niets geweest. Dit werk is pas inspirerend als de winst ten goede komt aan het bedrijf, zodat een grote groep mensen daar profijt van heeft.”

Breukhoven ontkent niet dat de Free Record Shop, zoals meer dan eens is vastgesteld, van een prijsbreker transformeerde tot een prijsbewaker. Daar is naar zijn idee een goede reden voor: als marktleider heeft hij de “morele plicht” een rustig en consequent beleid te voeren. “We zijn, met andere woorden, niet altijd meer de goedkoopste”, zegt hij, “de nieuwe CD van Michael Jackson kan best ergens twee gulden minder kosten.” Maar de vele aanbiedingen in zijn winkels vormen een tegenwicht. Het zou hem dan ook niet verbazen dat iemand die 25 CD's in verschillende genres aanschaft in de Free Record Shop voordeliger uit is dan elders.

Vandaar dat Breukhoven niet bang is voor Megapools en andere winkels, die de schijfjes goedkoop aanbieden. “Wanneer het komt tot een serieuze prijzenoorlog zal de helft van de 1.100 platenzaken in dit land het loodje leggen”, vermoedt hij. “Zelf zullen we in zo'n geval weinig last hebben.”

Optimistisch gestemd is hij ook over de perspectieven van zijn initiatief alle filialen uit te rusten met een afdeling klassieke platen. Ruim vijf maanden sinds de bevriende tenor Pavarotti het startsein gaf, ziet het ernaar uit dat over twee jaar tien procent van de omzet, conform de plannen, zal bestaan uit klassieke muziek. “Drie weken geleden haalden we in deze sector een percentage van 5,8 procent”, maakt hij op uit een tabel. “Een week later was het cijfer 6,01 en vorige week al 6,11. Je ziet: de stijging zet door.”

Om hen op dit onbekende terrein wegwijs te maken brengen spoedcursussen de personeelsleden "een stuk kennis' bij. De resultaten stemmen tot tevredenheid, al verheelt Breukhoven niet dat "bijschaven' soms noodzakelijk is. De voorlichting strekt zich ook uit tot de klanten, die in folders kunnen lezen dat klassiek zijn "stoffige imago' verliest en trendy is. “Mozart componeerde voor feesten en partijen”, aldus Breukhoven, “maar als zijn werk wordt uitgevoerd in het Concertgebouw mag je niet kuchen - dat klopt niet. Die sfeer van heiligheid schrikt jongeren af. Daarom zeggen wij nu: het maakt niet uit of je houdt van house, Springsteen of Beethoven, het is allemaal muziek met soms zelfs dezelfde tunes. Die aanpak werkt, dat kun je nu al merken.”

De uitbreiding van het repertoire heeft geen invloed op de "uitstraling' van het bedrijf, die volgens Breukhoven iets te maken heeft met show en vertier. Hij hecht aan een losse levensstijl: “Het moet allemaal wat vrolijker en sierlijker kunnen dan in ons land vaak het geval is”. Als om dit te onderstrepen werd zijn huwelijk met Vanessa eind 1987 afgerond met een receptie voor 800 genodigden in het Haagse hotel Des Indes. Ook op ontvangsten die sindsdien werden gehouden stond zijn vrouw als vanzelf in het middelpunt van de belangstelling. Erg vindt hij dat niet. “Ik ben er trots op dat ik bij velen bekend sta als de man van Vanessa. Dat is ook niet meer dan logisch: er zijn maar weinigen die, zoals zij, kunnen zeggen dat hun naam bij 90 procent van de Nederlanders bekend is.”

Om die reden werd besloten de drie Mothercare-winkels, die het paar enkele jaren geleden overnam, te herdopen tot Vanessa's Babyshop. Het beheer daarover laat Breukhoven over aan zijn vrouw, de platenhandel is hem genoeg. “Meer heb ik niet nodig, de muziek is mijn leven. Wat dit betreft ben ik niet uniek. Het is dan ook beter om in plaats van bloemen, die na een week zijn verwelkt, vaker een CD cadeau te doen. Daar heeft iemand zijn leven lang plezier van - al was het maar omdat een melodie memories oproept.”