"Wij zwengelen de discussie over het geloof juist aan'

"Liever Turks dan Paaps', "Een Marokkaanse Moslim in Nederland', "Onderwijs aan Moslim kinderen in Finland', "Tolerantie in de Islam' en "99 Schone namen van Allah'.

Het is maar een greep uit de titels van de ongeveer 270 televisieprogramma's die de Islamitische Omroepstichting (IOS) sinds 1986 heeft uitgezonden. De voornamelijk religieuze programmering op radio en tv is meestal in het Nederlands, met op televisie Arabische en Turkse ondertiteling, maar soms gebeurt het omgekeerde. De uitzending is op zondagmorgen om elf uur. “Wanneer tachtig procent van de Nederlanders nog op zijn bed ligt”, lacht A.N.K. Joemman, de Surinaamse penningmeester van het bestuur van de IOS.

Toch vinden hij en de Marokkaanse voorzitter A.D. El Boujoufi (ook lid van de onlangs opgerichte Islamitische Raad, voorzitter van de Moskee-vereniging in Utrecht en vice-voorzitter van de Marokaanse organistie UMMON in Nederland) dat het niet slecht is gesteld met de integratie van zijn omroep in de Nederlandse samenleving. Ze wijzen erop dat volgens gegevens van de kijk- en luisterdienst gemiddeld 50.000 tot 60.000 gezinnen naar de programma's kijken, waarbij het gissen blijft wat de verhouding is tussen Nederlanders en allochtonen onder de kijkers. Overigens is het kijkcijfer van de IOS lager dan die van vergelijkbare programma's van de NOS voor allochtonen. Die trekken gemiddeld meer dan 100.000 gezinnen.

Voor de moslims in Nederland vervult de IOS een belangrijke integrerende functie, onderstrepen de twee bestuursleden. “Een eigen, islamitische omroep die wordt gesubsidieerd door de overheid is uniek in Europa” zegt Joemman. Boujoufi: “Het maakt dat moslims die beseffen dat ze niet teruggaan naar hun land van herkomst, zich hier meer kunnen thuisvoelen.”

De beide bestuursleden vinden het volstrekt logisch dat het in de statuten vastgelegde doel van de stichting IOS (het “bijdragen tot de volledige integratie van de Moslims in de Nederlandse samenleving”) wordt nagestreefd met een vrijwel exclusief religieuze programmering. “Cursussen voor de Nederlandse taal kan Teleac veel beter geven. En de NOS doet al de programma's over algemene onderwerpen voor allochtonen zoals bijvoorbeeld problemen op de arbeidsmarkt”, zegt Joemman. “Als je maar een half uur per week uitzendtijd hebt, moet je nu eenmaal scherpe prioriteiten stellen.”

Een belangrijkere reden voor integratie langs religieuze weg vindt hij echter nog dat “het overgrote deel van de allochtonen in Nederland moslim is. Hun ontmoetingsplaats is de moskee. Er zijn er maar een paar die elkaar ergens anders tegenkomen zoals op de sportclub”.

Boujoufi valt hem bij: “Waarom is het Nederlands Centrum Buitenlanders er na tientallen jaren nog steeds niet in geslaagd allochtonen zich te laten ontplooien en te integreren? Het staat te dicht bij de overheid. Het NCB biedt namens de overheid diensten aan de allochtonen aan zoals allerlei cursussen, maar zoekt de mensen te weinig in de moskee op.”

Wie uit de grote hoeveelheid islam in de programmering van het IOS concludeert dat Hilversum er een moslim-equivalent van de EO bij heeft, zit ernaast, zeggen Joemman en Boujoufi. Joemman: “Dat zogeheten "fundamentalisme' is een Europese uitvinding. We proberen het geloof helemaal niet te verbreiden, maar juist discussies over geloof aan te zwengelen en met informatieve programma's vooroordelen weg te nemen. Zo hebben we bijvoorbeeld aandacht besteed aan het feit dat wanneer een islamitische vrouw achter haar man loopt, dat geen islamitisch gebruik is maar een culturele gewoonte die in sommige streken voorkomt en in andere niet.” In een tweedelig programma over gemengde huwelijken tussen allochtonen en Nederlanders - waarbij de Nederlandse partner overigens zonder uitzondering tot de islam is toegetreden - komen de echtelieden uitgebreid aan het woord over de voor- en nadelen van de relatie. In programma's over de islamitische theologie discussiëren ook Nederlandse godgeleerden mee.

Als Salman Rushdie zich vandaag bij de poorten van de IOS zou melden om de bedoelingen van zijn Duivelsverzen te komen uitleggen, zou hij zonder meer voor de camera's worden toegelaten, aldus de twee bestuursleden. Boujoufi: “Maar dat zou wel een tweegesprek met een tegenstander van Rushdie worden. Bij gevoelige zaken proberen we altijd meerdere kanten te laten zien. Zo draag je toch ook bij aan integratie?”