Veiligheid bij Chemie Botlek niet voldoende

DORDRECHT, 30 JAN. Chemische en petrochemische bedrijven in het Rotterdamse Botlekgebied treffen onvoldoende maatregelen om de veiligheid van onderaannemers te waarborgen tijdens het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan installaties.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Arbeidsinspectie in Rotterdam, dat in 1989 en 1990 bij 22 bedrijven in het industriegebied is uitgevoerd.

Het onderzoek betrof met name de veiligheid en werktijden tijdens onderhoudswerkzaamheden aan installaties. Voor dit werk worden meestal werknemers van een onderaannemer tijdelijk ingehuurd. Veiligheidssystemen voor de eigen werknemers van chemische bedrijven gelden in veel gevallen niet of slechts gedeeltelijk voor de onderaannemers, zo blijkt uit het onderzoek. Bovendien worden zij onvoldoende op de hoogte gesteld van de risico's die aan het werken met chemische stoffen zijn verbonden. Het onderzoek van de Arbeidsinspectie heeft verder uitgewezen dat veel bedrijven geen onderhouds- en inspectieschema bijhielden en dat tijdens onderhoudsperioden niet alle apparatuur werd geïnspecteerd.

De resultaten zouden vanmiddag in Dordrecht worden bekendgemaakt door ir. R.J. van Santen, directeur Veiligheid van het Directoraat-Generaal van de Arbeid van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, bij de uitreiking van de eerste certificaten van een veiligheidscursus voor leidinggevende onderaannemers in de chemische en petrochemische industrie. De PBNA-cursus kwam tot stand op initiatief van Dupont de Nemours, Shell Pernis, Shell Moerdijk en Esso, die overwegen in de toekomst alleen nog onderaannemers te contracteren die een dergelijk certificaat op zak hebben.

Volgens Van Santen is de gezamenlijke cursus van groot belang omdat veel chemische bedrijven verschillende en soms zelfs “tegenstrijdige veiligheidseisen” stellen aan onderaannemers. Ook andere chemische en petrochemische bedrijven zouden moeten bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de veiligheidscursus.

Volgens eerder onderzoek in Groot-Brittannië, dat vergelijkbaar is met dat van de Rotterdamse Arbeidsinspectie, gebeuren de meeste calamiteiten in deze industrietak bij het verrichten van onderhoudswerkzaamheden, aldus Van Santen. In driekwart van de gevallen werd de bedrijfsleiding verantwoordelijk gesteld omdat preventieve maatregelen die het incident hadden kunnen voorkomen, niet waren genomen.

Van Santen noemde het ongeluk op 13 december vorig jaar bij DSM Chemicals in de Botlek “een triest hoogtepunt in een reeks van ongevallen en incidenten in het gebied”. Bij dat ongeluk kwamen zes werknemers om het leven en raakten er vier gewond tijdens werkzaamheden aan een opslagtank met benzoëzuur. Allen waren werknemers van een onderaannemer.