De woestijn is een groot strand zonder zee

Ik zat een boek te lezen toen mijn vriend Jan de kamer binnenstapte. “Ik ga door de Sahara lopen met negen kamelen. Heb je misschien zin om mee te gaan?” zei Jan. “Ja goed,” zei ik en ik las weer verder. Een paar dagen later zag ik Jan voor de spiegel staan. Hij droeg een grote cowboy-hoed. “Waarom heb je zo'n gekke hoed op?” vroeg ik aan Jan.

“Omdat het levensgevaarlijk is om in de brandende zon door een zandvlakte te trekken zonder hoed,” zei Jan. “Welke zandvlakte bedoel je?” vroeg ik aan Jan. “De woestijn natuurlijk,” antwoordde Jan. “We hebben toch afgesproken dat we naar de Sahara zouden gaan?”

“Ik wil eerst mijn boek uitlezen, het is heel spannend. En daarna gaan we naar de Sahara,” zei ik. “Hoe stel jij je de Sahara eigenlijk voor?” vroeg Jan. “Als een heel groot strand zonder zee,” antwoordde ik. “Op dit buitengewoon grote strand is geen strandtentje te bekennen,” zei Jan. “Er is geen water, er zijn geen eethuisjes en er zijn geen hotels. Je kan er ook niet in je badpak gaan liggen want dan verbrand je levend. Ze noemen de zon daar niet voor niets De Koperen Ploert.”

Toen ik Jan over de Sahara hoorde vertellen, leek het me helemaal niet leuk om in de woestijn op vakantie te gaan. “We gaan ook niet op vakantie, we gaan op expeditie,” zei Jan. Hij pakte een brief uit zijn zak die hij voor mij neerlegde. Ik las: “Aan de Deelnemers van de Grote Sahara Expeditie. In de Sahara komen ziektes voor waartegen je ingeënt moet worden. Verder moet je pleisters, jodium, aspirine, oogdruppels, neusdruppels, oordruppels, maagdruppels, buikdruppels, water, een zonnebril, een zonneklep, een zonnehoed en zonnebrandcrème meenemen. En natuurlijk een tent, een slaapzak en een kruik want 's nachts vriest het in de woestijn. Vergeet ook niet om een kooktoestel, een (koeke-)pan en eten voor onderweg mee te want er zijn geen winkels in de woestijn. Je tas zal dus wel zwaar worden maar dat geeft niet want hij wordt tijdens onze expeditie gedragen door een kameel. Oh ja, in plaats van de beloofde negen kamelen zullen er slechts acht kamelen aan de tocht meedoen. Er is namelijk een kameel ziek geworden. Tot ziens in de woestijn. Met vriendelijke groeten van de Reisleider en tevens het Hoofd der Grote Sahara Expeditie, Gied Meeuwenoog.”

“PS. Onze rijdieren zijn geen echte kamelen want ze hebben maar één bult. Voor de transport van het water, de bagage en het voedsel wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde dromedaris die door de eenvoudige plaatselijke bevolking echter kameel wordt genoemd.”

Nadat ik de brief had uitgelezen, begonnen Jan en ik meteen een boodschappenlijstje te maken. “Hoe lang duurt de Grote Sahara Expeditie eigenlijk?” vroeg ik. “Ik heb geen idee,” zei Jan. “Ik weet alleen de vertrekdatum en die is al gauw. Laten we maar voor een maand voedsel en water meenemen. Als we te weinig eten hebben, kunnen we onderweg altijd nog een wild manenschaap vangen.”

“Het lijkt me vreselijk om een wild manenschaap te moeten slachten,” zei ik tegen Jan. “Nood breekt wetten,” zei Jan. “Het is beter om in de woestijn een wild manenschaap te slachten dan om te komen van de honger, vind je niet?” Hierna vertrokken we naar de supermarkt om inkopen te doen voor de Grote Sahara Expeditie. Nog maar veertien nachtjes slapen en dan vertrekken we naar het buitengewoon grote strand zonder zee. Vanuit de woestijn zal ik jullie schrijven over onze verdere avonturen. Ik zal vragen of ze mijn brief op de Kinderpagina willen afdrukken.