"Je kunt je vinger door zo'n oor steken'

DEN HAAG/LEEUWARDEN, 31 . Diverse boeren weigeren mee te doen aan het oormerken, het registratiesysteem voor kalveren dat sinds 1 oktober van het vorig jaar verplicht is gesteld. Veehouder Hellinga uit Aldtsjerk bijvoorbeeld. De oormerken heeft hij afgelopen maand verwijderd. “De beesten hebben nog gaten in hun oren waar je je vinger doorheen kunt steken.”

Staatssecretaris Gabor (landbouw en natuurbeheer) denkt dat weigeraars zichzelf zullen tegenkomen. “Wie zich buiten de orde stelt, komt voor grote problemen. Hoe moet hij zijn dier in de handel brengen?”, vraagt Gabor. Hellinga weet het antwoord. Hij geeft de kalverhandelaren die zijn dieren opkopen een doos met de gele flappen mee. “Die kunnen ze er op het laatste moment voordat de kalveren naar de slachterij gaan inzetten, als ze willen. Maar weinig handelaren doen dat eerder omdat ze het risico niet willen lopen dat het dier doodgaat.”

Vroeger werden runderen geregistreerd door het schetsen van de vlekken van het dier op een kaart. Het oormerken zou beter voldoen aan de Europese richtlijnen die in 1993 van kracht worden. Omdat steeds meer koeien een effen vacht hebben, voldoet het schetsen niet meer, stelt het ministerie van landbouw. Maar boer Hellinga twijfelt aan de fraudebestendigheid van de oormerken. “Je rolt ze op en trekt ze zo van het oor.”

Staatssecretaris Gabor onderschrijft de stelling dat “het aanbrengen van een oormerk een ingreep is en blijft”. Zo schreef hij het gisteren aan de Tweede Kamer. “Het dierlijk lichaam zal reageren met een afweerreactie die van zeer verschillende intensiteit en tijdsduur kan zijn.” Maar met oormerken valt te leven, vindt Gabor, althans: hij meent dat kalveren dat moeten kunnen.

Dat vindt ook de Utrechtse hoogleraar dr. E. Gruys van de faculteit der diergeneeskunde die enig oormerkonderzoek heeft verricht. “Niet-merken is altijd beter voor de gezondheid”, erkent hij. Maar principiële bezwaren tegen dit registratiesysteem heeft hij niet. Waar het om gaat - en waaraan het wel heeft ontbroken - is dat de juiste merken en de juiste combinatie van oormerken worden gekozen “en dat je wat meer oog hebt voor de individuele wensen van de veehouders”.

Op het label staan een groot oormerknummer en een kleiner, negencijferig levensnummer dat ook als streepjescode is afgedrukt. Beide oren worden van zo'n label voorzien om de eenvoudige reden dat een koe wel eens één, maar bijna nooit twee oormerken zou verliezen. De boer wordt geadviseerd de labels met de tang dicht bij de kop, tussen twee horizontaal lopende nerven te drukken. Het is belangrijk dat hij dat goed doet “om verlies of uitscheuren tegen te gaan”, aldus de instructie.

Als de boeren het label te groot vinden, dan mogen ze van Gabor straks de onderste helft eraf halen. Daarop staat het oornummer en dat is eigenlijk alleen maar voor de eigenaar zelf van belang: zo kan hij zijn vee makkelijk herkennen. Achter het levensnummer daarentegen gaat alle informatie schuil die voor de handel relevant is. De koe loopt ermee rond tot de dood erop volgt. Dat laatste gebeurt nu juist wel eens te snel, is het oordeel van tegenstanders van oormerken. De labels kunnen oorontstekingen veroorzaken en daarmee verdere infecties met funeste gevolgen.

Door middel van een telefonische enquête onder 1.244 melkveehouders en 248 kalvermesters is het bureau NSS Agrimarketing Holland in opdracht van Gabor nagegaan hoeveel runderen met oorontsteking rondliepen sinds ze met de tang waren behandeld. Het resultaat viel de staatssecretaris wel mee. Op de melkveehouderijbedrijven bleek 2,6 procent van de kalveren oorontsteking te hebben. En wat is 2,6 procent? “Dat zijn 24.000 dieren”, zegt D.T. van Oers van de Dierenbescherming. “Dieren met een etterende wonde. En in de helft van de gevallen is de situatie zeer ernstig: daar is het weefsel in het oor aan het wegrotten. Dat kan tot complicaties leiden die de dood van het dier tot gevolg hebben.” Ook Van Oers, directeur van de inspectiedienst van de Dierenbescherming, weet uit eigen ervaring van zulke sterfgevallen.

De Dierenbescherming heeft haar verzet tegen de oormerken niet opgegeven. De president van de Haagse rechtbank had de uitspraak in een kort geding dat de Dierenbescherming had aangespannen opgeschort in afwachting van het onderzoek. Van Oers rekent nu op een spoedig vonnis. Ook de Stichting Diervriendelijke Registratie voor Runderen, opgericht door actiegroepen tegen het oormerken, gaat een kort geding aanspannen tegen het ministerie van landbouw.

Toch is de Dierenbescherming niet per definitie tegen oormerken. “Wij erkennen de noodzaak van zo'n registratiesysteem”, zegt Van Oers. Maar dan moet er wel een methode worden toegepast die schoon en a-septisch is. Gabor heeft de SGD gevraagd een "plan van aanpak' te maken om meer bedrijfsgericht te werken. Want dat is de overtuiging die hij aan het onderzoek heeft ontleend: de oorzaken van de oorontstekingen moeten bij de bedrijven zelf worden gezocht. Bij 88 procent van de bedrijven bleek geen oorontsteking te zijn geconstateerd; een betrekkelijk klein aantal had juist een groot aandeel in het totaal. De suggestie dat het "dus' aan de boeren zelf ligt, is “beledigend” vindt het Tweede-Kamerlid Ter Veer (D66). Ter Veer, behalve parlementariër ook agrariër, gaat de kwestie in de Kamer aan de orde stellen.

J. Zijlstra van de Stichting Diervriendelijke Registratie voor Runderen heeft sinds november 5.000 klachten van veehouders uit het hele land gekregen over het oormerken. Dat er in Friesland meer geoormerkte kalveren met ontstekingen rondlopen verklaart zij uit de grotere mondigheid van de Friese boeren. “In het Zuiden durven de veehouders hun mond minder snel open te doen. Als boeren uit Noord-Brabant en Limburg me bellen of een brief sturen, gebruiken ze alleen hun voornaam. Ze zijn bang dat de Gezondheidsdienst voor Dieren het bedrijf blokkeert.” Volgens Zijlstra kan ook de grotere bezorgdheid van de Friese boeren voor hun vee een rol spelen. “Het kan zijn dat wij een ontstoken oor van een kalf eerder als een probleem beschouwen dan de rest van Nederland.”