Voor Cason telt alleen Olympisch goud

GENT, 30 JAN. Hij is klein en heeft de kortste beentjes van alle topsprinters. “Maar ik heb er van iedereen wel de meeste kracht in”, zegt hij zelf. Andre Cason, die gisteravond tijdens indooratletiekwedstrijden in Gent met 6,45 seconden het wereldrecord op de 60 meter op zijn naam bracht, is met een stevig opgekrikt moraal aan het olympische jaar begonnen. Dat hij op het korte sprintnummer Leroy Burrell van de eerste plaats van de wereldranglijst heeft verdrongen beschouwt hij als een frivool tussenstapje op weg naar zijn grote doel: goud in Barcelona op de honderd meter.

In de schaduw van de rivaliserende clubgenoten Carl Lewis en Burrell is een ambitieuze carrièreplanning voor een aantal hardlopende landgenoten het levenselixer dat kracht geeft om niet vast te lopen in de wegversperring die de twee sprintgiganten samen lijken te vormen. Voor Cason, net 23 jaar geworden, is het zelfs maar de vraag of hij de Olympische Spelen op de individuele 100 meter wel haalt. Achter Lewis en Burrell is het dringen geblazen en omdat de per land maximaal drie atleten voor een onderdeel mogen worden ingeschreven kan door het Amerikaanse systeem dat in een kwalificatiewedstrijd de deelnemers worden aangewezen één mindere dag, één misstap uitschakeling betekenen. Cason is echter van het type dat extra moed put uit een indoorrecord.

Hij denkt niet aan verliezen, zijn hersenen zijn geprogrammeerd op winnen. Met die positieve instelling is zelfs Carl Lewis, zegt hij, niet onoverwinnelijk. Cason heeft inmiddels, beweert hij, de stressbestendigheid ontwikkeld van basketballer Michael Jordan die op de beslissende ogenblikken altijd de nodige punten maakt. “Andre Cason kent zijn mogelijkheden. Mijn tijd komt. Binnenkort.” Eenvoudige strijdkreten die klinken als grootspraak, maar Cason weet dat twijfel voor een sprinter, wiens sportieve leven door honderdsten van een seconden kan worden gemaakt of gebroken, fataal kan zijn.

In de Expo van Gent was hij eigenlijk al meteen overtuigd van zijn mogelijkheden. Met een tijd van 6,49 zat hij in de serie een honderdste boven het wereldrecord dat Burrell vorig jaar februari in Madrid neerzette. Net als toen moest nu de finale tweemaal worden gelopen, nadat het startpistool van de tweede starter had geweigerd bij een valse start van Frank Fredericks uit Namibië. Die passeerde in 6,45 de eindstreep. “Die valse start was een zegening voor mij. Het opende mijn ogen dat iedereen het wereldrecord kon verbeteren. Ik wist dat ik het kon.” Het was al van 1981 (Sebastian Coe) geleden dat er in Gent een wereldrecord gelopen werd.

Vorig jaar versloeg Cason tijdens het WK indoor in Sevilla de recordhouder Burrell en op het WK in Tokio was hij startloper van de 4x100 meter-ploeg die met 37,50.

Merlene Ottey liep op de 60 meter een tijd van 7,09. Tweehonderdste van een seconde sneller dan de 7,11 die Katrin Krabbe in Berlijn liep. De kans is aanwezig dat morgenavond in Stuttgart, waar Krabbe start, het wereldrecord van Nelli Fiere-Cooman (7,00) onder grote druk komt te staan.

Van de Nederlanders verraste Stella Jongmans met een nationaal record op de 800 meter. Haar derde plaats in een tijd van 2.02,48 was viertiende sneller dan Elly van Hulst acht jaar geleden in Stuttgart liet noteren. Jongmans is snel, verstandig en aantrekkelijk en heeft dus alles mee om met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Met de keuze voor trainer Haico Scharn, kennelijk een must voor iedere atleet of atlete die wil uitblinken op de middenlange afstand, heeft ze haar eigen topsportplan ontwikkeld. De intenstieve training wierp in Gent haar vruchten af, al stond ze perplex van het record. Ze finishte voor Letitia Vriesde, de Surinaamse nummer vijf van de laatste wereldkampioenschappen in Tokio, kwalificeerde zich voor de Europese indoorkampioenschappen in Genua. Denken aan Barcelona doet ze ook. Niet als eindexamen, maar als entreetoets voor het grote werk. “In 1996 in Atlanta ben ik op mijn sterkst.”

Ze was niet de enige die al zo snel na het begin van het indoorseizoen de limiettijd voor het EK haalde. Ook de 26-jarige Ton Baltus deed het met zijn 1.48,76 op de 800 meter mannen. Alleen kan de KNAU zich de reiskosten voor hem besparen. Baltus gaat niet. “Ik heb me voorgenomen me dit jaar uitsluitend op de Olympische Spelen te richten.” Sinds kort is hij full-time atleet, omdat het installatiebedrijf waar hij al engeneer werkte hem niet mee voor halve dagen kon handhaven. Met een “gouden handdruk” verliet hij het bedrijf en samen met zijn uitkering en het inkomen van zijn vriendin kan hij het wel uitzingen tot na Barcelona. “Ik heb er drie jaar voor getraind en nu wil ik me daar op richten. In het verleden kreeg ik altijd de terugslag van een druk indoorseizoen, dus dat wil ik niet meer”, aldus Baltus. Hij loopt nog in Karlsruhe (vrijdag) en Stuttgart (zondag) om te zien hoe zijn lichaam zich houdt wanneer er drie wedstrijden zo kort na elkaar worden afgewerkt, maar dan is het indoorseizoen echt voorbij. Omdat de Olympische limiet voor 6 juli moet zijn gelopen en het zomerseizoen niet al te veel wedstrijdmogelijkheden biedt, overweegt hij naar het buitenland te gaan om daar zijn startbewijs voor de Spelen veilig te stellen.