Een voet met expressieve tenen; Tentoonstelling van Andre Mantegna en zijn navolgers in Londen

De Italiaanse renaissance-schilder Andrea Mantegna (1430-1506) had twee obsessies: de klassieke beeldhouwkunst en het perspectief. In zijn werk wemelt het van de fragmenten van klassieke beelden en architectuur. Eeuwenlang is hem verweten koel, stenig en onpersoonlijk te hebben gewerkt. In Londen is nu een grote Mantegna-tentoonstelling te zien. “De ideaal geproportioneerde figuren lijken soms van marmer en sommige koppen hebben een maskerachtig uiterlijk, maar er gaat wel degelijk iets in om, ze zijn allerminst emotieloos.”

Andrea Mantegna tot 5 april in de Royal Academy, Londen. Van 9 mei tot 12 juli in het Metropolitan Museum of Art in New York. Catalogus ƒ 85,30.

Het eerste schilderij op de grote Mantegna-tentoonstelling in de Royal Academy heeft de heilige Hieronymus tot onderwerp. In een stenig landschap waar de onherbergzaamheid wordt verzacht door een riviertje en een paar bomen, zit de heremiet voor de grot die hem tot woning dient. Als zitplaats dient een in de steen uitgehouwen zetel. Zijn rechterelleboog steunt op die rots, de linkerhand rust op een boek dat op zijn beurt weer op de dij van de heilige staat. In wankel evenwicht. Hieronymus zit verankerd in die rots, zoals alles op dit schilderij verankerd is: twee andere boeken en het schrijfgerei liggen op een stenen plateau en daarboven stevig vastgebonden met touwen hangt een plank. Het olielampje is vast aan het plafond bevestigd. Dat boek op die dij is het enige labiele element in dit schilderij.

In de laatste zaal van de tentoonstelling hangt een serie van acht grote schilderijen op doek van bijna drie bij drie meter. Te zamen stellen ze de triomftocht van Julius Caesar in Rome voor. Dit is het tegendeel van verstilling. Dit zijn stuk voor stuk voorstellingen vol kabaal, van gejuich en gezang, van trompetgeschal en tamboerijngerinkel, van hoefgetrappel en olifantgesnuif. En hoeveel beweging en vaart er op deze wervelende show ook te zien is, alle personages - en dat zijn er tientallen - staan stevig op de grond geplant en van alle oorlogsbuit die meegevoerd wordt, loopt niets het risico om op de grond te vallen. Dat is een keurmerk van Mantegna: de grote stabiliteit van de uitgebeelde voorwerpen en personages.

Andrea Mantegna is een van die halfgoden uit de Italiaanse renaissance, iets ouder dan Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafael en iets minder bekend. Hij werd geboren in Padua in 1430 of 1431, kreeg een opleiding bij de middelmatige schilder Squarzione en onderhield nauwe contacten met de schilders van het nabijgelegen Venetië. Zo huwde hij een dochter van de schilder Jacopo Bellini. Op zijn twintigste kreeg Mantegna al de vererende opdracht om een reeks fresco's te schilderen in een kapel van de kerk van de Eremitani. Dit werk is in de Tweede Wereldoorlog bij een geallieerd bombardement verloren gegaan. Mantegna's roem verbreidde zich door heel Italië en in 1460 kreeg hij het verzoek om naar Mantua te komen, naar het hof van Ludovico Gonzaga, een centrum van kunst en geleerdheid. Met een onderbreking van twee jaar, waarin hij in Rome voor de paus werkte, bleef Mantegna in Mantua, waar hij in 1506 overleed. In het Palazzo Ducale aldaar is nog steeds de Camera Picta te bezoeken, de beschilderde kamer met grote, springlevende voorstellingen van de Gonzaga-familie en hun gevolg.

Mantegna was een vernieuwer, als schilder en als graficus. Al vroeg bracht hij de voorschriften van de schilder, architect en kunsttheoreticus Alberti in de praktijk. Diens invloedrijke tractaat De Pictura, voor het eerst openbaar gemaakt in 1434, gaf de taak van de kunstenaar aan en wees hem de weg naar de twee grote voorbeelden: de natuur zelf en de klassieke oudheid. Het bevatte technische voorschriften over de toepassing van het perspectief, de methode die het mogelijk maakte voorstellingen meer natuurgetrouw dan voorheen weer te geven en in het platte vlak diepte te suggereren. Mantegna heeft deze richtlijnen gewetensvol gevolgd. In het intellectuele klimaat van de universiteitsstad Padua lag de weg naar de klassieke oudheid onder handbereik. Niet alleen werkten er veel filologen, in de omgeving en in Venetië kwamen ook nog eens in overvloed de resten van de Romeinse cultuur aan de oppervlakte. De beelden of de fragmenten daarvan en de resten van klassieke architectuur hebben op Mantegna een diepe indruk gemaakt. De klassieke cultuur was de standaard zelf, voor schilders, beeldhouwers en dichters.

Nu hadden de schilders de pech dat er nauwelijks schilderingen over waren en dat men klassieke schilders als Apelles alleen uit teksten kende. Beelden daarentegen waren er in overvloed en kwamen ook dagelijks te voorschijn; de hele renaissance door namen schilders die beelden dan ook als voorbeeld en maatstaf. Ze wedijverden met de klassieke schilders: onzichtbare, als onovertrefbaar geldende voorbeelden, en het is de vraag of deze wedijver zo hardnekkig en vruchtbaar was geweest, wanneer er wel klassieke schilderkunst was overgeleverd.

Gretig

Met grote gretigheid en intensiviteit bestudeerde Mantegna zijn leven lang die stenen resten van de klassieke oudheid. Hij zocht ze op, verzamelde ze en tekende ze na. In zijn werk komen ontelbare fragmenten van klassieke beelden en architectuur voor. De ideale vormen en verhoudingen werden zijn voorbeelden en in de volmaakte rompen, armen en benen is dat duidelijk te zien. Mantegna heeft alle eeuwen door het verwijt gekregen koel, stenig en onpersoonlijk te hebben gewerkt. Inderdaad stelde hij welgeproportioneerde ideale lichamen samen, lijkt een borst vaak van marmer en hebben sommige koppen een maskerachtig uiterlijk, of iets massiefs, maar er gaat wel degelijk iets in om, ze zijn allerminst emotieloos.

De twee obsessies van Mantegna, perspectief en klassieke beeldhouwkunst, zijn in al zijn werk terug te vinden. Het zijn uitgewogen, strenge composities, waarin de figuren een sculpturale onverzettelijkheid bezitten. Mantegna bereikt dat door een laag gezichtspunt te kiezen. Zijn figuren staan soms zelfs op de onderkant van het beeldvlak, zodat men een sensatie krijgt als bij een toneelstuk dat men ziet, staande voor een toneelvloer die zich op ooghoogte bevindt. Dit betekent dat de onderkant van de personages grote aandacht krijgt, en bovenal de voeten, die soms over de rand uitsteken.

Wat had Mantegna met voeten? Ik weet het niet, maar hoe meer schilderijen en prenten ik in Londen zag, hoe meer ik het voetenwerk karakteristiek begon te vinden. Stevige, gedetailleerd geschilderde voeten, en face en en profil, met expressieve tenen. Heeft Mantegna van de beeldhouwkunst geleerd dat een beeld stabiel moet zijn? Dat een figuur overtuigend moet staan en niet mag omvallen en dat een zwakke houding de essentie van een beeld te niet doet? En heeft hij deze lessen getransponeerd naar het platte vlak? Het is opvallend hoe vaak Mantegna zijn figuren letterlijk heeft neergeplant om elke twijfel aan instabiliteit voor te zijn. Opvallend is ook dat er twee uitzonderingen zijn. Twee onderwerpen die in werkelijkheid juist wel geplant worden, heeft hij niet overtuigend weten neer te zetten: kruisen en bomen. Zij zijn niet in de aarde geworteld of geplant, ze staan er gewoon bovenop, zonder een spoor van wortels of van een gegraven kuil. Niet toevallig zijn ze beide van hout en niet van steen en komen ze ook niet voor in het klassieke beeldhouwersrepertoire. Hier had Mantegna geen voorbeelden.

In alle andere gevallen is Mantegna de zwaartekracht voorgeweest. De personages staan, of ze nu lopen of stilstaan, stevig op hun voeten en bovendien wordt er erg veel vastgehouden. Het bovengenoemde boek van Hieronymus kon nog omvallen, maar verder zijn er kruisen, boeken, zwaarden, banieren en trompetten die stevig in de hand worden gehouden, evenals natuurlijk Christus zelf: als kind geborgen in de armen van zijn moeder, later als Man van Smarten vastgehouden door engelen, bij de kruisafneming en bij de graflegging. Vooral bij de indrukwekkende prent die de kruisafneming voorstelt is dat vasthouden met de uiterste zorg gedaan. Rechts wordt het slappe lichaam gesteund door Josef op een ladder en achter het kruis heeft Nicodemus een lange doek onder de oksels van Christus gehaald, waarmee hij het lichaam langzaam laat vieren. Mantegna vocht tegen de zwaartekracht, terwijl dat strikt genomen in de schilderkunst helemaal niet nodig is.

Toch is dit maar een deel van het voetenverhaal. Mantegna besteedde buitensporig veel aandacht aan voeten ook wanneer die niet de basis voor het staan uitmaakten. Ook van liggende figuren benadrukt hij de voeten. Een van zijn beroemdste werken (niet op de tentoonstelling) is de dode Christus, gezien vanaf de voetenkant. Nadrukkelijk steken de voeten, nauwkeurig geschilderd met rimpels, nagels en schoongewassen wonden, het schilderij uit. Op een schilderij dat Judith met het hoofd van Holophernes voorstelt zien we op de voorgrond hoe Judith met een blik van afkeer het hoofd in een zak deponeert. Het lijk van Holophernes is afwezig, op een onderdeel na: achter in de tent waar het drama zich heeft afgespeeld is een van zijn voetzolen te zien. Ik heb geen verklaring voor die voetobssesie, behalve op twee andere in Londen niet aanwezige schilderijen met Sint Sebastiaan als onderwerp. De halfnaakte martelaar is met dikke koorden aan de paal gebonden. Aan zijn grote voeten ligt een fragment van een Romeinse sculptuur: een voet. Hier is de boodschap tweeledig. Het fragment verwijst naar de in verval geraakte klassieke oudheid, de periode waarin het martelaarschap van Sebastiaan zich afspeelt. Tegelijkertijd is deze stenen voet zo vlak naast Sebastiaans eigen voeten de visuele uitdrukking van de wedijver tussen beeldhouwkunst en schilderkunst en tussen de oudheid en Mantegna's eigen tijd.

Tederheid

De tentoonstelling laat 154 schilderijen, prenten en tekeningen van Mantegna en zijn directe navolgers zien. De nadruk ligt op de, overigens zwaar beschadigde en deels overgeschilderde, Caesar-serie en op de tekeningen en prenten. De Caesar-serie is de reden dat Mantegna nu in Londen wordt geëerd. De reeks van negen, waarvan er hier acht hangen, werd in 1621 gekocht door de Engelse koning Karel I en ze is tot op de dag van vandaag in Engeland gebleven.

De expositie in de Royal Academy is niet de meest complete Mantegna-tentoonstelling die denkbaar is. Waarschijnlijk zal die er nooit komen. Een deel van het werk is vernietigd, de fresco's in Padua en Mantua maken deel uit van de architectuur en veel schilderijen zijn te kwetsbaar om op transport gezet te worden. Daarom ontbreken in Londen helaas een paar sleutelwerken.

Van de prenten worden er tegenwoordig nog maar zeven aan Mantegna toegeschreven. Het komt nooit voor dat men ze, zoals hier, met voorstudies in verschillende stadia, bij elkaar kan zien. Mantegna is de eerste Italiaanse renaissancekunstenaar geweest die met dit medium zo intensief heeft gewerkt. Mantegna heeft na hardnekkig experimenteren het graveursvak onder de knie gekregen, met ongelofelijk trefzeker resultaat. Maar hij is er ook snel weer van afgestapt. Dat neemt niet weg dat Mantegna's roem zich juist door die prenten heeft weten te verbreiden. Dürer heeft ze in Venetië gezien en heeft twee prenten gekopiëerd. Later deed Rubens hetzelfde. Rembrandt bezat een boek met prenten van Mantegna. Een van Mantegna's gravures is een hoogtepunt uit zijn werk: Maria met kind. Rembrandt nam dat als voorbeeld voor een eigen ets, 170 jaar nadat Mantegna dit monument van tederheid geschapen had.