Verenigde Naties; Oude en nieuwe machten

Een verkiezingsstunt van de Britse premier Major, zeggen sommige diplomaten. Een poging om de bevoorrechte positie van de oude "Grote Vijf' veilig te stellen, menen anderen. Zeker is dat de top die de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vandaag voor het eerst in zijn geschiedenis houdt, het toegenomen prestige illustreert van dit orgaan, dat bedoeld is om de vrede en veiligheid op de wereld te bewaren.

Onder leiding van Major zullen de staatshoofden en regeringsleiders van de vijftien Veiligheidsraad-landen in het New Yorkse VN-hoofdkwartier de nieuwe secretaris-generaal Boutros Ghali een mandaat geven. Hij krijgt de opdracht ervoor te zorgen dat de VN de bemoeienis met het behoud van de vrede vergroot. Verder zullen de Vijftien aandringen op ontwapening en actie tegen de verspreiding van nucleaire en chemische wapens. Bovendien zal Rusland op de speciale zitting als "permanent' lid worden bevestigd.

Zo krijgt de Britse premier nog net de kans op het mondiale toneel te schitteren - morgen is de laatste dag dat zijn land het maandelijks roulerend voorzitterschap van de Veiligheidsraad bekleedt - en zijn bedreigde politieke leven een oppepper te geven voor de verkiezingen die uiterlijk deze zomer moeten worden gehouden.

Tegelijkertijd schragen de vijf permanente leden van de Raad de bevoorrechte positie die ze sinds de Tweede Wereldoorlog in de VN innemen. In een interview voor de BBC verwierp Major deze week het idee dat de tijd rijp is voor verandering van de VN-structuur en hij sprak ongetwijfeld namens de andere vier. Nu moet volgens hem allereerst worden voortgebouwd op de in de laatste jaren, en vooral sinds de Oorlog in de Golf, toegenomen reputatie van de volkerenorganisatie.

De opzet die na de Tweede Wereldoorlog werd gekozen en die de vijf "overwinnaars' als permanente leden een vetorecht in de Veiligheidsraad verschafte, zal dus voorlopig niet op de helling worden gezet, dit tot groot genoegen van vooral Londen en Parijs die hardnekkig vasthouden aan hun steeds meer omstreden voorrecht uit een ander tijdperk.

Tekenend was de grote snelheid waarmee Rusland enkele weken geleden stilzwijgend de plaats van de Sovjet-Unie in de Raad kon innemen. De Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en China waren het er direct over eens dat over deze kwestie geen openbaar debat moest worden gevoerd.

Dit heeft bij kenners van het VN-systeem de indruk versterkt dat de Vijf uit zijn op het creëren van een "directoraat' ten koste van andere leden van de Veiligheidsraad, maar ook van de Algemene Vergadering en de secretaris-generaal.

De "Permanente Vijf' zijn zich erg bewust van hun buitengewone en exclusieve rol. Zo is het opmerkelijk dat binnen de Europese Gemeenschap over het Britse initiatief niet of nauwelijks is gesproken. Het Maastrichtse akkoord over de Europese Politieke Unie heeft op dit punt in ieder geval nog niet geleid tot betere onderlinge afstemming van het buitenlandse beleid, terwijl het vandaag in New York toch over onderwerpen gaat die de hele EG aangaan.

De Duitse minister van buitenlandse zaken Genscher heeft zich nijdig laten ontvallen dat zijn land zelfs helemaal niet over de top is ingelicht. Dat is pikant omdat Duitsland zich als dé grote mogendheid in Europa manifesteert en - al beklemtoont het dat niet na te streven - een voor de hand liggende kandidaat zou zijn als de permanente zetels in de Veiligheidsraad opnieuw zouden worden verdeeld. Een gemeenschappelijke EG-vertegenwoordiging in de Raad, waarvoor minister Van den Broek zich in 1990 even sterk maakte, lijkt gezien de onafhankelijke houding van Londen en Parijs zelfs op langere termijn geen realiteitswaarde te hebben.

Toch zou de beëindiging van de Koude Oorlog en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aangegrepen kunnen worden om de VN aan te passen aan de veranderende verhoudingen in de wereld. Minder geprivilegieerde leden van de Veiligheidsraad willen de top van vandaag aangrijpen om deze kwestie naar voren te brengen. De Japanse premier Miyazawa zou de kat voorzichtig de bel aan willen binden. “Omdat het een zaak is die ook te maken heeft met het effectief functioneren van de VN in de toekomst en een zaak die de geloofwaardigheid en de effectiviteit van de VN betreft, zou het nodig kunnen zijn een verwijzing te maken (naar het lidmaatschap van de Veiligheidsraad)”, zei een Japanse officiële woordvoerder. De Indiase premier Rao en de Venezolaanse president Andres Perez zouden iets soortgelijks in hun schild voeren.

Japan en India, die nu door landen in hun regio voor twee jaar in de Veiligheidsraad zijn gekozen en geen vetorecht hebben, worden met Brazilië, Nigeria en Duitsland van tijd tot tijd genoemd als potentiële nieuwe permanente leden van de Raad. De voordelen van uitbreiding zijn duidelijk: de supranationale bevoegdheid waarover de Raad in beginsel beschikt op het gebied van vrede en veiligheid zou op een meer representatieve wijze worden uitgeoefend. Dat zou bijvoorbeeld het afdwingen van maatregelen, zoals die nu worden voorgesteld tegen proliferatie van wapens voor massavernietiging, geloofwaardiger maken.

Een dergelijke revolutie binnen de VN zou echter ook ongunstige kanten kunnen hebben. Zo wijzen de Nederlandse auteurs van een recent rapport* voor de Academische Raad van de VN erop dat vergroting van de Veiligheidsraad de effectiviteit van de besluitvorming kan schaden, moeilijk op te lossen problemen bij de keuze van de betrokken landen kan veroorzaken en grote mogendheden ertoe kan verleiden hun zaakjes buiten de VN om te regelen.

Vooral dat laatste zou een ernstige terugslag betekenen, juist nu de afgelopen jaren onder invloed van Gorbatsjov de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zo voorbeeldig hebben samengewerkt in de Veiligheidsraad en Jeltsins Rusland dezelfde weg op lijkt te gaan.

* The World in Turmoil: testing the UN's Capacity; door Johan Kaufmann, Dick Leurdijk en Nico Schrijver; 1991; ISBN 1-880660-01-6; prijs: $ 10.-.