Zwaarwichtigheid te kijk; De dagelijkse voorvallen in de tekeningen van Sempe

De tekeningen van de Fransman Sempé worden bevolkt door kinderen, danseressen, muzikanten en een menigte van stadsbewoners. In het begin van de jaren zestig moest zijn werk het nog hebben van de "frappe', maar eind jaren zeventig durfde Sempé het simpelste voorval tot onderwerp te nemen. In een boek is zijn ontwikkeling nu precies te volgen. “Soms lijkt het of een gebeurtenis die op zijn werk niet voorkomt toch door hem is veroorzaakt.”

Sempé. Uitg. Paris-Musées, 111 blz. Prijs: ƒ 60,20 (in Frankrijk 140 franc)

Het werk van een briljant tekenaar kan soms toch onbesproken blijven, al is hij nog zo geliefd bij het publiek. Dat laatste maakt hem juist verdacht: algemene bewondering is het bewijs van zijn oppervlakkigheid. Zijn tekeningen worden dan ook zelden in een museum geëxposeerd; ze horen gewoon in een krant of tijdschrift. Daar houden ze hun alledaagse karakter, kunnen ze hoogstens voor een paar vrolijke ogenblikken zorgen en mogen dan worden vergeten.

Neem de Fransman Sempé. Aan zijn tekeningen in kleur en zwart-wit werd de afgelopen herfst in het Pavillion des Arts te Parijs zowaar een overzicht gewijd. Die tentoonstelling is onopgemerkt voorbijgegaan, alsof de organisatoren Sempé ten onrechte aan het weerbericht, het gemengde nieuws en de advertenties hadden onttrokken. Wat rest is de catalogus, die gelukkig ook als onafhankelijk boek een reden van bestaan heeft.

Bedeesd

Wat tekende Sempé in de afgelopen dertig jaar? In het begin van de jaren zestig kondigen de helden en heldinnen zich aan die hij zou blijven volgen: kinderen, danseressen, muzikanten en een menigte van stadsbewoners. De voorstelling is dan nog meestal toegespitst op een frappe.

Een eenzame visser op de punt van een lange steiger kijkt verschrikt om naar elf aanstormende jongens die allemaal een hengel bij zich hebben; drie danseressen met gelukzalige gezichten draaien hun pirouettes op een planken vloer en baggeren even later door regenplassen; scholieren in uniform gaan vlug achterin de klas zitten als de scheikundeleraar zich bij zijn kolven en retorten voorbereidt op een misschien te gevaarlijke proef.

Die eerste verhalen bestaan vaak uit drie of meer plaatjes. Het lijken schetsen voor scènes die het in een Franse filmkomedie goed zouden doen. De manier van tekenen is onopgesmukt, zelfs een beetje bedeesd, alsof te veel nadruk het afgebeelde voorval zou kunnen beschadigen. Bij Sempé springt een danseres met vluchtige benen heel hoog.

Een van de grootste platen uit het begin is een stadsgezicht. Een menigte staat bij een bus. Honderden passagiers wachten tot ze naar binnen mogen gaan. Het moet wel een drukke lijn zijn, want in de verte naderen de silhouetten van nog meer reizigers. In de bus buigt de conducteur zich voorover naar de chauffeur. Hij moet net hebben omgekeken naar wat hem te wachten staat en zegt tegen zijn collega: “Ik ben bang, Georges!”

Steeds groter worden de locaties die Sempé voor een gebeurtenis kiest: een perron, een plein, een schouwburgzaal. Maar de taal moet het beeld nog beïnvloeden, als op de prent met de bus.

Een redenaar op een spreekgestoelte kan het voor de toegestroomde massa kort houden: hij hoeft niets toe te voegen aan wat hij gisteren al op de televisie heeft gezegd.

Twee lange perrons zijn door een enkelspoor van elkaar gescheiden. Drie muzikanten staan op het ene perron; op het andere staat de vierde met de rug naar zijn vrienden toe. Ze hebben hun instrumenten bij zich. De vierde muzikant wordt over de treinrails heen door een van zijn collega's over hun ruzie toegesproken: als hij koppig blijft betekent dat het einde van het kwartet.

Deze tekening moet het nauwelijks nog van woorden hebben. Zonder tekst was het beeld zelfs sterker geweest. De naar de einder verdwijnende treinrails drukt de scheiding ruimschoots uit.

Kleuren

Sempé werkte koppig door. De wereld van de pure cartoon had hij al verlaten, nu zocht hij naar voorstellingen zonder woorden, probeerde hij decors en situaties te vinden die hoogst gewoon zijn, al had niemand ze eerder opgemerkt.

In het boek dat zijn naam draagt kun je hem volgen, stap voor stap. Een secretaris wil hogerop, hij staat alleen voor zijn bureau en zijn schaduw verdwijnt al bijna onder de deur van de kamer waar zijn baas werkt. Ook zo'n pointe, hoe vindingrijk ook, was voor Sempé ten slotte te sterk. Hij moet die als een uitstulping hebben gezien, als het tekort van een tekenaar die nog niet in staat is dat wat hij ziet zonder opzichtige uitbreiding weer te geven.

Eind jaren zeventig trok Sempé het gebied binnen dat zolang buiten zijn bereik was gebleven. Hij durfde nu voor het simpelste voorval te kiezen. Passagiers op een vliegveld; een man voor een etalage; een demonstratie in een grote stad; een balzaal met een paar late feestvierders; een ober met een dienblad. Hij was erachter gekomen dat hij zijn menselijke figuren vrij klein moest tekenen. De tegenstelling met de ruimte die hen omgaf werd dan vanzelf groot.

Vroeger werkte hij vooral met oostindische inkt. Nu koos hij een gemengde techniek met waterverf als belangrijkste bestanddeel. Hij begon de kleur vooral te gebruiken om details te verlevendigen, een rode kous naast een blauw t-shirt, hoe weinig plaats die ook op een tekening innamen.

Een oefening van danseressen op het toneel van een schouwburg. De pianiste zit beneden achter haar bladmuziek. Op het podium zijn de armen en benen gestrekt. Bij de ingang staan nog meer danseressen die voorlopig door een juffrouw met opgeheven vinger worden tegengehouden.

Het zou een tekening uit het begin van Sempé's loopbaan kunnen zijn. In 1981 heeft hij er iets aan toegevoegd dat de voorstelling onvergetelijk maakt. Op de stoelen van de eerste rijen in de zaal liggen de dagelijkse kleren van de danseressen, een slordig spoor in allerlei kleuren.

De kijk op de ober met z'n dienblad valt ook niet te verbeteren. Meestal zien we de man alleen maar binnenkomen. Sempé neemt een ander standpunt in. Hij toont wat er achter de rug van de ober gebeurt: de keuken met tientallen koks boven hun pannen en fornuizen. Alleen de pannen heeft hij een felle kleur gegeven, modern oranje, en mede om die slimme tint is het misschien maar beter niet te weten wat hier wordt klaargemaakt.

Het gebruik van kleur is net zo uitgewogen op de prent van de man die naar een etalage kijkt. Hij ziet een stilleven van een appel en een peer dat op een schildersezel te pronk staat. Natuurlijk, de vruchten zijn geel en rood geschilderd. Achter de man dendert het verkeer langs de wolkenkrabbers van Manhattan, dat het leeuwedeel van de voorstelling in beslag neemt. Het schilderijtje is maar een fractie van het geheel.

Zelden werd de onzinnige zwaarwichtigheid van de kunst zo te kijk gezet als op deze aquarel. Maar wat zet Sempé niet te kijk? Je kunt uit zijn werk blijven citeren. Hij heeft het hoogste bereikt wat een kunstenaar kan bereiken: soms lijkt het of een gebeurtenis die op zijn werk niet voorkomt toch door hem is veroorzaakt.

Een man loopt op de gang van zijn hotel en hoort uit een kamer prachtige vioolmuziek komen. Hij slaat een hoek om en even verder hoort hij alweer de mooiste muziek, dit keer een cello. Wat hebben ze in deze vreemde stad een goed radiostation, denkt hij. Maar op zijn kamer kan hij het net niet vinden, hoe hij zijn radio ook instelt.

Pas als hij vertrekt hoort hij bij de receptie dat een heel orkest deze week in het hotel was ondergebracht.