GEORGE HABASH; Idool uit het verleden

George Habash, oprichter en absoluut leider van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), is een van de meest gerespecteerde figuren binnen de Palestijnse gemeenschap.

PLO-leider Yasser Arafat durfde nooit deze eeuwige criticus en concurrent uit te schakelen. Niet omdat het PFLP zo belangrijk is, maar omdat Habash de belichaming was en nog steeds is van het Arabische "neen': tegen het zionisme, tegen het Westerse kolonialisme en tegen de Arabische afhankelijkheid van de Westerse mogendheden. Voor Habash en de zijnen zijn zij de uitdrukkingen van één en hetzelfde verfoeide fenomeen: het imperialisme.

De Grieks-orthodoxe Habash werd geboren in het Israelische stadje Lydda en bevond zich in 1948 - tijdens de Israelische onafhankelijkheidsoorlog - als 22-jarige temidden van een groep wanhopige vluchtelingen. Het beeld liet hem nooit meer los en bepaalde zijn verdere leven. Tijdens zijn medische studie aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet richtte hij dan ook de Arabische Nationalistische Beweging op.

De belangrijkste doelstelling van deze verder niet ideologische Beweging was om alle Arabieren onder één vaandel te verenigen, gezamenlijk het imperialisme te bestrijden en de staat Israel te liquideren. De Arabisch Nationalistische Beweging was zeer aantrekkelijk voor veel Arabische christenen en niet-belijdende moslims. Want in een zee van islamitische gelovigen beloofde de Beweging een niet op de islam gebaseerde oplossing voor de Arabische problemen. De Beweging werd de moeder van vele nieuwe politieke ideologieën en groeperingen, die alle op de oorspronkelijke thema's doorborduurden.

Hun dromen werden in de loop van de jaren zestig wat wankel door de permanente Arabische onenigheid en de vermeende lafheid van de Arabische leiders tegenover Israel. Hun dromen werden pas goed verstoord door de verpletterende nederlaag van de Arabische legers tijdens de juni-oorlog van 1967. Habash trok zijn conclusies: de nederlaag was te wijten aan de "kleinburgerlijke' neigingen van zelfs de meest "progressieve' Arabische regimes. Hij richtte het PFLP op, dat een bondgenootschap beloofde tussen "de Arabische massa's' en "de werkelijk progressieve Arabische regimes'. Gezamenlijk zou men het zionisme, het imperialisme en de krachten van "de Arabische reactie' bestrijden. Habash werd marxist, hoewel nooit in die mate als zijn jongere collega en latere concurrent Nayef Hawatmeh.

De pan-Arabische oorsprong van het PFLP en haar nieuw gewonnen marxistische uitgangspunten leidden tot een nieuwe politieke strategie en tot nieuwe strijdmiddelen. Aangezien het PFLP de strijd had aangezegd tegen "de reactionaire Arabische regimes' en dus met grote felheid door alle Arabische regimes werd bestreden, moest de organisatie elders steun zoeken: bij de Sovjet-Unie en haar bondgenoten, maar vooral bij al die andere revolutionaire groepjes die in de jaren zestig in de hele wereld ontloken.

Terwijl voor Al Fatah de strijd om Palestina in de eerste plaats een nationaal-Palestijnse zaak was, en dus in eerste instantie met traditionele terroristische middelen (bloedige aanvallen op burgerdoelen) moest worden uitgevochten, geloofde het PFLP dat de Palestijnse strijd binnen een groter Arabisch kader lag. Daarvoor pasten andere methoden. Voor het PFLP werd de hele wereld één groot strijdtoneel: zowel tegen de joodse staat als tegen de Arabische reactie.

Het PFLP begon dan ook aan een serie spectaculaire vliegtuigkapingen, die in 1970 leidden tot een burgeroorlog in Jordanië, nadat Habash had aangekondigd dat “de weg naar Palestina via Amman gaat”. Het jaar daarop werden alle Palestijnse strijdgroepen en organisaties uit Jordanië verwijderd. Zij vestigden zich in Libanon en herhaalden daar precies dezelfde vergissing.

De niet-aflatende "gewapende strijd' van het PFLP leidde tot een groot aantal bloedige acties. In mei 1972 werden 26 christelijke pelgrims uit Puerto Rico op het Israelische vliegveld Lydda (tegenwoordig Ben Gurion) neergeschoten door een commandogroepje van het Japanse Rode Leger, dat door het PFLP voor die gelegenheid was ingehuurd. In 1976 kaapten PFLP-mensen en hun Duitse kameraden van de Baader Meinhof-groep een Frans vliegtuig en dwongen het op het vliegveld Entebbe in Oeganda te landen. En eind jaren zeventig voerde de beruchte Colombiaanse terrorist "Carlos' allerlei opzienbarende acties uit ten behoeve van het PFLP.

De afgelopen jaren werd Habash ouder en het PFLP iets minder gewelddadig. De beweging verloor aan politieke invloed. De strijd tegen het zionisme en het imperialisme kreeg een wat politieker karakter. En de reeds zieke Habash werd een idool uit het verleden.