Twijfels over "inherent veilige' kernreactoren

ROTTERDAM, 30 JAN. Het Energie-onderzoek Centrum ECN heeft ernstige twijfels over de geclaimde hogere veiligheid van kernreactoren van de zogeheten derde generatie. Zijn conclusies worden in hoofdlijnen onderschreven door het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) in Wenen.

Bij nader inzien neemt het IAEA ook afstand van zijn optimistische voorspellingen over een snelle marktintroductie van deze reactoren (ook wel met "revolutionair' of "inherent veilig' aangeduid). Dat heeft minister Andriessen van economische zaken gisteren aan de Tweede Kamer meegedeeld in een voortgangsrapportage over de stand van het nucleaironderzoek in Nederland.

Tegelijk werd in de brief bekendgemaakt dat de minister het ECN heeft opgedragen toch een apart onderzoek uit te voeren naar de veiligheid van de zwaarwater-reactor Candu-3 van de Canadese staatsonderneming AECL. De Candu-3 is een reactor uit de tweede generatie die omstreeks 1995 leverbaar zal zijn.

In juni vorig jaar publiceerde het ECN de resultaten van een onderzoek naar veiligheid en economie van vier reactoren uit de tweede generatie, de "passieve' reactoren die in Nederland ook wel met de term "advanced' worden aangeduid. Het betrof de SBWR van General Elecric, de AP600 van Westinghouse, de SIR van een consortium aangevoerd door ABB, en de Candu-3. De studie had plaats binnen het kader van het "programma instandhouding nucleaire competentie' (PINC) dat EZ in 1990 startte. Doel van de studie was na te gaan aan welk ontwikkelingsprogramma van reactoren uit de tweede generatie Nederlandse onderzoekers zouden dienen deel te nemen. Het rapport kwam niet tot een aanbeveling omdat de Tweede Kamer minister Andriessen al tijdens de studie opriep zich binnen het PINC-programma op de "papieren' reactoren van de derde generatie te concentreren. Impliciet sprak het rapport wel een voorkeur uit voor deelname aan de programma's van de SBWR-reactor en de AP600. Aan het SBWR-programma wòrdt overigens al deelgenomen omdat de reactor van Dodewaard, die door GE gebouwd is, kenmerken heeft die ook de SBWR bezit (de natuurlijk watercirculatie). Andriessen wijst nogmaals op het belang juist daarom Dodewaard langer open te houden dan aanvankelijk bedoeld.

In de ECN-studie van vorig jaar werd van de Candu-3 gezegd dat deze niet aansloot bij de Nederlandse nucleaire ervaring en in zekere zin inherent onveilig was (een "positieve reactiviteit' vertoont bij plotselinge vermogenstoename). Candu-reactoren gebruiken onverrijkt uranium maar "verrijkt' koelwater: zwaar water.

Andriessen signaleert moeilijkheden om met ABB tot afspraken te komen tot deelneming aan de ontwikkeling van de derde generatie reactor PIUS. Daarom worden nu ook andere consortia die derde generatie-reactoren ontwikkelen, benaderd.