Iraniër in commissie mensenrechten van VN zorgt voor opschudding

De publikatie van een nieuw rapport over schendingen van de mensenrechten in Iran door Amnesty International is deze week samengevallen met de benoeming van een hoge Iraanse diplomaat als vice-voorzitter van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties in Genève. Iran is ook een van de landen die jaar in jaar uit door de Mensenrechtencommissie worden veroordeeld wegens schendingen van de mensenrechten.

De vice-voorzitters van de Commissie worden voorgedragen door geografische groepen, in het geval van Iran de Aziatische, en vervolgens door de 53 leden, min of meer automatisch, bij consensus bevestigd. De Aziatische groep had oorspronkelijk Indonesië willen voordragen, maar zij was bezweken voor druk van Teheran. Van de leden heeft alleen de Amerikaanse ambassadeur publiekelijk kritiek geoefend op Irans uitverkiezing.

Verder hebben enkele diplomaten en vertegenwoordigers van mensenrechtengroepen en internationale organsiaties die anoniem wilden blijven, de beslissing als “schandelijk” dan wel “schokkend” betiteld. De Iraanse verzetsbeweging Mujahedeen-Khalq daarentegen sprak graag een openbare veroordeling uit. Volgens de beweging is de man in kwestie, VN-ambassadeur Cyrus Nasseri, bovendien “een bekende coördinator van het terrorisme van het Khomeinistische regime in Europa”. De Mujahedeen-Khalq zegt dat Nasseri direct was betrokken bij de moord in Zwitserland op professor Kassem Rajavi, een broer Mujahedeen-leider Massoud Rajavi, op 24 april 1990.

De Iraanse regering zoekt al enige tijd toenadering tot het Westen in de veronderstelling dat Westerse investeringen zullen bijdragen tot verbetering van Irans rampzalige economische situatie. Om het Westen gunstig te stemmen, maakt Teheran ook gebaren op het gebied van de mensenrechten. Zo wordt de laatste twee jaar meegewerkt aan inspecties door een speciale rapporteur van de Mensenrechtencommissie.

Ook werd eind vorig jaar overeenstemming bereikt met het Internationale Rode Kruis over toegang van het Rode Kruis tot Irans gevangenissen. De bezoekregeling die onder het regime van de sjah had bestaan, werd na de Islamitische Revolutie door Teheran opgezegd. Volgens Westerse diplomaten die de onderhandelingen met het Rode Kruis vorig jaar van zeer nabij volgden, had de soepeler houding van de Iraanse autoriteiten rechtstreeks te maken met hun verlangen naar betere relaties met het Westen.

Dat verlangen gaat echter niet zo ver dat nu ook de mensenrechten worden geëerbiedigd. “Ernstige schendingen van de mensenrechten duurden voort in de Islamitische Republiek Iran in 1991, met honderden politieke arrestaties, oneerlijke processen, foltering en meer dan 750 executies”, meldt Amnesty International in zijn nieuwste rapport. Politieke gevangenen worden gewoonlijk onmiddellijk na arrestatie gefolterd, maar martelingen kunnen in principe altijd plaatshebben. Methoden van fysieke foltering omvatten langdurige ophanging in verwrongen houdingen, verbrandingen met sigaretten en slagen op de rug en op de voetzolen met kabels of andere voorwerpen. Dat slaan kan uren duren, aldus Amnesty, en sommige gevangenen zijn daarna niet meer in staat te lopen en moeten zich naar hun cellen terugslepen. Amnesty merkt droog op geen weet te hebben van stappen om een eind te maken aan de folterpraktijken.

De organisatie wijst daarnaast op de buitengerechtelijke terechtstellingen van Iraanse oppositie-activisten in het buitenland, met name die van dr. Abdolrahman Boroumand in Parijs in april 1991 en op oud-premier Chapour Bakhtiar en zijn secretaris in augustus van dat jaar in een voorstad van de Franse hoofdstad. In de zaak-Bakhtiar vindt de politie steeds meer bewijzen van Iraanse regeringsbetrokkenheid, evenals in eerdere dergelijke moorden zoals die op de Iraanse Koerdenleider dr. Abdolrahman Qassemlou in juli 1989 in Wenen en op Kassem Rajavi.

Iran op zijn beurt ziet dit soort rapporten als het resultaat van het met twee maten meten door het Westen: schendingen van de mensenrechten in bevriende landen worden verdoezeld; een zwart beeld wordt geschilderd van de toestand elders. Opperrechter Hojatoleslam Morteza Moqtadai zei afgelopen december bij het derde bezoek van de rapporteur van de Mensenrechtencommissie te verwachten dat deze zich niets zou aantrekken van druk uit het Westen. “We hebben al aangekondigd dat onze rechters moslims zijn, en scrupuleus de mensenrechten naleven in overeenstemming met hun godsdienstig geloof voor zij het VN-handvest in aanmerking nemen. Want in de islam worden de mensenrechten in de hoogste mate gerespecteerd.”