De trappen naar het Olympisch gras

Toen ik klein was, ging ik wel eens naar voetbal kijken. Vaak in de Meer, het kleine, gezellige stadion van Ajax. En soms, voor belangrijke wedstrijden van Ajax, naar het Olympisch Stadion, het grote stadion van Amsterdam. Meestal was het dan al avond en donker. Dat was prachtig. Van heel ver zag je dan al de gloed van de vier lichtmasten van het stadion. Hoe dichter je bij het stadion kwam, des te lichter werd het. En ook drukker. Steeds meer mensen kwamen als muggen in de nacht op het licht af.

Als je door de kaartcontrole heen was, ging je over de trappen naar de goedkoopste staanplaatsen, hoog achter een van de goals. In de betonnen trappen was het donker, maar als je eindelijk boven was, kwam het mooiste. Eerst zag je alleen nog de ruggen van de volwassenen, maar met wat duwen kreeg je te zien waar je voor kwam: gras, badend in het licht, zo groen als gras helemaal niet is.

Het gras zal misschien nooit meer zo raar groen zijn in het Olympisch Stadion. Want het gemeentebestuur wil het stadion afbreken. Ze hebben de lichtmasten al vast weggehaald. Toch is het stadion nog helemaal niet zo oud. Het werd in 1928 gebouwd voor de Olympische Spelen die toen in Amsterdam werden gehouden. Er konden toen 37.500 mensen in. Het stadion is ontworpen door Jan Wils, de architect die bij voorbeeld ook de City bioscoop in Amsterdam heeft verzonnen. Het heeft niet alleen een voetbalveld, maar ook een hardloopbaan en een wielerbaan. Er staat ook een toren bij van 46 meter hoog met bovenop een schaal voor het Olympische vuur. Toen dat niet meer brandde, noemden de Amsterdammers de schaal "het asbakkie van de piloten', heb ik wel eens gelezen. Maar dat heb ik nog nooit iemand horen zeggen.

Het stadion is niet meer precies zoals het in 1928 was. Pas in 1937 zijn er de vakken waar ik altijd stond op gebouwd. Toen konden er 55.000 mensen in.

Nu wil Ajax een nieuw stadion laten bouwen in Amsterdam Ouder-Amstel. Dan is het Olympisch Stadion niet meer nodig. Daarom ging ik niet lang geleden met een paar vrienden maar weer eens naar Ajax-PSV in het oude stadion. Straks kan het niet meer.

Naar de staanvakken hoefde ik niet meer, want ik heb nu meer geld. Voor we naar onze plaatsen gingen, kochten we koffie bij een kraam. Heel vieze koffie. Slap met melk en lauw. “Die koffie doet me aan Rusland denken”, zei ik tegen een vriend. “Dit hele stadion doet me aan Rusland denken”, antwoordde hij. En inderdaad, als je om je heen keek, zag je overal afgebrokkelde stenen en rottend beton. Nog even en dan hoeven ze het niet meer af te breken. Dan stort het stadion vanzelf wel in.

Toch hoop ik dat het nieuwe stadion er niet komt. Het moet meer dan 200.000.000 gulden kosten. Maar als ze het echt gaan bouwen, wordt het natuurlijk veel duurder. Want zo gaat het altijd met grote gebouwen in Amsterdam. Denk maar aan de Stopera. Voor 80 miljoen gulden kunnen ze het Olympisch stadion opknappen. Laten ze dat maar doen. Want de trappen naar de hoge staanvakken, zijn echt heel mooi. En nergens is het gras zo groen als 's avonds in het Olympisch stadion.