Berenschot en Moret onderzoeken premies

DEN HAAG, 31 JAN. Twee externe bureaus, het organisatieadviesbureau Berenschot en het accountantsbureau Moret, Ernst & Young hebben vandaag van het kabinet opdracht gekregen voor een onafhankelijk onderzoek naar de premiestelling voor particuliere ziektekostenverzekeringen. De Algemene Rekenkamer zal de onderzoeksgegevens verifiëren.

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) heeft dat vanmiddag in een brief aan de Tweede Kamer meegedeeld. Het onderzoek, dat voortvloeit uit een hoog opgelopen conflict tussen de staatssecretaris en de verzekeraars over de hoogte van de particuliere ziektekostenpremies, moet 15 maart klaar zijn. Rekenkamer noch particuliere bureaus krijgen onbeperkt toegang tot de administraties van de afzonderlijke verzekeringsmaatschappijen, wel tot de voor het onderzoek "noodzakelijke' gegevens.

Minister-president Lubbers weigerde gistermiddag het verzoek te ondertekenen waarin het kabinet de Algemene Rekenkamer vraagt om medewerking in het onderzoek naar de premiestelling van particuliere verzekeraars. “Dat is volstrekt logisch”, aldus een woordvoerder van de premier. “We willen geen blauwtje lopen bij de Rekenkamer.” Gistermiddag wilde de Rekenkamer niet akkoord gaan, omdat men daar niet de garantie kreeg dat de boeken van de verzekeraars onbeperkt zouden mogen worden ingezien. Hoewel die garantie nog steeds niet is verkregen, heeft de Rekenkamer nu toegezegd aan het onderzoek mee te werken. Vervolgens ondertekende Lubbers vanochtend namens het kabinet het verzoek aan de Rekenkamer.

De Algemene Rekenkamer, een Hoog College van Staat dat de wettelijke taak heeft de inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid te controleren, wilde aanvankelijk een onbeperkte bevoegdheid om de administraties in te zien. De verzekeraars gingen daar aanvankelijk niet mee akkoord.

Pag 3:

Alleen verificatie door Rekenkamer

De taak van de Rekenkamer blijft nu beperkt tot "verificatie' van de gegevens die de externe bureaus boven water krijgen. Simons heeft de verzekeraars verzocht de twee bureaus en de Rekenkamer alle medewerking te verlenen.

De organisatie van particuliere ziektekostenverzekeraars, KLOZ, zal bij de verzekeringsmaatschappijen aandringen op volledige medewerking maar weigerde tot het laatste moment garanties daarvoor te geven. Beide partijen spraken af dat uit oogpunt van privacy en concurrentie de resultaten van het onderzoek niet te herleiden mogen zijn tot verzekerden of maatschappijen.

Volgens het ministerie van WVC de opdracht tot met vertraging gegeven doordat de interne afstemming op het departement en het overleg met andere betrokken bewindslieden meer tijd kostten dan was aangenomen.

Het KLOZ en het ministerie van WVC kwamen twee weken geleden overeen dat er een onafhankelijk onderzoek moest komen. Zij hebben sindsdien moeizaam onderhandeld over de vragen wie het onderzoek moest uitvoeren en onder welke voorwaarden dat moest gebeuren. “De onderste steen moet boven”, zei Simons twee weken geleden na afloop van beraad met het KLOZ. In de Tweede Kamer zei hij deze week dat het voor het kabinet “een ijzeren voorwaarde is om toegang te krijgen tot de administraties van de particuliere verzekeringsmaatschappijen. Zolang die garantie niet effectief is verkregen, kan enig onderzoek geen zinvolle meerwaarde opleveren”.

Volgens Simons kunnen de maatschappijpremies van de verzekeraars met ten minste 20 procent omlaag, onder meer doordat verzekeraars vanaf 1 januari niet langer de kosten voor geneesmiddelen hoeven te vergoeden. Behalve de ziekenfondspakketten zijn daardoor ook de particuliere verzekeringspakketten kleiner geworden. Dat alleen zou al een premieverlaging van 15 procent mogelijk maken, meent Simons. De meeste particuliere verzekeraars hebben hun premies echter gelijk gehouden aan die van vorig jaar. Zij verlaagden de premies niet, omdat de kosten over 1991 in de gezondheidszorg "explosief' gestegen zouden zijn, met ten minste 10 procent. Het KLOZ verwacht dat begin volgende maand alle kostengegevens over 1991 binnen zijn.