Europese wapenindustrie vecht voor behoud positie op defensiemarkt

Nu de Koude Oorlog voorbij is kunnen wapenfabrikanten veel poorten sluiten. In de Verenigde Staten kondigde president Bush deze week aan fors in het defensiebudget te gaan snijden. In West-Europa dalen de defensiebudgetten ook en vele tienduizenden werknemers van de Europese wapenindustrie verliezen hun baan.

“Het is een herstructurering zoals die na iedere oorlog gebeurt”, zegt Denis Verret, lid van de directie van het Franse bedrijf Thomson-CSF, de op een na grootste fabrikant van defensie-elektronica in de wereld. Dat betekent niet dat wapenfabrikanten in zak en as zitten nu een einde is gekomen aan de tijd dat in het kader van de wapenwedloop tussen Oost en West de vraag naar nieuwe wapens onbeperkt leek.

Ze zijn druk in de weer om af te slanken, marktposities te behouden, een harde concurrentiestrijd te leveren in de gebieden waar nog wel een groeiende belangstelling voor wapens is - het Midden-Oosten - en vooral om een positie te verwerven bij de wapens van de toekomst.

Ondanks de Amerikaanse bezuinigingen op het defensiebudget stijgt daarom wel het bedrag dat wordt uitgetrokken voor het onderzoek naar een ruimtesysteem om ballistische raketten tijdens hun vlucht te kunnen onderscheppen (SDI). Verret van Thomson-CSF, dat zelf ook onderzoek heeft gedaan voor SDI, houdt er rekening mee dat ook Westeuropese regeringen meer geld gaan uittrekken voor de ontwikkeling van wapens die gericht zijn tegen ballistische raketten. Want een les die uit de Golfoorlog wordt getrokken is dat een modern anti-raketsysteem onontbeerlijk is.

Het snoeien in defensiebudgetten zal vooral gevolgen hebben voor de producenten van traditionele wapens als kanonnen en tanks. De fabrikanten van technologisch hoogwaardig defensiemateriaal zullen er naar verwachting veel minder last van hebben.

In Duitsland zijn de grootste bezuinigingen uit de geschiedenis van de Duitse strijdkrachten aangekondigd: 44 miljard mark in dertien jaar. In Groot-Brittannië wordt verwacht dat binnenkort 40.000 banen in de defensiesector verdwijnen. In Frankrijk is de officiële schatting van het overheidsorgaan Délégation générale pour l'armement (DGA) dat dit jaar 12.000 tot 18.000 arbeidsplaatsen worden opgeheven.

In heel West-Europa is het aantal banen in de wapenindustrie de afgelopen twee jaar al met zestien procent gedaald tot anderhalf miljoen. Het einde van de Koude Oorlog is voor de wapenindustrieën niet plotseling gekomen. Eerst was er de ontspanning. In België nam in tien jaar tijd het aantal werknemers in de wapenindustrie af van 66.000 tot 25.000. In de Verenigde Staten wordt rekening gehouden met het verdwijnen van 500.000 banen tot 1995, wat het dubbele is van de vermindering van het aantal arbeidsplaatsen sinds 1985.

De Europese wapenindustrie is al enkele jaren bezig met een herstructurering. De traditioneel zeer nationale wapenindustrie is overgegaan tot internationale samenwerking, vooral omdat het kostbare onderzoek door één land niet meer te dragen is. Deutsche Aerospace, een dochter van Daimler-Benz, heeft aangekondigd dat het huidige militaire aandeel van 45 procent van de omzet in 1996 zal zijn teruggebracht tot 25 à 30 procent. Vorig jaar toonden de defensiebudgetten van de NAVO-landen in de meeste gevallen al dalingen.

Overschakelen van de militaire naar de civiele sector, in plaats van zwaarden ploegen gaan maken, stuit in de praktijk op zoveel problemen dat het niet aantrekkelijk is voor een industrie die tevens de positie op de defensiemarkt wil behouden. Bij Thomson-CSF wordt dan ook in het geheel niet in die richting gedacht. Deze producent van onder andere raketsystemen en elektronica voor gevechtsvliegtuigen denkt winst te kunnen blijven maken door zich te richten op behoud van de marktpositie voor de kernactiviteiten. Dit houdt in dat de produktie gerationaliseerd wordt, dat zoveel mogelijk zal worden bezuinigd en dat daarnaast gekeken wordt of er ook civiele toepassingen mogelijk zijn voor technologie uit de defensiesector. Het bedrijf verwacht dat het aandeel van de civiele sector in de omzet - op het ogenblik 21 procent - de komende tijd wat zal toenemen. Thomson-CSF maakt de laatste jaren een netto winst van zes procent van de omzet en wil dat in slechtere tijden zo houden.

De belangrijkste Nederlandse wapenfabrikant, Hollandse Signaalapparaten (Signaal) in Hengelo, behoort sinds 1990 tot Thomson-CSF en volgt geheel de lijn van de moederonderneming. Signaal, producent van radar- en vuurgeleidingssystemen, begeleidingssystemen voor luchtverkeer en militaire communicatiesystemen, haalt negentig procent van zijn omzet uit defensieopdrachten. Eind vorig jaar kondigde het bedrijf een reorganisatie aan, waarbij 700 van de 3.780 arbeidsplaatsen gaan verdwijnen.

E.A. van Amerongen, de voorzitter van de directie van Signaal, zegt dat een omschakeling naar de civiele sector het risico in zich bergt dat het technisch niveau binnen het bedrijf verlaagd wordt. “Het gevaar bestaat dat je ten slotte niets meer goed kan, dat je vakmanschap vermindert om in de civiele sector te kunnen meekomen.” Maar als er in de burgersector iets is waar defensietechnologie toegepast kan worden, heeft Signaal grote belangstelling. Zo levert Signaal sinds een jaar technologie aan de Nederlandse Spoorwegen om treinen als zij dichter achter elkaar zitten toch veilig te kunnen laten rijden. Signaal maakt daarbij gebruik van de radartechnologie.

Thomson-CSF nam Signaal enkele jaren geleden van Philips over omdat de onderneming Europeser moest worden, minder exclusief afhankelijk van de Franse thuismarkt. Omgekeerd kreeg Signaal door de toetreding tot Thomson-CSF toegang tot de klanten van het Franse concern. Verder heeft Thomson-CSF een voet tussen de deur gekregen bij bij voorbeeld de Duitse defensie, een Signaal-klant. De enige andere Europese doorbreking van nationaal afgeschermde posities in de wapensector was de afgelopen jaren de overneming van het Britse Plessey door Siemens uit Duitsland.

Probleem van zo'n Europese positie is wel dat een onderneming te maken krijgt met verschillende regeringen, die uiteenlopend kunnen denken over het verlenen van de exportvergunningen die in de defensiesector zijn vereist. Zo wil Thomson-CSF fregatten gaan leveren aan Taiwan, waarvoor een Franse exportvergunning is vereist, uitgerust met radar van Signaal, waarvoor de Nederlandse regering een vergunning moet geven. Politiek ligt deze zaak in Nederland gevoeliger dan in Frankrijk.

Een grote thuismarkt is mede belangrijk voor de financiering van onderzoek en ontwikkeling. Dat onderzoek blijft van wezenlijk belang voor de wapenindustrie, ook nu de Koude Oorlog voorbij is. De wapenfabrikanten beschouwen de huidige periode als instabiel, maar verwachten dat de vraag naar afweermiddelen tegen raketten met chemische en nucleaire koppen die uit alle richtingen kunnen komen, in de toekomst zal groeien. “In de Koude Oorlog werd het gevaar uit één richting verwacht, nu weet je niet meer uit welke richting het komt”, zegt Verret.

Het is nog onduidelijk welke Amerikaanse industrieën als gevolg van de bezuinigingen op defensie zullen verdwijnen. Vast staat dat Europese wapenfabrikanten in het Midden-Oosten een hardere Amerikaanse concurrentie kunnen verwachten. Verzwakking van de thuismarkt betekent dat de Amerikanen net als de Europeanen afhankelijker worden van de exportmarkt. Maar Britten en Fransen (26 procent van de export van Thomson-CSF) hebben al gevestigde posities in het Midden-Oosten.

Signaal-directeur Van Amerongen denkt dat zijn bedrijf, een “centre d'excellence” van Thomson-CSF, in de hoek van de defensiesector zit waar de beste toekomstmogelijkheden zijn. Hij verwacht dat de wapenmarkt over enkele jaren geheel gedomineerd wordt door elektronicaproducenten. Het succes van de voor radar onzichtbare Stealth-vliegtuigen in de Golfoorlog heeft de vraag gestimuleerd naar een radarsysteem dat zulke vliegtuigen wel kan waarnemen. Maar een wapenfabrikant is ook van toeval afhankelijk. Van Amerongen zegt dat een aanval op een Nederlands of Brits marineschip dat tijdens de Golfoorlog was uitgerust met het Signaal-luchtafweersysteem Goalkeeper de verkoop had kunnen bevorderen. “Als zo'n aanval gepareerd zou zijn, zou de hele wereld geweten hebben wat een Goalkeeper is. Dat zou zeer positief voor ons gewerkt hebben.”