Een graag geziene gast; Dichter-spion Sascha Anderson en zijn slachtoffers

Dat er in de voormalige DDR spionnen werkten was bekend, maar wie had gedacht dat een talentvol dichter intensief voor de inlichtingendienst werkte? Sascha Anderson ("Hij is een epigoon, maar dat geeft niet') blijkt jarenlang gedetailleerde informatie over zijn vrienden en collega's te hebben doorgespeeld aan de Stasi. “Hij streefde naar een absolute macht en niemand in zijn omgeving wilde of kon hem tegenhouden. Dat was zijn grootste talent.” Reinjan Mulder reisde naar Berlijn en sprak met onthutste slachtoffers en collega-schrijvers. Een van hen is Lutz Rathenow, die twee maanden heeft uitgetrokken om zijn eigen Stasi-dossier (16.000 bladzijden) te bestuderen: protocollen van telefoongesprekken, verslagen van dagelijkse ontmoetingen en foto's. “De Stasi was geen gewone geheime dienst, maar iets veel subtielers. Je wilden je labiel maken, je in een isolement drijven, zodat je vatbaar werd voor hun wervingsmethoden.”

“We zeiden het vaak als grap tegen elkaar: een op de drie mensen in de DDR werkt voor de Stasi, dus een paar mensen in deze kamer zijn niet te vertrouwen.” Met de Berlijnse fotografe Helga Paris bekijk ik de foto's die zij aan het begin van de jaren tachtig maakte van de culturele subcultuur van de Prenzlauer Berg. Ze woont zelf in de negentiende-eeuwse buurt aan weerszijden van de Prenzlauer Allee en ze heeft nog altijd goede herinneringen aan de bloeitijd van de scene. “Het was een goede tijd, we hebben heel wat afgelachen, heel wat meer dan nu. We kwamen bijeen in een keuken van een toneelspeler. Eerst waren we met zo'n vijftien mensen, later groeide het uit tot veertig.”

Wat eens de legendarische Prenzlauerberg-groep was, is sinds enkele maanden in opspraak. Een van de initiatiefnemers, de dichter en rockzanger Sascha Anderson, blijkt nu meer dan vijftien jaar lang voor de Stasi te hebben gewerkt, de gevreesde Oostduitse inlichtingendienst. Zelf ontkent hij nog altijd een actief agent te zijn geweest. Hij zou in gesprekken met de Stasi hoogstens te gemakkelijk over zijn vrienden te hebben verteld, maar sinds de archieven voor de slachtoffers zijn opengesteld, is van zijn verklaringen weinig heel gebleven. Elke dag brengen de Duitse kranten nieuwe onthullingen. Anderson heeft niet alleen met de Stasi gepraat, hij heeft ook jarenlang onder verschillende schuilnamen rapporten voor de dienst gemaakt. En hoe. Alles wat de schrijvers in zijn omgeving zeiden of dachten gaf hij punctueel aan zijn verbindingsofficier door. Niet uitgesloten is zelfs dat hij optrad als agent-provocateur. In een van zijn rapporten meldt hij bijvoorbeeld hoe de dissidente schrijver Lutz Rathenow, tegen wie op dat moment een strafvervolging werd voorbereid, Westduitse marken bij hem had gewisseld. Op deze manier verschafte Anderson de politie het nog ontbrekende bewijsmateriaal om de schrijver voor een economisch delict te kunnen veroordelen.

Opmerkelijk aan de onthullingen van de laatste dagen is dat Anderson nog als spion actief bleef, toen hij al naar West-Berlijn was verhuisd. Naar nu vast staat, heeft hij zijn vertrek naar het Westen samen met zijn contactofficier bij de Stasi voorbereid. In West-Berlijn bezocht hij veelvuldig de kringen van voormalige DDR-bewoners, hij kwam op diplomatieke party's, en alles wat hij hoorde gaf hij trouw door. “Hij zorgde er in feite voor dat de oude DDR langer bleef bestaan dan nodig was,” zegt een van zijn critici nu.

Het verwarrende aan de zaak-Anderson is dat de hoofdpersoon tot voor kort een zeer gerespecteerd kunstenaar was. Dat er spionnen zijn verbaast niemand, maar wie had gedacht dat een talentvol dichter zich zo intensief met dit soort werk bezighield? Andersons boeken verschenen bij de bekende Westberlijnse uitgever Rotbuch. Samen met de gerenommeerde dichteres Elke Erb maakte hij voor Kiepenheur & Witsch een bloemlezing uit de nieuwe Oostduitse literatuur. Hij werkte intensief samen met vooraanstaande schilders als Ralf Kerbach en A.R. Penck. En na de Wende was hij misschien wel op weg een van de belangrijkste schrijvers van Duitsland te worden. Hij nam het initiatief tot een nieuwe Oostduitse uitgeverij, Galrev Verlag, waar hij belangrijke schrijvers als Elke Erb, Sarah Kirsch, Wolfgang Hilbig, Thomas Brasch, Richard Wagner en Gert Neumann voor wist te interesseren.

Ook in Nederland was Anderson lange tijd een graag geziene gast. In 1987 trad hij nog op tijdens Poetry International in Rotterdam en in de Balie in Amsterdam, en in het najaar van 1990 maakte hij deel uit van een delegatie Oostduitsers op de manifestatie Berlin Berlin in Rotterdam. Anderson was het gezicht van nieuwe DDR-literatuur.

Zenuwaanvallen

In Duitsland zijn de berichten van de laatste maanden dan ook met een klap aangekomen. Voor sommigen zijn ze een nieuw bewijs dat er in een "Unrechtstaat' als de DDR nooit integere literatuur is gemaakt. Anderen zien het optreden van Anderson eerder als een verraad, verraad tegen een zeer gedegen en uitzonderlijke literaire beweging. Ten slotte zijn er velen die niet weten wat ze vinden moeten. Tot die groep behoort de Berlijnse dichteres Elke Erb (53). Als ik bij haar binnenkom, zegt ze meteen nog zeer verward te zijn. Ze heeft de afgelopen maanden een paar zenuwaanvallen gehad die vrijwel zeker met de situatie rondom Anderson te maken hebben. Ze weet niet meer wat ze vinden moet. “Ik kom er in mijn hoofd niet door. Wij zijn niet in een burgerlijke maatschappij groot geworden. We moeten hier een heel nieuw gevoel ontwikkelen voor normen.”

Elke Erb verhult niet dat ze zich aanvankelijk zeer geërgerd heeft aan de harde kritiek die Wolf Biermann op Anderson had. “Ik geloof nog steeds niet dat hij gelijk heeft. Als er geen gedragsregels zijn, hoe kun je iemand dan veroordelen?” Ze gelooft de berichten over Anderson ook nog steeds niet helemaal. Maar ze beseft dat ze zich er toch mee bezig zal moeten houden. “Ik heb me nooit voor de Stasi geïnteresseerd, en net nu ze weg zijn, moet ik er mee aan de slag.”

Ik laat haar de nieuwste kranteartikelen zien, die ze gretig begint te lezen. Het is of ze haar mening per uur moet bijstellen. “Sacha was erg belangrijk voor mij. Hij kon je steeds aanmoedigen. Hij was onvermoeibaar. Hoe moet ik dat nu met deze berichten verenigen? Het is alsof je een levend mens voor je ogen uit elkaar ziet vallen.”

Dat Anderson gespioneerd heeft, wil ze nu wel geloven, maar dat hij de bekende dissident Robert Havemann heeft verraden, wil er nog steeds niet in. Hij heeft onlangs bezworen dat dit een misverstand is en dat wil ze dan ook geloven.

Als Anderson toch liegt, moet dat zijn redenen hebben. “Wat hij zegt, klopt dan misschien niet, maar hoe hij het zegt is eerlijk. Het is net als bij een kind. Hij zegt wat in zijn hoofd zit, ook als dat verkeerd is.” Even later: “Het is een zaak voor psychologen. Je kunt natuurlijk wel iets verdringen, maar ik heb nooit gehoord dat verdringing zo ver gaat.”

Elke Erb hoort wat haar leeftijd betreft niet direct tot de Prenzlauerberg-groep, maar zij sloot zich er toch bij aan. Voor de dichtersgroep fungeerde zij als een soort moeder. Zij was al bekend, haar boeken verschenen bij Aufbau Verlag, en zij herkende in de groep een nieuw elan. “Het was indrukwekkend wat ze schreven, dat vind ik nog steeds.” In 1985 maakte ze samen met Sascha Anderson de bloemlezing Berührung is nur eine Randerscheinung. Zij zorgde voor de selectie van schrijvers en dichters, hij maakte een katern met in facsimile afgedrukte samizdat-uitgaven.

Door de positie die de Prenzlauerberg-groep in de DDR verworven had, heeft het debat over Anderson nu onvermijdelijk het karakter gekregen van een literair debat. De groep kreeg onder meer bekendheid doordat de dichters zich ver van de politiek hielden. Ze kozen voor een hermetische poëzie, waarin de individuele verwerking van ervaringen werd onderzocht en waar de autoriteiten verder geen last van hadden.

Het is een uitgangspunt dat Elke Erb nog steeds aanspreekt. “Als je je met politiek bezig houdt, bepaalt de tegenstander het spel. Dat wilde ik niet. Poëzie moet niet reactief zijn. Ik wil graag zelf bepalen wat ik doe. De aanval die nu plaatsvindt van de kant van de politiek, het verwijt van navelstaarderij: dat deden de stalinisten al.” De schrijvers die Anderson de laatste maanden hebben aangevallen, zoals Lutz Rathenow, vindt Erb niet toevallig middelmatig. “Als zij zeggen dat Anderson een slechte dichter is, dan zegt mij dat niets.”

Ongeloofwaardig

Ook Andersons uitgeverij Galrev Verlag heeft lange tijd zijn oprichter gesteund. Als Anderson zijn betrokkenheid ontkende, was er voor het personeel aanvankelijk weinig reden om aan hem te twijfelen. De dichter wordt niet voor niets als een charismatische persoonlijkheid afgeschilderd. Nu de beschuldigingen concreter worden, heeft menigeen daar natuurlijk spijt van. “Hij heeft alle handen die wij naar hem hadden uitgestoken, afgehakt,” zegt Klaus Michael (32) de nieuwe bedrijfsleider van de uitgeverij. Ik spreek hem in het verbouwde kraakpand in de Lychenerstrasse waar de uitgeverij en het daaraan gelieerde café sinds anderhalf jaar gevestigd zijn. Hij vertelt met spijt hoe hij nog onlangs een groot artikel in de Berliner Zeitung heeft geschreven, waarin hij het ondubbelzinnig voor Sascha opnam. “Ik ben nu eigenlijk volstrekt ongeloofwaardig geworden.”

Te elfder ure proberen de auteurs van de uitgeverij nog te redden wat er te redden valt. Na drie vergaderingen is vorige week een persverklaring uitgegeven waarin de uitgeverij zich voor het eerst openlijk distantieert van Sascha Anderson en zijn eveneens door de Stasi besmette plaatsvervanger Rainer Schedlinski. Er is opening van zaken gegeven tegenover de boekhandels. Er is een schrijversraad opgericht die het bedrijf met raad en daad terzijde zal staan en zo hoopt men de crisis te boven te komen. “Niemand doet in deze tijd graag zaken met een Stasi-uitgeverij.” zegt Michael. “We hebben hier zeven mensen in dienst wier existentie onmiddellijk in gevaar is.” Kreeg Galrev vorig jaar nog veel opdrachten van galeries en musea die hun drukwerk graag door een progressief en technisch zeer geavanceerd bedrijfje lieten vervaardigen, sinds oktober is het stil geworden. Ook het café bleef plotseling leeg. “Het enige dat we hier nog zagen waren groepjes Westberlijnse studenten die eens poolshoogte kwamen nemen. Kijken of ze Anderson zagen. Na één kopje koffie verdwenen ze weer.”

Niet het minste probleem bij de nieuwe koers van Galrev is dat Anderson, net als Schedlinski, nog altijd mede-eigenaar is van het bedrijf. Hij was zelfs een van de belangrijkste financiers. Volgens kwade tongen is het bedrijf nooit meer geweest dan een werkverschaffingsproject voor ex-Stasi-medewerkers. Michael is het daar uiteraard niet mee eens: “Het paradoxale is dat men de literatuur van de Prenzlauerberg nu met behulp van de Stasi alsnog kapot probeert te maken,” zegt Klaus Michael. De bedrijfsleider heeft de indruk dat vanuit het Westen een hetze wordt gevoerd die alle dichters van de DDR "criminaliseert'. Hij vergelijkt het zelfs met de inquisitie. “Er wordt een volk vernietigd.”

Hoe krampachtig Galrev nog probeert te verdedigen wat er is, de toekomst ziet er somber uit. Als de uitgeverij ten onder gaat, verdwijnt daarmee zo goed als zeker ook een bepaald soort literatuur. Galrev is volgens velen de enige uitgeverij die minder toegankelijke poëzie in grote oplagen uitgeeft. In het Westen loont dat volgens Michael niet meer.

Liefdesgedichten

Het meest zou de uitgeverij waarschijnlijk geholpen zijn als ze ook de boeken van Sascha Anderson uit het fonds zouden verwijderen. Maar daar voelt voorlopig niemand voor. Klaus Michael: “De fout van het socialistisch realisme was nu juist dat men zich afvroeg of een slecht mens wel goede liefdesgedichten kon schrijven. Het vreemde is dat de burgerlijke kritiek op Anderson nu plotseling hetzelfde zegt. De Westduitse feuilletons zetten de ideologie voort die wij net achter ons hebben gelaten. Als mens zegt Sascha me niets meer. Emotioneel laat hij me koud. Maar zijn teksten zal ik altijd blijven verdedigen. Hij wordt hier en daar misschien overschat, hij is een epigoon, maar dat geeft niet. Zijn werk verveelt nooit.”

Als ik Anderson opbel om een afspraak voor een interview te maken, krijg ik een antwoordapparaat te horen. Het noemt geen naam, alleen een telefoonnummer. Ik spreek mijn boodschap in en wacht. Niemand belt terug.