Regeringscrisis in Estland verrassend snel naar oplossing

TALLINN, 31 JAN. Estland heeft sinds gisteren een nieuwe regering. Het kabinet wordt geleid door premier Tiit Vähi, die de afgelopen vier jaar minister van transport is geweest. Vähi kreeg gisteren met 52 stemmen voor, 0 tegen en 22 onthoudingen het vertrouwen van het Estse parlement.

Daarmee komt verrassend snel een eind aan de regeringscrisis - de eerste in Estland sinds het land onafhankelijk werd - die op 24 januari uitbrak door het aftreden van Vähi's voorganger, Edgar Savisaar. Savisaar had op 16 januari nog de instemming van het parlement gekregen voor zijn voorstel naar aanleiding van de dramatische economische situatie de 'economische noodtoestand' uit te roepen. In het kader daarvan zou een aantal speciale economische maatregelen worden genomen, zoals een betere beveiliging van de grenzen, een verscherping van de controle op de bedrijven, strenge maatregelen tegen prijsopdrijving en hamsteren en bestudering van de mogelijkheid bij een verdere verslechtering van de verzorgingstoestand de grote steden te ontruimen en de bevolking naar het platteland over te brengen.

Nauwelijks vier dagen nadat het parlement had ingestemd met dit pakket maatregelen van Savisaar bedacht een aantal fracties zich. Zij saboteerden de verkiezing van de parlementariërs die namens het parlement zitting zouden nemen in de gezamenlijke commissie van regering en parlement, die de maatregelen in de praktijk zou moeten brengen. Als gevolg daarvan zag Savisaar zich gedwongen af te treden.

De nieuwe regering zal de maatregelen uitvoeren en het beleid van Savisaar niet wezenlijk veranderen. In het nieuwe kabinet zijn zeven ministers uit Savisaars ploeg opgenomen. De nieuwe premier staat bekend als een uitgesproken pragmaticus, die als minister van transport in de periode voor de onafhankelijkheid een stokje heeft gestoken voor de pogingen van pro-communistische organisaties van de Russische minderheid Estland door stakingen in het transport lam te leggen, teneinde het onafhankelijkheidsstreven te frustreren. Ook de meeste leden van Vähi's regering staan bekend als pragmatici.

De nieuwe regering heeft het plan voor mogelijke evacuatie van de grote steden inmiddels laten varen, niet alleen omdat de verzorgingssituatie als gevolg van energieleveranties uit Finland en Zweden de afgelopen twee weken aanzienlijk is verbeterd, maar ook omdat een grootscheepse evacuatie van de grote steden in de praktijk niet uitvoerbaar is gebleken. Savisaar was er nog van uitgegaan dat als gevolg van het ontbreken van een tussenhandel tussen dorpen en steden, op het platteland veel meer voedsel ter beschikking is dan in de steden. Dat wordt door niemand bestreden. Maar zelfs de evacuatie van de 200.000 inwoners van Mustamäe of Lasnamäe, twee van de grote voorsteden van Tallinn, zou aan de relatieve overvloed op het platteland direct een eind maken. Bovendien ontbreekt de brandstof om dermate grote aantallen mensen te verplaatsen. De politieke crisis heeft de afgelopen maanden vooral rond de persoon van Edgar Savisaar gedraaid. Het parlement, nog gekozen in de communistische periode en voorzien van een groot aantal communisten en vertegenwoordigers van de Russische minderheid en het voormalige Sovjet-leger, is al maanden uit op het hoofd van Savisaar. Savisaar, zonder twijfel Estlands beste politicus en oprichter van het Volksfront dat in 1990 en 1991 het onafhankelijkheidsstreven heeft aangevoerd, heeft van zijn kant maar weinig pogingen gedaan de steeds fellere confrontatie met het parlement in te dammen. Als gevolg van die confrontatie heeft het politieke leven en daarmee het hele hervormingsproces, de afgelopen drie maanden in een patstelling verkeerd: het parlement wees consequent alle voorstellen van Savisaar van de hand, maar was niet bij machte zelf acceptabele wetten te formuleren. Daarom is er nog steeds geen privatiseringswet, geen eigendomswet, geen wet op het staatsburgerschap en geen nieuwe eigen munt. De chaos werd nog vergroot door het feit dat de verkiezingen van 1990 op individuele basis en niet op basis van politieke partijen zijn gehouden. Er bestaan nog steeds nauwelijks partijen. In het parlement bestaan wel fracties, die echter vrijwel dagelijks van samenstelling veranderen.

De nieuwe regering van premier Tiit Vähi moet binnen enkele maanden een nieuwe grondwet formuleren, gevolgd door een nieuwe kieswet. Daarna wordt naar verwachting nog voor het begin van de zomer een nieuw parlement gekozen.