Gestolen kunst verkocht om "te helpen'

DEN HAAG, 31 JAN. “Een schelmenromanverhaal”, oordeelde officier van justitie E. van der Voort donderdag bij de rechtbank in Den Haag, waar de heling van drie gestolen kunstwerken uit de zeventiende eeuw voorkwam.

De 51-jarige D.N., werknemer van het voormalige beveiligingsbedrijf Toetanchamon uit Den Haag, verkocht de drie schilderijen om de vrouw van directeur E.H. financieel te helpen, zo verklaarde hij. De verdachte werd in 1990 door het gerechtshof tot tien jaar cel veroordeeld onder meer voor aanslagen op een wethouder en Sijthoff Pers.

De officier eiste voor N. drie maanden voorwaardelijke celstraf en een boete van tien duizend gulden wegens opzettelijke heling. Voor de 50-jarige J.L. werd bij verstek - de verdachte bleek op zakenreis - zes maanden voorwaardelijk en 20.000 gulden boete geëist.

De diefstal van de drie zeventiende eeuwse schilderijen is nooit opgehelderd. In december 1986 werden de doeken van onbekende meesters uit de regentenkamer van het Hofje van Hoogelande in Den Haag ontvreemd. N. trof de werken in 1989 in pakpapier aan bij Toetanchamon en nam ze mee naar huis toen het bedrijf in moeilijkheden verkeerde. Hij gaf toe te vermoeden dat ze waarschijnlijk van diefstal afkomstig waren.

Hij verklaarde er van L. veertienduizend gulden voor te hebben gehad, waarvan hij tienduizend aan de echtgenote van H. gaf. De gestolen schilderijen werden in 1990 ontdekt toen ze geveild zouden worden bij Christies. De politie kwam vervolgens N. en L. op het spoor. De totale waarde van de schilderijen wordt geschat op tussen de veertig- en zestigduizend gulden. Uitspraak op 13 februari.