ECT heeft snel financiering nodig; Toekomst van containeroverslagbedrijf is van belang voor Rotterdamse haven

ROTTERDAM, 31 JAN. Containeroverslagbedrijf ECT heeft snel veel geld nodig om nieuwe terminals op de Maasvlakte te kunnen bouwen. De huidige aandeelhouders, Nedlloyd en Internatio-Müller (IM) en de NS, kunnen dat geld niet opbrengen. IM wil zelfs van haar belang af. Nu handels- en transportconcern Van Ommeren-Ceteco en W. Cordia overwegen een belang in ECT te nemen en havenconcern Pakhoed praat met ECT over afstemming van de bouw van terminals op de Maasvlakte komt de discussie over wie de aangewezen partijen zijn om te investeren in de terminals in een stroomversnelling.

De toekomst van het kapitaalintensieve ECT is nauw verbonden met de toekomst van de Rotterdamse haven. ECT wil een toonaangevend containeroverslagbedrijf worden, maar zit opgescheept met de stukgoeddochters van Nedlloyd en IM. Deze erfenis uit het verleden vertraagt de omschakeling van ECT tot een winstgevend containeroverslagbedrijf. De haven staat er in zijn geheel ook zo voor. De overgang van "tonnen'- haven naar "toegevoegde waarde'-haven, zoals bepleit in het ontwerp Havenplan 2010, moet zo snel mogelijk plaats hebben volgens het Gemeentelijk Havenbedrijf. Maar ondertussen zijn veel bedrijven en hun personeelsbestand nog sterk georiënteerd op de overslag van zo veel mogelijk tonnen.

Het Havenbedrijf verwacht dat het aantal containers dat in de haven wordt overgegeslagen zal verdubbelen in de komende twintig jaar tot zes miljoen stuks per jaar. Steeds meer produkten worden in containers aangevoerd omdat de behandeling van de containers goedkoper is dan het laden en lossen van losse kisten, dozen, balen en pakketten, het zogenoemde stukgoed. De Rotterdamse haven kan die stroom containers alleen verwerken wanneer tijdig wordt geïnvesteerd in containerterminals, de plaatsen waar de containers van de zeeschepen op binnenvaartschepen, vrachtwagens en treinen worden overgeladen en vice versa.

ECT heeft plannen om voor het jaar 2000 een achttal "dedicated' terminals (aangepast aan de behoefte van een bepaalde klant) op de Maasvlakte te bouwen. Met de bouw is een bedrag van zeker 2,5 miljard gulden gemoeid dat niet direct rendement zal opleveren. Havenconcerns kijken verwachtingsvol richting overheid. Het gaat hier om investeringen in de infrastructuur die te groot zijn voor individuele bedrijven, vinden ze. Bovendien krijgen Antwerpen, Hamburg en Bremen ook steun van hun overheden. De Nederlandse overheid op haar beurt houdt de boot vooralsnog af.

De huidige aandeelhouders van ECT, Nedlloyd (44 procent), installatie-, handels- en transportconcern Internatio-Müller (44 procent) en de Nederlandse Spoorwegen (12 procent) zijn niet de aangewezen financiers. Nedlloyd heeft andere prioriteiten (containerlijnvaart en wegtransport), Internatio-Müller wil zich helemaal uit de transportsector terugtrekken en de NS heeft slechts een minderheidsbelang en ook andere ambities.

Op twee fronten wordt momenteel gepraat over ECT. Onder leiding van voormalig minister dr. P. Winsemius praten de ministeries van verkeer en waterstaat en economische zaken, de gemeente Rotterdam het het Gemeentelijk Havenbedrijf met ECT en havenconcern Pakhoed over afstemming van nieuwbouwplannen op de Maasvlakte. Immers, Pakhoed-dochter Unitcentre die nu nog aan de Waalhaven is gevestigd, wil te zijner tijd verhuizen naar de Maasvlakte. Klanten zoals de Duitse reder Hapag-Lloyd en de Japanse reder NYK-Lines vragen daar om. De allergrootste containerschepen waarmee zij de haven aandoen, kunnen niet meer zo ver landinwaarts varen omdat de diepgang van deze schepen te groot is.

De andere groep die over ECT denkt, is een consortium van bedrijven, waaronder in elk geval VOC en de belegger W. Cordia. Dit consortium heeft financieel adviesbureau Turnpoint, dat is gespecialiseerd in advisering bij bedrijfsovernames, in de arm genomen om te onderzoeken of ECT aantrekkelijk is voor overname. Turnpoint verwacht pas over enkele maanden tot een aanbeveling te komen.

De diverse partijen die betrokken zijn bij beide overleggroepen zijn uiterst zwijgzaam omdat ze het onderhandelingsproces niet willen “verstoren”.

Het probleem bij de gesprekken over ECT is dat alles met alles te maken heeft. Aan de ene kant zijn er vragen over de infrastructuur waarvan de ECT-terminals onderdeel uitmaken. Wanneer wordt de Betuwelijn voor goederentransport over het spoor aangelegd en wordt die doorgetrokken tot de Maasvlakte?

Aan de andere kant zijn er nog steeds onduidelijkheden omtrent het toekomstige aandeelhouderschap. Slechts één ding is duidelijk: Internatio-Müller wil haar belang in ECT kwijt. Andere grootaandeelhouder Nedlloyd neemt een afwachtende houding aan. Het transportconcern wil eerst wel eens zien wat er met het aandelenpakket van Internatio-Müller gebeurt. Verder moeten met de grote klanten van ECT, de containerrederijen, langlopende contracten worden gesloten vanwege de grote investeringen in de terminals. Met de Amerikaanse reder Sea-Land heeft ECT een contract met een looptijd van 20 jaar. Voor deze klant bouwt ECT nu de Delta-terminal op de Maasvlakte.