Reservaat

Jaap van Heerden heeft eens opgemerkt, in een stukje over uitgestorven en met uitsterven bedreigde gevoelens, dat "de gevoelsarmoede in ons land van alle Europese lidstaten het grootst is'.

Misschien zouden bepaalde gevoelens nog wel zijn te redden als ze onmiddellijk in reservaten werden ondergebracht, maar ik vrees dat het voor sommige andere al te laat is.

Neem bijvoorbeeld de volgende vier zinnen.

"Om nog wat aandacht te krijgen kan de homobeweging wel een bulderend kanon gebruiken. Dat kanon heet aids.'

"Homo's hebben belang bij een uitzonderingspositie en zijn daarom dol op hun "homoziekte', zij het niet als patient.'

"De ellende rond de nieuwe gesel Gods heeft een ware aidsindustrie opgeleverd.'

"Van een beetje begrip krijg je geen aids, maar van te veel begrip krijg je wel eens het zuur.'

De hier geciteerde regels hebben in deze krant gestaan, in een stukje getiteld "Tam tam aan het aidsfront', op de achterpagina van woensdag 22 januari. Het feit dat zoiets mogelijk is bewijst dat in elk geval twee gevoelens bij ons al zijn uitgeroeid, namelijk Pudor communis en Misericordia, en als ik me niet vergis ook Integritas en Indignatio.

Je kon overigens op je dooie vingers natellen dat het moest gebeuren. Al lang geleden heb ik mij naar gemaakt over het feit dat vooral in Nederland ieder verstandig initiatief lijkt te worden overgenomen door imbecielen en gevaarlijke gekken die het binnen kortere of langere tijd veranderen in een boosaardige karikatuur. Wat er van overblijft is een soort terreur, door Michel Korzec onlangs samengevat als de "RaRa-mentaliteit'.

Ook in dit geval is de voorgeschiedenis gemakkelijk terug te vinden: in de laatste maanden is er van verschillende kanten op gewezen dat uit het bestrijden van onrechtvaardigheid en het opkomen voor de rechten van minderheden een cultus van gekwetstheid is ontstaan, die een redelijk onderscheid verhindert en de vrije meningsuiting bedreigt. Nog niet zo lang geleden schreef ik zelf over het cultiveren van slachtofferschap en de manier waarop de belijders ervan daar het gevoel aan ontlenen boven de wet verheven te zijn en gevrijwaard te moeten worden van tegenspraak en kritiek.

Maar ook dat kan weer worden geperverteerd en het stukje op de Achterpagina waaruit ik de vier bovenstaande zinnen citeerde is daar een voorbeeld van. Homoseksuelen gebruiken het "bulderende kanon' aids om - om wat? Om aanspraak te maken op speciale privileges? Op straffeloosheid? Het stilzwijgende uitgangspunt is hier dat homoseksualiteit eigenlijk als iets laakbaars wordt beschouwd, iets dat redelijkerwijze zou moeten worden ingeperkt, iets dat onderworpen zou moeten zijn aan kritiek maar het niet is, en wel omdat die kritiek door dat bulderende kanon de mond wordt gesnoerd.

Waar die kritiek uit zou moeten bestaan wordt niet gespecificeerd. Dat komt omdat de vergelijking vals is. Er bestaat geen homoseksueel equivalent van bijvoorbeeld de campagne tegen "dead white males', ik ken geen gevallen van zich boven de wet verheven achten op grond van homoseksualiteit, van het claimen van speciale voorrechten, van "positieve discriminatie', van het willen verbieden van toneeluitvoeringen, van het onthouden van burgerrechten aan tegenstanders, laat staan van terrorisme en geweldpleging a la RaRa. Er wordt gesuggereerd dat er sprake is van "te veel' begrip, te veel begrip voor homoseksualiteit dus, en dat is dan nog de onschuldigste interpretatie.

Je zou er namelijk ook in kunnen lezen dat het de aids zelf is, die "gesel Gods' (komisch eufemisme), waar we te veel begrip voor hebben. Ik ben er niet zeker van dat dat niet de werkelijke bedoeling is.

Ik weet niet of ik van het uitroeien van Misericordia ooit een infamer voorbeeld gezien heb.

De infamie is trouwens toch al het terrein waarop de aids-tragedie zich bij voorkeur afspeelt. Het is namelijk aan geen twijfel onderhevig dat de bestrijding van deze ziekte pas energiek ter hand is genomen toen duidelijk werd dat niet alleen homoseksuelen er het slachtoffer van kunnen worden. Aanvankelijk maakte de weldenkende mensheid zich er niet bijzonder druk over. Het moment dat onderkend wordt dat dit een van de meest barbaarse bladzijden is van de twintigste eeuw is kennelijk nog ver weg; zelfs op dit ogenblik lopen er op de wereld nog een paar miljoen griezels rond in wier vrome koppen het begrip gesel Gods met betrekking tot aids allerminst een eufemisme is, maar meer een soort hemels potenrammen. Intussen gaat het sterven gewoon door, ook onder de medewerkers aan deze krant, en een onbekend aantal mensen loopt met een doodvonnis in de aderen.

Te veel begrip, klaagt de schrijver van dat artikeltje en hij krijgt er het zuur van.

N.B. Dit heeft uiteraard niets te maken met de debiele Postbus 51-reclamespots op de televisie, die het alleszins verdienen belachelijk te worden gemaakt; maar zoals alleen al uit de hier geciteerde uitspraken blijkt ging het in dat stukje opzettelijk of uit domheid (ik denk het laatste) om iets heel anders.