Geobsedeerd door suiker; Chinua Achebe over het dagelijkse Afrikaanse leven

Chinua Achebe: Hoe meisjes oorlog voeren, 135 blz. Uitg. In de Knipscheer. Prijs ƒ 25,-

De grote drama's van Afrika - de oorlogen, de honger, de ziektes en de armoede - benemen door hun verpletterende omvang en tragiek een buitenstaander gemakkelijk het zicht op het geploeter in de alledaagse Afrikaanse werkelijkheid. Welke anekdotische gebeurtenis steekt tegen de achtergrond van de grote tragedies immers niet af als louter onbenulligheid?

Beelden van massa's hongerende vluchtelingen in troosteloze opvangkampen en verhalen over de dramatische omvang van de aids-besmetting in sommige steden behoren tot ons Europese collectieve bewustzijn. Maar wie kan zich een voorstelling maken bij zoiets gewoons als het leven van een doorsnee ambtenaar in Lagos, of de verkiezingscampagne voor een Afrikaanse gemeenteraad?

In de mooie bundel korte verhalen Hoe meisjes oorlog voeren vertelt de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe over precies dat soort gewone dingen. Hoewel de twintigste-eeuwse geschiedenis van grote drama's daarbij de onvermijdelijke achtergrond vormt, zijn de verhalen vol milde humor en ironie.

Net als de romans van Achebe worden zijn korte verhalen bevolkt door mensen aan wier bestaan de grote of kleine zekerheden ontvallen. Hun leven raakt uit balans, ze komen in conflict met hun omgeving of met zichzelf en ze verzeilen dikwijls in absurde situaties.

Een man die al jaren met behulp van veel steekpenningen verkiezingscampagnes voert voor de minister van cultuur, raakt hevig in verwarring als hij zelf van een politieke tegenstander een fors bedrag krijgt voor zijn stem. Een man die sinds de Biafra-oorlog geobsedeerd is door de angst om zonder suiker te komen zitten, jaagt zijn vriendin het huis uit als zij zes klontjes uit zijn rijke voorraad neemt. En de vrouw van een staatssecretaris die tot haar woede al haar personeel ziet weglopen, stelt daarvoor de regering verantwoordelijk, omdat die jong en oud naar school lokt met de verkiezingsstunt van gratis basisonderwijs voor iedereen.

Vrouwenoorlog

"Een wereld valt uiteen' heet de eerste roman (1958) van Achebe, of oorspronkelijk "Things fall apart'. Die woorden zouden niet alleen als motto kunnen dienen bij alle romans die Achebe sindsdien heeft geschreven, maar ook bij de korte verhalen uit Hoe meisjes oorlog voeren. Als de houvast van traditie en geloof zijn verdwenen, kan het kleinste incident het leven van een mens, een familie of een dorp op losse schroeven zetten. “Things fall apart; the centre cannot hold;/ mere anarchy is loosed upon the world”, zoals het citaat van W.B. Yeats luidt waaraan Achebe zijn titel destijds ontleende.

Niet zozeer hoe, als wel dat meisjes oorlog voeren geeft aan dat de traditionele Afrikaanse wereld inderdaad uiteengevallen is. De tijden dat de vrouwen alleen het vuur, de huisgoden en de kinderen mochten bewaken terwijl de mannen ten strijde trokken is voorbij - overigens al sinds de Vrouwenoorlog van 1929, de opstand van Nigeriaanse vrouwen tegen het Britse koloniale bestuur, zo brengt Achebe zijn lezers elders in herinnering.

In het titelverhaal van de bundel, dat in de afscheidingsoorlog van Biafra speelt, weet de verlichte minister van justitie van Biafra zich niet goed raad met een meisje dat wil meevechten voor de nieuwe natie. Maar het meisje zelf weet zich in het vuile oorlogsbedrijf wèl een rol aan te meten, ook al is die nog zo min. Haar verheven idealen is ze snel kwijt, maar haar richtingsgevoel in het leven niet. En dat is in de omstandigheden al heel wat; de meesten, de minister inclusief, lopen als kippen zonder kop in het rond.

Behalve twaalf verhalen bevat Hoe meisjes oorlog voeren ook een interessant interview met Achebe, onder meer over het verschil tussen Europese en de Afrikaanse literatuur over Afrika. Over zijn eigen literaire bewustwording vertelt hij: “Ik ging naar goede, op Engelse leest geschoeide scholen en verslond de boeken van Stevenson, Dickens en alle mogelijke Engelse romans die in Afrika speelden. (-) Op latere leeftijd realiseerde ik me dat die schrijvers me een rad voor ogen draaiden. Ik zat niet op de boot die de Kongo opstoomde in Heart of Darkness. Ik was een van die wonderlijke wezens die, als hij al werd opgemerkt, gekke bekken trekkend op de oever van de rivier op en neer sprongen.”

Maar ondanks de onderkenning van dat eigen Afrikaanse perspectief, hoort Achebe tot het soort literatuur dat culturele grenzen overschrijdt. Zijn verhalen en ook zijn romans (die overigens allemaal in het Nederlands zijn vertaald) hebben als voedingsbodem zowel Afrikaanse mythen en wijsheden als de Engelse klassieken. Achebe staat met met één been in beide culturen, en zijn hele werk draait om het historische gegeven dat die culturen steeds meer in elkaar overlopen. Of althans dat de Afrikaanse cultuur steeds meer aspecten van de Europese cultuur assimileert, steeds minder om dorpsoudsten en voorouderverering draait en steeds meer om bankkrediet, filevorming en massamedia. Misschien daarom ook spreekt zijn werk zowel in Afrika als in Europa zo aan. In het interview met Jan Kees van der Werk, de samensteller van de Afrikaanse Bibliotheek, citeert Achebe de Senegalese schrijver Cheikh Hamidou Kane: “U en ik hebben niet hetzelfde verleden gehad, maar we zullen absoluut dezelfde toekomst hebben.”