1957; De mythe van het geboortejaar

Het jaartal van onze geboorte is een soort extra naam. Dat kan iets verklaren van de lichte schok van herkenning als we in aanraking komen met auto's, films, boeken, foto's en platen uit ons geboortejaar. Wie er veel aandacht voor heeft kan zelfs iets bijzonders in dat jaar gaan zien. “Ja, ik merkte hoe in mij het prettige vooroordeel post vatte, dat 1957 een scharnier in de geschiedenis was geweest.”

Het is aan het getal zelf al te zien: 1956 is iel en onaf, terwijl 1958 weer te dik en te vol is. 1957 is precies goed, een getal met evenwicht, waardoor het zonder luidruchtig te zijn (zoals 1940, 1945, 1968 of 2000) een belofte in zich lijkt te dragen. Ja, 1957 is een bijzonder jaar.

Onze bankrekeningnummers, telefoonnummers, huisnummers en PINcodes veranderen in de loop der jaren. Het enige getal waar ieder van ons zijn leven lang aan verbonden blijft is zijn geboortejaar.

Ik ben van 1957. Wanneer ik dat getal tegenkom is het of ik een bekend gezicht zie. Net als iedereen let ik extra goed op als mijn geboortejaar opduikt in historische overzichten, een biografie of een liedje. Dat hebben meer mensen. Soms laat iemand er iets van merken, bijvoorbeeld door, wijzend op een tijdschrift, te zeggen: Hé, wist je dat die zanger even oud is als ik?

Misschien alleen maar omdat we het zo vaak bij wijze van identificatie moeten herhalen wordt het jaartal van onze geboorte een extra naam. Dat kan iets verklaren van de lichte schok van herkenning als we in aanraking komen met auto's, films, boeken, foto's en platen waarbij ons geboortejaar wordt vermeld.

Het lijkt sterk op iets dat iedereen wel eens overkomen is: je staat op de markt of op het perron en iemand, die je niet zien kan en wiens stem je niet herkent roept hard jouw voornaam. Je schrikt en denkt een seconde lang dat men jou roept, maar verbergt het betrapte gevoel. Dan zie je dat de roepende stem een ander gevonden heeft. Iemand met jouw voornaam.

Nieuwsgierig bekijk je de ander. De zaak is zonneklaar, het is toevallig een naamgenoot. En toch, al is het maar een moment, kan de gedachte opkomen, dat je wel degelijk geroepen werd. Oftewel, dat alle Hanzen, Monieks, Johns of Inekes iets gemeen hebben, en er iets in jou én in je naamgenoot zit dat zich met de schallende voornaam geroepen voelde.

Het kan zover gaan dat je je de pijnlijke details in het gedrag of het voorkomen van de ander persoonlijk aantrekt. Bijvoorbeeld geaffecteerd gekuch of lelijke schoenen.

Misschien een paar seconden lang is je hoofd gekraakt door een bijgelovige theorie. Dan snelt de knokploeg van het gezonde verstand te hulp en ontruimt de kraker.

Het is niet iets waar men uit zichzelf graag over praat, uit angst om dom te lijken, maar er bestaat een vergelijkbare bijgelovige theorie over het geboortejaar.

Van de zomer slenterde ik in San Fransisco een tweedehands boekwinkel binnen en ontdekte dat er achterin de zaak een aparte ruimte was ingericht, waar tijdschriften, verpakkingen, affiches en platen waren ingedeeld op jaartal.

Zoek de week, de maand, het jaar waarin u geboren bent! Of verras een vriend! Een origineel cadeau!, stond er op een bord boven de bakken vol met keurig in plastic hoesjes verpakte oude tijdschriften.

In deze afdeling van de winkel was het aanzienlijker drukker dan bij de boekenkasten van het antiquariaat. Er waren mensen die voor zichzelf of een vriend complete pakketten samenstelden met tijdschriften, filmposters en theateraffiches uit een bepaald jaar. Er waren mensen bij van in de vijftig, maar ook tieners en alles er tussen in.

Ik pakte de aflevering van Life die het dichtst in de buurt van mijn geboortedatum kwam uit de bak en liep naar de kassa. Er stond een vrouw met de eigenaar te praten. Ze had net voor meer dan honderd gulden aan drukwerk uit haar geboortejaar gekocht en vertrouwde de zwijgzame verkoper toe dat haar geboortejaar haar hobby was. Het ging om 1948, en dat was echt een heel bijzonder jaar, zei ze. Zeker, mevrouw, antwoordde de man toonloos en gaf haar wisselgeld en kassabon.

Spoetnik

Ik rekende af in stilte en verliet een beetje verdwaasd de winkel. In het tijdschrift trof ik veel reclames voor whiskey, auto's met staartvinnen, de eerste transistor radio, de eerste elektrische schrijfmachine en diepvriesgroenten aan. De gezichten en slagzinnen blonken uit in peilloze amerikaansheid, zodat het niet gemakkelijk was om het bekende gezicht te ontdekken dat 1957 toch voor me zijn moest.

Een fotoreportage over de voortvarende modernistische herbouw van Berlijn door Walter Gropius en andere Bauhaus-architecten maakte het al iets gemakkelijker. Een rijkelijk geïllustreerd artikel over het Amerikaanse project om raketten te bouwen die in staat waren satellieten in een baan om de aarde te brengen en atoombommen naar Rusland kwam al dichter in de buurt. Helemaal in de roos was de paginagrote opengewerkte tekening van de Spoetnik 2 waarin het hondje Laika vastgegespt zat op haar schuimrubberen stootkussentje. Ontroerend detail in de begeleidende tekst was de speculatie of de tweede kunstmaan met behulp van een geheime, revolutionair nieuwe brandstof omhoog was gebracht.

Op het omslag stond een foto van de Italiaanse Elsa Martinelli, die na een loopbaan als fotomodel te Milaan en Parijs, nu kleine rollen in Hollywood-films speelde. Vanwege haar gebrekkige Engels vooral als Indiaanse squaw (although she has looked not very fashionable she has shown plenty of style).

Ik nam me voor haar scherp getekende gezicht en dromerige grote bruine ogen nooit meer te vergeten. Al was het alleen maar omdat vermeld stond dat ze slechts een appel als ontbijt at, wasmachines kocht om mee terug te nemen voor de familie in Florence, zwanger was. Maar vooral omdat niemand ooit meer van Elsa Martinelli gehoord heeft. 1957 was haar jaar, en daarna begon de grote bloeitijd van de Europese film.

Alle nieuwe details en raadsels die ik bij elkaar bladerde uit dit exemplaar van Life kwamen terecht bij de andere feiten, namen en titels met het etiket ook van 57 die ik verzameld had. In de hobbykamer van mijn geheugen rees het vermoeden, dat er een geheimzinnige extra kwaliteit school in al de spullen uit dat jaar. Ja, ik merkte hoe in mij het prettige vooroordeel post vatte, dat 1957 een scharnier in de geschiedenis was geweest.

Het jaar mocht er dan niet beroemd om zijn, maar in 1957 verslapte de naoorlogse beklemming en werd een nieuw verschiet denkbaar. De moderne wereld, zoals we die nu bewonen kroop uit haar ei. In 1957 worden de eerste tekenen zichtbaar van de opstandigheid en de onvrede, die de motor achter de culturele stroomversnelling van de jaren zestig vormen.

Straalvliegtuig

Het is het jaar waarin de twee supermachten aan elkaar gewaagd blijken te zijn als het op totale vernietiging aankomt: de Sovjet-Unie blijkt niet alleen over de waterstofbom te beschikken, maar ook over ballistische raketten. En dat ze er beter mee overweg kunnen dan de Amerikanen bewijzen de Spoetniks 1 en 2. In hetzelfde jaar verschijnen de eerste atoomonderzeeërs met raketten en voltooien de Amerikanen hun Distant Early Warning System, oftewel een schutting van radargolven om de vrije wereld. In 1957 werd de eerste raket met atoomkop afgeschoten. Het is niet voor niets het jaar van de Eisenhower doctrine. In mijn geboortejaar wordt de balance of terror een feit.

In 1957 worden de Bundesbank en de Europese Gemeenschap opgericht, en verschijnen de eerste voorwerpen van PVC in de winkels. Becketts Endgame en Bernsteins West Side Story gaan in première. Jack Kerouacs On the Road wordt eindelijk gepubliceerd en met het begin van de ruimtevaart en de bouw van het eerste straalvliegtuig voor passagiers, de Caravelle, is een nieuw tijdperk begonnen.

Ja, hoe onzinnig het ook klinken mag, ik ben geneigd te denken dat mijn geboortejaar een bijzonder jaar was, dat met kop en schouders boven de omringende jaren uitstak.

Het is een wijdverbreid bijgeloof. De kennissen die ik het de afgelopen weken vroeg gaven lachend en soms gegeneerd toe ook zo'n onbewijsbaar idee over de objectieve bijzonderheid van hun geboortejaar te hebben, ongeacht of het nu om 1928, 1961, 1950, 1948 of 1970 ging. Hoewel het gezonde verstand ons influistert dat het om een onzinnige en onjuiste gedachte gaat, is de bijgelovige fascinatie met het geboortejaar hardnekkig. Zonder er anderen verslag van te doen, genieten we van toevallige ontdekkingen als deze: dat een door ons bewonderde klassieke film in ons geboortejaar gemaakt werd, dat we van hetzelfde jaar als de maanlanding of Sergeant Pepper zijn, ja zelfs het idee dat we stammen uit het jaar van de voltooiing van de Afsluitdijk, de opening van de Velsertunnel of het optreden van Provo kunnen ons even vervullen van een heimelijke trots.

Tegen beter weten in spitsen we de oren en verscherpen we onze blik als ons jaartal voorbij komt. Zelfs als ons jaar geen spreekwoordelijke mijlpaal is, zoals 1945 of 1968, koesteren we koppig het idee dat dat ene jaar toch een soort drempeljaar vormde, waarin dingen gebeurden en ontdekt werden die meer dan die uit andere jaren de loop van de geschiedenis bepaalden. Sommigen geven de geheime betekenis van hun geboortejaar zoveel krediet, dat het in eerste instantie niet eens veel uitmaakt waaraan het jaartal verbonden is, zoals in het geval van een van mijn kennissen, die bekende vrijwel blindelings tweedehands boeken aan te schaffen waarvan de eerste druk in zijn geboortejaar 1955 viel.

Wereldtoneel

Blijkbaar heeft ieder van ons behalve gezond verstand ook nog een mythomaantje aan boord, dat met selectieve historische en triviale feiten van ons geboortejaar een heldhaftige en/of magische periode maakt.

Is bijgeloof over het geboortejaar een vorm van nostalgie? Nee. Nostalgie veronderstelt een idealiserend terugverlangen naar vroeger. Bij nostalgie stroomt de energie dus naar achteren, in de vorm van heimwee. Maar de aandacht voor mijn geboortejaar richt zich juist op dingen, die profetisch waren voor wat er later zou gebeuren; de energie stroomt naar voren.

Lang geleden, op een windstille, loodgrijze zondag in de winter van 1982 is het me een keer overkomen, dat ik zittend achter een ouderwetse schrijfmachine in een zwarte coltrui en een khaki broek bezocht werd door het waandenkbeeld dat ik 24 jaar oud in 1957 was. Het voelde aan als niets minder dan een ramp. Als ik toen al 24 was geweest zou alles wat me dierbaar was te laat komen. Een benauwende gedachte, die me nog somberder maakte dan ik al was. Gelukkig leefde ik nauwelijks in dat jaar, en ben ik er alleen in geboren.

Nee, niemand die een bijgelovige interesse voor zijn geboortejaar heeft verlangt ernaar om in dat jaar te leven. De interesse berust eerder op verbazing. Waarover? Over die onbegrijpelijke gebeurtenis: ik begin te bestaan. Om zich een voorstelling te maken van de omstandigheden waaronder wij opkwamen op het wereldtoneel, sprokkelen we gebeurtenissen, die net als wij in dat jaar plaats vonden.

Ons eigen geheugen laat ons in de steek. De eerste paar jaar is alles zo nieuw en ons brein zo onervaren dat er meestal niet veel van blijft hangen. Ik ken iemand die zijn psychische problemen wijt aan het feit dat zijn moeder hem uit één borst te drinken gaf en hem chanteerde met de andere, en volhoudt dat hij zich dat pijnlijk scherp herinnert. Maar volgens mij is hem dat ingefluisterd door een gemakzuchtige therapeut.

Er zit dus niet veel anders op dan in de historische informatie die ons passeert de hand te leggen op beelden waarmee we ons kunnen vereenzelvigen. Zo vult zich de geheime hobbykamer van ons geheugen met beelden, namen en titels, die ons en ons geboortejaar strelen.

De fascinatie voor het geboortejaar maakt van een reeks dagen uit het verleden een soort kerstverhaal, en ikzelf wordt het kindeke waarmee de jaartelling begint. Het onverstoorbare mythomaantje in ieders hoofd maakt de geschiedenis rond en het geboortejaar de as van dat wiel.

Mijn Jaar Nul is 1957, en mijn selectieve, mythische beeld ervan vormt de kerststal, het magisch-realistische tafereel waarop de onbegrijpelijke gebeurtenis van mijn verschijning werd opgevoerd.

Huurverhoging

Er zijn heel veel feiten uit mij geboortejaar die ik eigenlijk niet wil weten. Dingen waarvoor ik me schaam.

Een goed voorbeeld daarvan is het uitbreken van de pijnlijke kwestie rond Nieuw Guinea, een blamage van begin tot eind. Een ander voorbeeld: dat de regering Drees een huurverhoging van 25% invoerde waarvan de helft ten goede kwam aan de verhuurders en de andere helft aan de staat, ter financiering van de bouw van nieuwe huizen. Een feit dat de grauwheid van die jaren oproept.

Maar er is nog meer. Het was het jaar van de film Bridge on the River Kwai. Het is nog niet eens de film zelf, maar dat gefloten marsliedje dat er uit stamt, dat me kromme tenen bezorgt. Wat een beschamend idee, dat in mijn geboortejaar in fabrieken en bouwputten, in slagerijen en achtertuinen dat ergerlijke liedje gefloten werd. Daar komt nog eens bij dat 1957 in de populaire muziek bekend staat als het jaar van de calypso, oftewel van "Island in the Sun', door Harry Belafonte, nog tot diep in de jaren zeventig nagezongen door Oscar Harris en zijn Twinkle Stars.

Om een idee te geven van zaken waarmee ik me graag vereenzelvig, en die me onmiddellijk weer het gevoel geven uit een mythisch jaar te stammen snel een paar andere feiten: in dit jaar kwam het album "Miles Ahead' uit, de eerste adembenemende samenwerking tussen het legendarische Miles Davis kwartet en de arrangeur Gil Evans.

Het was ook het jaar van de eerste non-stop straaljagervlucht om de wereld, van de Russische aankondiging van de bouw van een Wetenschapsstad in Siberië en de Prix Renoudot voor Butor's roman La Modification.

Ik ga er een beetje van glimmen als ik lees dat in 1957, op 2 juni (ongetwijfeld een schitterende dag) de eerste TEE-trein vertrok. Mooie crèmekleurige wagens met baksteenrode bodem en sportstrepen. Het hele Mondiale Geofysische Jaar komt een beetje op mijn conto, met zijn expedities naar de Zuidpool, naar de zeebodem en de grote onderzoeken naar het Noorderlicht, het aardmagnetisme en de zwaartekracht.

Ja, zelfs het feit dat op 2 januari 1957 in Amsterdam de allereerste AOW uitkering werd uitgekeerd aan de gepensioneerde belastingambtenaar de heer A. Bakker uit de Boterdiepstraat te Amsterdam, omarm ik als wapenfeit van mijn jaar.

De eerlijkheid gebiedt ook te vermelden dat in mijn geboortejaar de mode werd beheerst door de zogenaamde zakjurken, een laatste en mislukt idee van Christian Dior die maar meteen in hetzelfde jaar overleed. Een ander dieptepunt: de grote populariteit van bamboe meubelen en dito interieurversiering.

Deze voorbeelden onderstrepen hoezeer de mythologie van het geboortejaar een regelrechte gewelddaad tegen de geschiedenis en de feiten is. Maar waarvoor dient die, oftewel waaraan ontlenen we onze trots als we onszelf met die zelfgebakken mythes feliciteren?

Sjamanisme

Om daar antwoord op te geven moet ik me buigen over het feit dat me het meest met onzinnige trots vervult als ik aan 1957 denk, en dat is de Spoetnik, de Russische verrassingsbijdrage aan het Geofysische Jaar. Het was een bal van 70 centimeter doorsnee, waaruit vier lange antenne-sprieten staken. Het beeld van die spiegelende bolvorm, die met een razende vaart en bij verrassing de atmosfeer werd uitgeschoten om niets anders te doen dan rond de aarde te cirkelen en onophoudelijk monotone radiosignalen uit te zenden ten teken dat hij bestond en waar hij was, is van een adembenemende helderheid en kracht.

De Spoetnik diende geen enkel nuttig doel, hij had geen camera's of meetapparatuur aan boord. Hij diende er alleen voor om de mogelijkheid van een nieuw tijdperk te bewijzen, puur en alleen door te bestaan, door te bewegen en ieders verbeelding in gang te zetten.

Zo werkt de mythologie van het geboortejaar, dat ik geneigd ben te geloven dat er iets van die helderheid, kracht en mythische betekenis van de Spoetnik aan mij is blijven kleven. Dat is verder niet aan mij te zien, mag ik hopen, maar toch koester ik de illusie dat mijn geboorte tijdens de vlucht van de Spoetnik een heilzame werking op mij heeft gehad.

Zo zullen anderen dat later hebben met hun geboorte in het jaar dat de Berlijnse Muur viel. Ik ken iemand die geboren werd in het jaar van D-Day en als hij het feit vermeldt kijkt hij erbij alsof hij zich erdoor gesterkt weet.

Het bijgeloof over de bijzonderheid van het geboortejaar berust op een soort sjamanisme. Het doet denken aan verhalen van Aziatische of Indiaanse krijgers die naar oude eiken, heilige ravijnen of krachtige bronnen reizen en er naast gaan zitten totdat ze het gevoel hebben dat de kracht die in die plekken huist in henzelf getrokken is.

Ik heb naast de Spoetnik gelegen, sterker nog, ik ben vlak naast de Spoetnik mijn bestaan begonnen. En zoals de krijger van de bergtop een steentje meeneemt als talisman om de kracht van de berg voor altijd een beetje bij zich te hebben, zo heb ik uit alle feiten van 1957 onder andere de Spoetnik gekozen, als talisman of zoals Indianen het noemen, medicijn.

Iedereen die al dan niet ironisch een gebeurtenis uit zijn geboortejaar met trots vermeldt kiest daarmee een talisman. De geschiedenis heeft, althans in de ogen van degene die kiest, sommige muziek, personen, bewegingen of machines gelijk gegeven. Door het als talisman van zijn geboortejaar te kiezen hoopt hij te delen in dat historisch succes, oftewel de overlevingskracht en de schoonheid ervan. Wie weet laadt de mythische glans ervan het heden op en gaat er een vooruitwerkende kracht van uit.

Eén van de talismannen uit 1957 is de Spoetnik en mijn bijgeloof berust erop dat de verrassing en belofte van de eerste kunstmaan ook in mij gevaren is, omdat ik tezelfdertijd gelanceerd werd. Iedere keer als ik het jaartal 1957 zie en het hoopgevende, bekende gezicht ervan herken, neem ik een slokje van dat medicijn.

Ieder favoriet feit uit ons geboortejaar dat we koesteren is een talisman die fluistert: Zie je wel, in ons jaar werd de toekomst uitgevonden.