"Schengen' staat los van identificatieplicht

DEN HAAG, 31 JAN. Tijdens het debat over het Akkoord van Schengen gisteren in de Tweede Kamer, verklaarde CDA-afgevaardigde Gualthérie van Weezel dat het voor de CDA-fractie “heel moeilijk wordt te zijner tijd Schengen te accorderen” als er niet een legitimatieplicht aan gekoppeld wordt. Daarbij doelde Van Weezel op een algemene legitimatieplicht die volgens hem nodig is om “het kwaad” uit Nederland te weren. Want als straks de grenzen met de rest van Europa geslecht zijn, zal Nederland het enige land zijn zonder een dergelijke plicht. Dus, zo is de redenering van Van Weezel, zal dit land een paradijs worden van illegale arbeid en belastingfraude. Alle “hardwerkende en goedwillende” Nederlanders zijn daar tegen en daarom vóór een identificatieplicht.

De CDA-afgevaardigde betrad met zijn wens een uiterst gevoelig terrein dat bovendien in het regeerakkoord tussen CDA en PvdA is afgegrendeld. De coalitiepartijen zijn aan het begin van deze kabinetsperiode voor anker gegaan bij het standpunt dat “een algemene identificatieplicht niet wordt overwogen”.

Tijdens het debat informeerde PvdA-woordvoerder Van Traa dan ook bij zijn coalitiegenoot hoe diens opstelling te rijmen viel met de afspraken in het regeerakkoord. Gualthérie van Weezel antwoordde laconiek dat het regeerakkoord “gedateerd” is. Wat later kondigde hij per interruptie bovendien een monsterverbond met oppositiepartij VVD aan, die er ook voorstander van is dat iedereen altijd een identiteitsbewijs op zak heeft waarnaar door bevoegde ambtenaren gevraagd mag worden. VVD-afgevaardigde Wiebenga, die daags voor het debat nog gezegd had “niet slijmerig achter het CDA” aan te willen lopen in dezen, stond gisteren bereidwillig klaar om de wens van Gualthérie van Weezel in vervulling te laten gaan.

Van Traa constateerde vervolgens koeltjes dat er kennelijk “een bommetje” onder het verdrag van Schengen was geplaatst. Zo overzichtelijk was de realiteit echter niet.

Ten eerste werd het dreigement van Gualthérie van Weezel tegen het eind van het debat ontmaskerd door D66-woordvoerder Wolffensperger, die minister Hirsch Ballin (justitie) ertoe bracht te verklaren dat de wet op de identificatieplicht procedureel niet aan de ratificatie van Schengen is gekoppeld. Bovendien waren aan de vooravond van het debat de afspraken in het regeerakkoord over de identificatieplicht herbevestigd. Dat hierbij het halve kabinet in het Torentje van de minister-president bijeenkwam met de fractieleiders en fractiespecialisten van CDA en PvdA, onderstreept het gewicht van die afspraak. Dat had echter wel tot gevolg dat men in de pauze van het debat CDA-fractiespecialist Van den Burg, die bij het Torentje-overleg was geweest, kon horen verkondigen dat het CDA voor beperkte identificatieplicht is, terwijl vijf meter verderop Gualthérie van Weezel namens dezelfde fractie precies het omgekeerde beweerde. Met afspraken gemaakt in het Torentje had hij niets te maken, zo verkondigde Van Weezel ook in de Kamer, als oud-CHU-er is hij immers overtuigd dualist. Dat neemt niet weg dat alle stampij die hij veroorzaakte van PvdA-zijde met een meewarig hoofdschudden bekeken werd.

Toch is ook de overeenstemming tussen CDA en PvdA, die het onderonsje in de werkkamer van de premier geschapen zou hebben, schijn. Hirsch Ballin had op het treffen aangedrongen al nadat hij begin november met zijn wetsvoorstel over de Anonieme verdachte in de Tweede Kamer was gestrand. De minister van justitie beschouwt de wetsvoorstellen op de identificatieplicht en op de Anonieme verdachten als communicerende vaten: wanneer de identificatieplicht, zoals de PvdA wil, beperkt blijft tot een reeks nauw omschreven situaties, moet de wet op de anonieme verdachte als vangnet dienen voor alle niet omschreven situaties. Het artikel dat opsporingsambtenaren in de beoogde wet op de identificatieplicht bevoegd maakt om mensen naar hun naam te vragen, is ontleend aan de Vreemdelingenwet. Alleen zou, zo is volgens CDA-woordvoerder Van den Burg in het Torentje afgesproken, de redactie van dat artikel zo gewijzigd moeten worden dat het een algemenere toepassing krijgt. PvdA-woordvoerster Kalsbeek is er echter van overtuigd dat afgesproken is om het huidige artikel, dat beperkt is tot vreemdelingen, te handhaven.