De staatsgezinde oorsprong van het paleis Soestdijk

Soestdijk lijkt onverbrekelijk verbonden met het Huis van Oranje. Sinds 1674, toen Willem III Soestdijk kocht, is het dan ook vrijwel onafgebroken in het bezit van de Oranjes geweest. Maar nog voor de geboorte van deze prins werd het bewoond door families die bepaald geen voorstanders waren van een Oranjeheerschappij.

De eerste vrouwe van Soestdijk was een staatsgezinde dame met een naam die in 17de eeuwse regentenkringen respect afdwong: Catharina Hooft. Ze werd op 1 januari 1619 gedoopt in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Door politieke omstandigheden gedwongen week het remonstrantse gezin Hooft uit naar Haarlem. Sinds het bestuur van Amsterdam in de greep was geraakt van de contra-remonstrant Pauw, voelde koopman Pieter Jansz. Hooft zich daar niet langer veilig.

Na een jaar troonden de trotse ouders Catharina mee naar het atelier van de Haarlemse portretschilder Frans Hals. Hun kindje was rijk uitgedost in zware brokaatzijde en kant. Het mag een wonder heten dat Frans Hals van dit stijf ingepakte wezentje toch een levendig peuterportret penseelde. Hij zette Catharina op de arm van haar min met een rinkelbel in de hand. Zo ontstond het inmiddels wereldberoemde portret, waarvan S. A. Dudok van Heel in 1975 de identiteit wist te achterhalen.

Toen het politiek klimaat milder werd en de macht van de gehate familie Pauw afnam, kon het gezin Hooft terugkeren naar Amsterdam. Pieter Hooft aanvaardde in 1631 zijn benoeming tot Schepen en Raad. Zijn enig kind groeide op tot een aantrekkelijke huwelijkspartij.

Als 16-jarige trouwde ze de vooraanstaande negentien jaar oudere weduwnaar Cornelis de Graeff. Ze betrokken een pand op de Herengracht waar Catharina het leven schonk aan twee zonen: Pieter en Jacob. In het jaar 1638 kochten zij een stuk grond aan de dijk naar Soest. Daar verrees een fraaie hofstede die ze voor het gemak Soestdijk noemden. Cornelis, inmiddels meerdere malen herkozen tot burgemeester van Amsterdam, verkocht in 1641 een deel van zijn grondgebied met de hofstede De Eult aan zijn zwager Jan Bicker. Deze reder vormde met zijn drie broers de beruchte "Bickerse Ligue'. Als een vierkoppig vorst heersten zij over de stad aan het IJ en dwarsboomden met hun bikkelharde koopmanspolitiek het beleid van de Oranje-Stadhouder.

De families De Graeff en Bicker brachten nu gezamenlijk de zomers door op hun lusthoven bij Baarn. Catharina's zonen speelden met de vier dochters Bicker; Elisabeth, Geertruid, Wendela en Jacoba. Voor deze families leek de toekomst verzekerd toen Stadhouder Willem II op 24-jarige leeftijd stierf. Prins Willem, zijn enige nakomeling, werd na de dood van zijn vader geboren en vormde voorlopig geen gevaar voor de regenten, die de alleenheerschappij in handen namen. Catharina steeg in aanzien. Toen de eerste steen gelegd moest worden van het nieuwe Raadhuis op de Dam, mocht haar 6-jarige zoon Jacob met een zilveren schoffeltje onder het oog van Jacob van Campen, Vondel en andere vooraanstaanden de plechtigheid verrichten.

Burgemeester De Graeff, alom geprezen om zijn wijsheid en tolerantie, werd in 1660 uitverkoren tot een der voogden van het minderjarige weeskind prins Willem. Een andere voogd was Catharina's neef Jan de Witt die als echtgenoot van Wendela Bicker vaak op De Eult kwam. Zij namen het Kind van Staat 's zomers mee naar Soestdijk om er te jagen. De families zorgden er wel voor, dat Willem niet in de publieke belangstelling kwam te staan. Ze hadden geen zin hun macht ooit nog te delen met een Oranje. In 1667 zouden de Staten van Holland zelfs het Eeuwig Edict aannemen, dat het stadhouderschap voor eeuwig afschafte.

Catharina werd in 1664 weduwe en bij deze gelegenheid liet zij een boedelbeschrijving opstellen. Het document trakteert ons op een uitgebreid overzicht van haar bezittingen. Natuurlijk moest Catharina rijke huwelijken arrangeren voor haar zoons; Pieter trouwde met zijn nicht Jacoba Bicker. Ook Jacob huwde tot Catharina's voldoening een rijke erfdochter. Maar toen dit meisje drie maanden na haar huwelijk ernstig ziek werd, leek haar kapitaal de De Graeffs te ontglippen. Levendig werd beschreven hoe Jacob zijn zieltogende bruidje "haer testament afparste soodat hij erfde omtrent 4 tonne gouts'.

Catharina was getroost. Maar niet voor lang. Spoedig vernam ze dat haar zoon een vrijage was begonnen met Anna Pauw. De weduwe ontplofte bijna van woede! Wat hadden de voorouders Hooft en De Graeff niet te lijden gehad onder Pauw. De tijd had alle wonden niet geheeld. Integendeel: Catharina tierde dat ze "Pauwen gansch niet lustte'. Toen Jacob deed of hij doof was, zocht Catharina steun bij haar neef Jan de Witt. Ze schreef hem in haar hanepoten: “...soo mijn soon teghen mijn sin dit huwelijck comt te doen (...) soo sal ik hem affsnyden, of hij mijn kindt niet en was”.

Op Soestdijk was de sfeer werkelijk om te snijden. Jacob vond zijn moeder een "onverstandige knorrende en morrige oude vrouw'. Maar onder druk van Catharina en de machtige familie moest hij tenslotte toch de vrijage met het meisje Pauw verbreken. Pieter de Graeff kon De Witt in 1669 schrijven dat zijn broer Jacob en zijn moeder samen drie weken in harmonie op Soestdijk hadden doorgebracht “...soodat 't geweezen onweer volkomentlijck over en verdwenen is”.

Een veel omvangrijker onweer pakte zich nu samen: in 1672 brak het Rampjaar uit. Jan de Witt werd op beestachtige wijze vermoord, het Bicker-imperium stortte in en de prins van Oranje werd verheven tot Stadhouder Willem III. De staatsgezinde zonen van Catharina werden op staande voet uit hun ambt in de Amsterdamse vroedschap ontslagen. Jacob en Pieter gooiden snel het politieke roer om. Zij namen als vrijwilligers dienst in het leger van de prins.

Om Willem III te paaien bood Jacob hem zelfs Soestdijk aan voor het milde prijsje van 18.755 gulden. Uit de genoemde boedelbeschrijving weten we, dat de hofstede alleen al 30.000 waard was om maar niet te spreken van het omliggend grondgebied. De koop werd gesloten in een acte van 26 april 1674. Daarmee was de hofstede aan de dijk voorgoed Oranjebezit geworden.

Catharina heeft haar spullen gepakt en zich er niet meer laten zien. Haar zoon Jacob die na zijn ongelukkige liefde nooit hertrouwde, overleed in 1690. Zijn moeder stierf een jaar later op 73-jarige leeftijd. Pieter de Graeff erfde het hele familiebezit waaronder ook het door Frans Hals geschilderde kinderportret van zijn moeder Catharina Hooft, de eerste vrouwe van Soestdijk.