"Dorpsgedrag' bij ambtenaren Arnhem

ARNHEM, 31 JAN. Het ambtelijk apparaat van de gemeente Arnhem opereert vanuit "schuttersputjes', onderhoudt roddelcircuits, vertoont "wandelgangen-gedrag', is afstandelijk en weinig klantvriendelijk, sommige afdelingen verdienen de naam "slangenkuil', er wordt gewerkt met "verborgen agenda's', er heerst wantrouwen en een visie ontbreekt.

Dat zijn enkele van de omschrijvingen uit een rapport over de cultuur binnen de ambtenarij in Arnhem, dat door het college van B en W onder druk van de oppositiepartijen (CDA en Groen Links)in de gemeenteraad openbaar werd gemaakt.

Het rapport is in opdracht van het gemeentebestuur opgesteld door het Utrechtse organisatieadviesbureau Wagenaar, Hoes en Associés. Het college had het rapport willen gebruiken bij de beoordeling van een in 1988 ingezette reorganisatie, maar kon na het uitlekken van enkele passages niet meer om volledige publikatie heen.

Het college neemt de conclusies van het rapport “voor kennisgeving aan”, is het officiële commentaar van bestuursvoorlichter G.J. Rombouts. “Het college heeft er weinig aan toe te voegen.” Op dit moment, aldus Rombouts, “rent het bureau Rijnconsult nog met vijftig man door de organisatie voor een doelmatigheidsonderzoek en dat geeft al onrust genoeg”. Pas wanneer beide rapporten klaar zijn wil het college een reactie geven.

De Arnhemse politiek is al enige tijd in beroering. Vorig jaar sloot een speciale commissie uit de gemeenteraad een kritisch zelfonderzoek af met de conclusie dat de afgelopen, door de PvdA gedomineerde bestuursperioden werden gekenmerkt door "machtsmisbruik', niet te tolereren "belangenverstrengelingen' en "leugens aan de raad'. Begin dit jaar leed het college van B en W (PvdA, VVD, D66) een gevoelige nederlaag toen het gedwongen werd een omstreden tippelzone voor prostituées te sluiten.

Kort daarop bleek dat burgemeester P. Scholten door zijn wethouders het "technisch voorzitterschap' van de collegevergaderingen was ontnomen. Scholten moest al snel daarna om medische redenen zijn werk staken; hij had een verhoogde bloeddruk.

Het nu gepubliceerde rapport over het ambtenarenapparaat stelt dat “Arnhem, een gemeente met meer dan 100.000 inwoners, in veel opzichten nog "dorpsgedrag' vertoont.” “Dit kleine denken lokt ook klein gedrag uit”, aldus de onderzoekers. “Men is vooral bezig met zichzelf en de eigen organisatie. De buitenwereld, burgers, andere instanties worden niet erg serieus genomen.”

De reacties van ambtenaren en vanuit de Arnhemse politiek zijn gelaten. “Ik kan de conclusies niet ontkennen. Het is een goedgelijkend zelfportret, of we willen of niet”, zegt J. Sluiter, voorzitter van de medezeggenschapscommissie (MC) van de ambtenaren. De MC richt zich vooral op de centrale bestuursdienst, met 200 medewerkers het hart van het ambtelijk apparaat. In het onderzoeksrapport zeggen anonieme ambtenaren dat deze dienst “vanuit ivoren torens” werkt, dat er veel onderling wantrouwen heerst en dat aanwezig managementtalent als een bedreiging wordt ervaren.

De MC stelt vooral de positie ter discussie van gemeentesecretaris mr. H. Kapenga, tevens afdelingshoofd van de bestuursdienst. Kapenga, die eerder door Arnhemse politici al werd verweten de burgemeester niet genoeg te steunen, zou beide functies niet goed kunnen verenigen. Het gemeentebestuur heeft de MC voorgesteld een adjunct-hoofd naast Kapenga aan te stellen, maar dat voorstel is afgewezen.

CDA-fractievoorzitter V. Leussink ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan, maakt hij duidelijk. “Ik geneer me dood dat ik in de raad zit. Ook al zitten we niet in het college, we zijn tenslotte toch medebestuurders.” Alleen PvdA-fractievoorzitter W. Spinhoven ziet het anders: “Ik vind het een slecht rapport. Het is misschien een aardige schets van wat er op sommige afdelingen onder sommige mensen leeft. Maar over het algemeen gaat het om ongenuanceerde uitlatingen die het beeld van Arnhem in de media weer onterecht beschadigen. En dat vind ik jammer.”