Vrijwillige brandweer moet geld inleveren door regeling-Oort; Achter een glaasje fris wachten tot de pieper gaat

BENNEKOM, 30 JAN. “Als op oudejaarsavond iedereen achter een lekker pilsje zit, zitten wij met een glaasje fris te wachten tot de pieper gaat. Want die gaat op zo'n avond gegarandeerd. En als mijn goeie pak dat ik onder de overall draag voorgoed bedorven is, of als ik mijn horloge verlies in de modder, is er niemand die dat vergoedt.” Sectie-commandant J. Rozenboom van het vrijwillige brandweerkorps in Bennekom somt wat zaken op die aantonen dat het leven van een vrijwillige brandweerman niet over rozen gaat.

Vrijwilligers moeten volgens het Besluit Brandweerpersoneel dat in 1991 van kracht is geworden dezelfde diploma's halen als beroepsbrandweerlieden en ze doen ook hetzelfde werk. Maar qua vergoeding komen de vrijwilligers er in vergelijking met de beroeps bekaaid af.

Toch stoppen ze niet massaal met hun vrijwilligerswerk nu de Oort-regeling een feit is en er van hun onkostenvergoeding, twee- tot drieduizend gulden bruto per jaar, twee- tot vijfhonderd gulden extra moet worden ingeleverd. “Dat werk is onze hobby, een deel van ons leven. Daar stop je niet zomaar mee, zelfs niet als je er bijna geld op toe moet leggen. Maar van die houding wordt nu wel misbruik gemaakt”, reageert J. Rozenboom. Hij doet het werk al bijna twintig jaar en omschrijft zijn liefde ervoor als "een soort gekte'. “Ik was al jaren van school en moest toen, om commandant te kunnen worden, plotseling een opleiding op MBO-niveau gaan volgen. Drie jaar lang zat ik vier avonden per week boven de boeken. En zo vergaat het velen. Zelfs voor de laagste rang heb je nu een diploma nodig.”

De vrijwillige brandweer in Nederland richtte vorig jaar de Werkgroep Belastingheffing Vrijwillige Brandweer op en stuurde 12.500 handtekeningen naar staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) uit protest tegen de invoering van de Oort-regeling. Van Amelsvoort heeft echter meegedeeld te blijven bij zijn eerdere voorstellen: een belastingvrije vergoeding van 100 gulden per jaar en zes gulden per activiteit (uitruk, cursus-, vergader- en oefenavonden) voor brandwachten, en tweehonderd gulden en zes gulden per activiteit voor brandmeesters. De vrijwillige brandweerlieden vinden de bedragen te laag en het onderscheid tussen de rangen niet terecht.

Bennekom, aan de rand van de Veluwe, beschikt over een vrijwillig korps van 15 leden. Er wordt samengewerkt met het regionaal beroepskorps in Ede, waar zich ook de regionale alarmcentrale bevindt. Het beroepskorps telt 55 medewerkers en wordt in Ede bijgestaan door 30 vrijwilligers; de zes dorpen die ook onder de gemeente vallen hebben elk een vrijwilligerskorps van 15 leden.

Wanneer de vrijwilligers de klus zelf kunnen klaren, komen de beroeps er niet aan te pas. In Bennekom wordt jaarlijks zo'n vijftig keer uitgerukt, twintig keer kon men het niet af zonder het beroepskorps. Vrijwillige brandweerlieden - in Bennekom alleen mannen - hebben gewoon een baan en dragen altijd een semafoon bij zich omdat ze 24 uur per dag oproepbaar moeten zijn. “Het werk heet dan wel vrijwillig, maar is niet vrijblijvend”, zegt Rozenboom, die ervoor zorgt altijd over zeven man "voor op de wagen' te beschikken. Soms levert dat problemen op en hij heeft wel eens zijn eigen vakantie twee weken onbetaald moeten verlengen om er zeker van te zijn de auto vol te hebben.

Ondercommandant R. Hartman is 27 jaar bij het Bennekomse korps. Over drie jaar is hij 55 en moet hij er volgens de regels mee stoppen. “Zonder pensioen”, zegt hij. Sommige gemeenten hebben een pensioenregeling voor de vrijwillige brandweer, maar Ede niet. Hartman heeft een rijwielzaak in het dorp en hij heeft bij uitruk overdag dus geen toestemming van zijn werkgever nodig. Zijn collega's ondervinden daarmee echter nooit moeilijkheden. De uren dat de mannen vrij nemen voor hun brandweerwerk worden niet uitbetaald. Rozenboom heeft uitgerekend dat het hem gemiddeld een weekloon per jaar kost.

De vrijwilligers schieten niet alleen te hulp bij brand, maar ook bij stormschade, ongevallen of om een kat uit de boom te halen. Binnen het korps wordt nog dagelijks gepraat over de brand, tien dagen geleden, in Zwolle die aan twee vrijwillige brandweerlieden het leven kostte. “Zo'n gebeurtenis komt hard aan”, zegt Rozenboom.

Vrijwilligers zijn meestal mensen met een technisch beroep. Maar belangrijker is het, aldus Hartman en Rozenboom, of een nieuw lid in het team past. Want de vrijwillige brandweer vormt ook een vriendenclub. Oudgedienden blijven vaak tot hun dood lid van de vereniging. Uit het verenigingspotje, waar giften en een deel van de vergoeding van de vrijwilligers in terecht komen, worden gezellige avonden georganiseerd.

De Bennekommers zien zichzelf nog niet, zoals hun beroepscollega's twee jaar geleden, uit protest tegen de te lage vergoeding het Binnenhof vol schuim spuiten. “Misschien als we in april ons eerste loonstrookje van dit jaar zien, dat we dan goed kwaad worden”, zegt Rozenboom.

Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten maakt zich sterk voor hogere waardering. Zij is al ruim een jaar in gesprek met het ministerie van financiën.

A.P. Kaland van de afdeling juridische zaken en secretaris van de Nederlandse Brandweerfederatie: “Wij hebben er bij Van Amelsvoort op aangedrongen bij de oude regeling te blijven: voor iedere rang een belastingvrij bedrag van 400 gulden en 5 gulden per activiteit. Dat was een goed systeem, omdat de vrijwilligers dan minder afhankelijk waren van het declareren van de aparte activiteiten. Het psychologische aspect is ook van groot belang: die paar honderd gulden meer belastingvrij geeft ze nu net dat stukje maatschappelijke waardering waar ze behoefte aan hebben.”

Kaland ziet nog het meest in de regeling die enkele weken geleden voor alle andere vrijwilligers in Nederland is ingegaan: 1.000 gulden belasting per jaar en geen aparte declaraties meer. “We zouden de gemiddelde vergoeding voor een vrijwillige brandweer kunnen berekenen en dan voor brandwachten en officieren hetzelfde bedrag aanhouden. Dat zou de belastingdienst een hoop controle uitsparen en iedereen zou tevreden zijn”, stelt hij.