Kamer twijfelt over effecten grensakkoord

DEN HAAG, 31 JAN. Het lijkt uitgesloten dat invoering van maatregelen in het kader van het Akkoord van Schengen, dat de afschaffing regelt van de grenscontroles tussen de deelnemende landen, op de geplande datum van 1 januari 1993 zal doorgaan.

Dit bleek gisteren tijdens de eerste termijn van het debat in de Tweede Kamer over de hoofdlijnen van het Akkoord van Schengen.

Tijdens het debat maande staatssecretaris Dankert (Europese zaken) de Tweede Kamer tot grotere spoed bij de ratificatie van de Uitvoeringsovereenkomst van het Akkoord van Schengen. De Tweede Kamer zal echter pas in juni spreken over de ratificatie van het verdrag. Daarmee is nu al te voorzien dat de Eerste Kamer nooit voor de geplande datum van 1 januari 1993 met de behandeling gereed kan zijn. Het verdrag kan pas in werking treden als het in de vijf oorspronkelijke Schengen-landen (de Benelux, Frankrijk en Duitsland) geratificeerd is.

Gisteren bleek dat de twijfels bij de verschillende fracties in de Tweede Kamer over de effecten van het Akkoord van Schengen alleen maar zijn toegenomen sinds de Europese top in Maastricht. Schengen regelt, vooruitlopend op de Europese eenwording, de afschaffing van de controle aan de binnengrenzen tussen de Benelux, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Portugal. Ter compensatie van de afschaffing van die controle is een reeks compenserende maatregelen in voorbereiding die onder meer betrekking hebben op het asielbeleid en op de samenwerking van politie en justitie in de Schengen-staten. Het was altijd de bedoeling dat de intergouvernementele afspraken binnen Schengen-verband zo snel mogelijk langs communautaire weg te bestendigen. Tijdens de Europese top kwam echter vast te staan dat hiertegen bij met name Engeland en Denemarken grote bezwaren bestaan.

Nu de parlementaire controle en rechterlijke toetsing niet via de EG-organen zijn bereikt, wilden alle fracties garanties van het kabinet dat die controle en toetsing alsnog via aanvullende protocollen geregeld worden.

Dankert beloofde de Kamer zich maximaal te zullen inzetten voor zijn plan om het Europese Hof in Luxemburg bevoegd te maken te oordelen over geschillen bij de uitleg van het verdrag. Verder zegde hij toe de Kamer vooraf te informeren en te betrekken bij besluitvorming in Schengen-verband.

CDA-woordvoerder Gualthérie van Weezel stelde goedkeuring van zijn fractie voor ratificatie van het verdrag afhankelijk van de invoering van een identificatieplicht “zonder mitsen en maren”. Minister Hirsch Ballin (justitie) verwees naar het wetsvoorstel over de identificatieplicht dat op dit moment in voorbereiding is. Hij benadrukte dat dit conform de afspraken in het regeerakkoord geen algemene identificatieplicht zal worden.