Het margegenre

Bij droog weer hangen de meeste antikwaren bakken aan de vensterbank van hun etalageruit. Wat daar in zit doet een beetje denken aan wat er op het televisienieuws in de categorie vluchtelingenkampen te zien is. Willekeurig bij elkaar gestouwd, rafelig, vaal, gesjochten maar nog altijd met een laatste flakkertje hoop en het belangrijkste: een restant van waardigheid, uitgedrukt in de prijs. Die boeken kosten tussen één en vijf gulden.

Ga zo'n bak met vluchtelingen nooit voorbij want je weet niet wat ertussen zit. Vorige week zaterdag nog bij Egidius, NZ Voorburgwal: H.A. Gomperts, Jagen om te leven, voor een rijksdaalder, en een eindje verderop, aan de gracht een bundel genialiteiten van een mij bekende essayist, voor twee kwartjes. Het was een treurig gezicht, z'n naam en titel zo voluit in het limbo van de oudpapiermolen te zien en ook al omdat het zachtjes begon te regenen besloot ik hem te redden. Voor vijf dubbeltjes iemand de schande van de voddenbaal besparen: zo'n kans krijg je niet vaak. Een boek uit de bak wordt niet meer netjes voor je ingepakt, je stopt het gewoon in je zak.

Ongestoord aan m'n bureau gezeten, en me afvragend of ik de schok der herkenning zou ondergaan, begon ik te bladeren. Het was wel een schok, maar van de ontdekking. De vorige eigenaar had het goed gelezen en was al op pagina acht ermee begonnen, zijn gedachten in de kantlijn te schrijven. Daar stond: Ga je huiswerk maken!!! Een paar pagina's verder achter een lange accolade: Dit kan in twee regels! Toen dwars over een bladzij: WELJA!! en op de tegenoverliggende TOE MAAR!!! Zo ging het verder, pagina na pagina, essay na essay, waarbij het gaandeweg tot me doordrong dat die onbekende lezer terwijl hij tot zijn (ik nam aan dat het een man was) apoplexie naderde, iets wezenlijks aan deze bundel toevoegde. Het werd er spannende lectuur van. Hij had zijn beginnende ergernis tot woede gekoesterd en opgekweekt tot dolle drift. Hij was geen "begaafd schelder', maar dat gebrek aan talent werd ruimschoots goedgemaakt door de escalatie van zijn gevoelens en vooral het plezier waarmee hij die spiraal verder dreef. ALLE JEZUS! las ik, en woorden en uitroepen die ik in een kwaliteitskrant niet eens wil overschrijven. Steeds korter werden zijn kanttekeningen - kon je het zo noemen? Kantkreten. Het was te merken dat hij uitgeput raakte en zo sterk had deze lectuur me tot vereenzelviging gedwongen dat ik me ook moe begon te voelen. Daar kwam de laatste bladzijde. SUKKEL! had hij met een viltstift over al het beschikbare wit geschreven. Ik kon me niet herinneren, vijftig cent zo goed besteed te hebben.

De Amsterdamse Universiteits Bibliotheek heeft een poosje een exemplaar gehad van Freuds Vorlesungen zur Einführung in die Psychoanalyse dat door een geshockeerde lezer ook op zo'n manier was behandeld: "Viespeuk', enz. Daarna is dr Van Dieren gekomen met zijn boek waarvan ik me de titel herinner als Professor Freud of het Perverse Gevaar. Van Dieren - terloops gezegd - was een tragische man die zich ervan overtuigd hield de remedie tegen de beriberi te hebben gevonden. Hij had zich op een ingewikkelde manier vergist, wilde dat niet geloven en tronend op zijn wetenschappelijke misvatting probeerde hij de wereld ook van geestelijke kwalen te genezen. Vandaar zijn boek tegen Freud, meer dan tweehonderd pagina's verbittering. Een ander voorbeeld: de Engelse ingenieur H. Dircks die zich dusdanig ergerde aan alle mensen die een perpetuum mobile hadden uitgevonden, dat hij besloot daar voor goed een eind aan te maken. In twee delen heeft hij al die uitvindingen gerubriceerd en aan de kaak gesteld. Van Dieren heeft zich vergist, Dircks had gelijk, maar dat doet voor dit stukje niet terzake. Beiden schreven het gedreven proza dat ook de bundel van mijn vriend de essayist siert.

Ik noem dit: het margegenre. Het is niet "creatief' in de gebruikelijke zin; het is reactief. Ik vraag me daarbij af: waarom leest iemand tientallen slechte boeken zonder tot kanttekeningen te worden aangespoord en waarom gebeurt het hem dan plotseling bij een boek dat niet eens zo slecht is wèl? Waarom komen honderden honden elkaar dagelijks tegen zonder dat er een gevecht ontstaat, en dan, van de ene seconde op de andere hebben er twee de tanden in elkaars strot gezet? Lezen en schrijven zijn zeer primitieve bezigheden. Dat wordt door het margegenre bevestigd. Het is niet scheppend, het stottert meer dan dat het vloeit maar het komt voort uit de diepste spleten van de ziel.