"We zullen ze niet zo snel meenemen naar het carnaval'

Het Sociaal Pedagogisch Centrum Sandhaghe zal binnenkort ergens in Den Haag vier rijtjeshuizen betrekken. De muren die de vier panden scheiden worden er uitgesloopt. In de nieuwe ruimte zullen tussen de dertien en twintig islamitische zwakzinnigen in één islamitisch, gezinsvervangend tehuis worden gehuisvest.

Dat is vooral een initiatief van Sandhaghe zelf en minder van de islamitische gemeenschap in Den Haag, vertelt Herman van der Weide, directeur bewoners- en personele zaken van het centrum. De algemene stichting Sandhaghe is met zo'n 22 voorzieningen zoals internaten voor kinderen, kinderdagverblijven en gezinsvervangende tehuizen de grootste instelling voor zwakzinnigenzorg in Den Haag en omstreken.

Voor het nieuwe project moeten de eerste bewoners zich nog aanmelden, maar Van der Weide heeft er alle vertrouwen in dat er grote belangstelling zal zijn. “Nu verdwijnen de islamitische, gehandicapte kinderen in ons internaat vaak na hun dertiende, veertiende”, aldus Van der Weide. “Dat is gek, want ook voor hen hebben we vervolg-voorzieningen.” Bij navraag bleek dat de ouders de kinderen weer in huis namen omdat ze vonden dat in Sandhaghe de islamitische leefgewoonten zoals met voeding en (gescheiden) zwemmen niet voldoende werden nageleefd.

“Als kinderen eenmaal in de puberteit komen, moeten ze de islamitische gebruiken echt in praktijk gaan brengen”, verklaart A. l'Ajourri de overgang. Ajourri is vertegenwoordiger van de Moskee Vereniging in Den Haag die samenwerkt met Sandhaghe om het islamitisch project te realiseren. “Voordat ze dertien worden, willen ouders nog wel eens een oogje dichtknijpen als hun gehandicapt kind tijdens een excursie een kroketje heeft gegeten. Ze moeten eigenlijk ook wel, ze hebben niet zoveel andere keus. Een islamitische school voor speciaal onderwijs is voor onze gemeenschap nog heel moeilijk te realiseren.”

In haar huidige opzet kan Sandhaghe onmogelijk aan alle islamitische wensen tegemoet komen, vertelt Van der Weide. “Er was bijvoorbeeld een islamitisch meisje van dertien dat voor het eerst ongesteld werd. Haar ouders wilden dat de mannelijke begeleider van de groep daar werd weggehaald. Dat zou echter bij ons de hele organisatie overhoop halen. Bovendien zouden veel Nederlandse ouders die vaak een sterke band met zo'n begeleider hebben, dat niet accepteren. Daarop hebben de ouders het islamitische meisje weggehaald.”

Toch wil de directeur van Sandhaghe het aparte islamitische project niet slechts betitelen als "vluchtweg' uit dergelijke dilemma's. “De belangrijkste reden om het project te starten was dat we drie jaar eerder op een verzoek van de katholieke kerk zijn ingegaan om een aparte katholieke voorziening te stichten. Daarom willen we dit nu ook voor de islamieten realiseren.”

Van der Weiden ziet het gezinsvervangend tehuis van straks als “integratie door een zekere desintegratie. De bewoners van het toekomstig islamitisch tehuis zouden anders bij hun ouders blijven, tenzij het om heel zwaar gehandicapten gaat. Nu komen ze toch weer in het Nederlands systeem. We proberen ze bijvoorbeeld, net als de Nederlandse zwakzinnigen, aan werk te helpen in een sociale werkplaats. We zullen ze niet snel meenemen naar carnaval, maar ze komen in een Nederlands rijtjeshuis te wonen in een Nederlandse straat.” Dat zal overigens een straat zijn waar veel allochtonen wonen, verwacht Van der Weiden. Het is het beleid van Sandhaghe om bewoners van een gezinsvervangend tehuis dicht bij hun familie te laten wonen.

Van der Weide realiseert zich dat hij niet aan alle wensen van de islamitische ouders zal kunnen voldoen. Eventuele klachten zullen waarschijnlijk voor een belangrijk deel samenhangen met de samenstelling van het personeel, verwacht hij. Dat zal, net als bij de islamitische scholen, voor een belangrijk deel niet-islamitisch en Nederlands zijn. Het arbeidsbureau heeft weliswaar 400.000 gulden uitgetrokken voor het aantrekken en scholen van zo'n tien islamitische medewerkers, maar als de helft het noodzakelijke diploma "Verpleegkunde Z' haalt, “ben ik al heel tevreden” zegt Van der Weide.

Ajourri voegt daar onmiddellijk aan toe dat hij dan wel verwacht dat de Nederlandse medewerkers de “basisbeginselen van de islam” krijgen bijgebracht. Op de vraag wat hij doet als dit ouders toch niet tevreden stelt en hun kind niet aanmelden, zwijgt Ajourri eerst. Uiteindelijk zegt hij: “Waarschijnlijk zou ik tegen die ouders zeggen: "Iets is beter dan niets.”'