Klank van baritonsax in kleur vertaald

Tentoonstelling: Jef Diederen 'Zo de schilder'. Schilderijen en werken op papier 1960-1991. T/m 1 maart in het Stedelijk Museum Schiedam. Open: di t/m za 10-17 u; zo 12.30-17 u. Recent werk van Diederen t/m 23 februari bij Galerie Van Mourik, Witte de Withstraat 19a, Rotterdam.

Boek 'Jef Diederen' met teksten van Bert Schierbeek, Lucebert en Erik Slagter. Kempen Pers bv, Hapert. Prijs: ƒ 89,-.

Bij het bekijken van de tentoonstelling van Jef Diederen in het Stedelijk Museum Schiedam valt op dat de schilderijen, gouaches en aquarellen allemaal een titel hebben. Het typeert de schilder Diederen dat hij de beschouwer niet in het ongewisse laat over zijn inspiratiebronnen. Bij Zonder titel lijkt het vaak of kunstenaars de beschouwer op afstand willen houden, zij gunnen hem of haar geen blik in hun keuken. Of zouden zij de beschouwer juist bewust vrij willen laten bij de interpretatie? Diederen biedt wel een aanknopingspunt, maar tegelijk weerspreekt het werk elke suggestie van dwang. Zijn composities met heldere, lichte kleuren roepen een gevoel van ruimte en vrijheid op.

Jef Diederen (Heerlen 1920) behoort tot de groep 'Amsterdamse Limburgers', onder wie Pieter Defesche en Ger Lataster, die zich na de Tweede Wereldoorlog in de hoofdstad vestigden. Mijnstreek, het enige landschap op de tentoonstelling dat voor 1960 ontstond, brengt die achtergrond in beeld. Het is nog in gedempte groenen en grijzen geschilderd. Pas in de jaren zestig komt de kolorist Diederen tot volle ontplooiing, zoals te zien is in een zaal waar aan de ene kant Feest van de Joodse kinderen (1961) hangt en aan de andere Souillac I (1969). In het eerste werk overheersen dramatische contrasten tussen diep zwart en sprekende kleuren. Het stralende geel met de rode accenten van Souillac werd geïnspireerd door het Zuidfranse landschap.

In het oeuvre van Diederen komen deze twee kanten steeds weer naar voren. Lyrische impressies van de natuur worden afgewisseld met series werken, veelal op papier, waarin de kunstenaar zijn betrokkenheid verbeeldt met onderdrukte groepen zoals de Indianen (1981-82) en de Palestijnen (1989-90).

Oorlogsherinneringen krijgen in de vroege jaren zestig vorm in bewogen, monumentale doeken. Diederen werkt met opvallende formaten zoals te zien is aan het smalle, verticale Teken van rouw (1962). Hetzelfde geldt voor later werk, zoals de langgerekte totempalen en de series ronde en ruitvormige doeken.

Aanleiding tot het ontstaan van de schilderijen over de jodenvervolging en de bezetting was een kranteartikel, schrijft Erik Slagter in het boek dat de tentoonstelling begeleidt. Een zakelijk verslag van de massamoord op een groep joden in de Oekraïne, in 1942 opgetekend door een Duitse soldaat, greep Diederen zo aan dat hij bij de tekst zes gouaches maakte. Ook het boek Ezel mijn bewoner van Bert Schierbeek dat in 1963 verscheen, riep bij hem zoveel beelden op uit de oorlog dat er een reeks van vijfentachtig gouaches en tekeningen ontstond. Vijf werken uit deze serie die nu in het bezit is van de Rijksdienst Beeldende Kunst, zijn in Schiedam te zien.

De vriendschap van Diederen met de vijftigers Schierbeek en Lucebert blijkt uit de gedichten en teksten die beiden in de loop van de tijd over hem hebben geschreven en die zijn opgenomen in het boek. Zo is de titel van deze tentoonstelling Zo de schilder ontleend aan de gelijknamige tekst van Schierbeek voor een diaprogramma uit 1963 over Diederen:

Wat doet de schilder?

hij verlengt zijn hand tot de ruimten

die zijn ogen vullen met vormen

die zijn ogen zullen zien

Behalve literatuur en andere teksten levert ook de muziek motieven. Aan de jazzmusici Hamiet Bluiett en Albert Ayler zijn verschillende doeken gewijd. Zij roepen de vraag op hoe Diederen de klanken van een baritonsax 'in kleur vertaalt'. Als jongetje keek en luisterde hij al naar het opstijgen van een zingende leeuwerik, vertelde hij eens, 'Zo'n leeuwerik verdwijnt in het blauw, maar je blijft hem horen, een eenheid van klank en kleur die me fascineerde.'

Diederens ideeën over de parallellen tussen muziek en beeldende kunst lijken, anders dan van bijvoorbeeld kunstenaars als Kandinsky, minder strikt. Ritmes van kleur en lijn of van klanken brengen gevoelens tot uitdrukking die een psychologisch effect op de kijker of luisteraar hebben, meende Kandinsky. Hij legde een direct verband tussen bepaalde kleuren en klanken, bijvoorbeeld tussen helder blauw en de toon van een fluit, tussen donkerblauw en een cello. Citroengeel vergeleek hij met het schrille geluid van een trompet. De schilderijen van Diederen lijken intuïtiever tot stand te komen.

Ondanks de verschillen in de thema's die Diederen kiest, bepalen harmonie en schoonheid het beeld van deze tentoonstelling. Zelfs de tekeningen van groepjes stenengooiende Palestijnen die waarschijnlijk naar aanleiding van televisiebeelden werden gemaakt, zijn niet rauw of agressief. Het aureool der schoonheid, waarover Lucebert in een gedicht voor Diederen schreef, raakt niet vertroebeld.