Sterrenkunde; Ongezochte vondsten

H.C. VAN DE HULST (1918) is emeritus-hoogleraar sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit Leiden

H.C. van de Hulst waagt zich liever niet aan uitspraken over de ontwikkelingen die er in de sterrenkunde mogen worden verwacht en de grenzen die er eventueel opdoemen: "Het is ontzettend moeilijk om, als je kijkt naar wat vroeger je ideeën zijn geweest, met enige serieusheid te durven beweren: ik weet wel hoe het ongeveer verder zal gaan. Je zou eigenlijk een beetje kortzichtig moeten zijn om dat te durven zeggen.'

Als voorbeeld gaat Van de Hulst even terug naar de tijd rond 1950, vóór de grote ontwikkelingen in de radiosterrenkunde en het ruimteonderzoek en ver voordat er echte computers beschikbaar kwamen.

"Ik had toen een beetje de indruk dat het terrein van de sterrenkunde wat afgegraasd begon te worden, in die zin dat de waarnemings- en rekenmogelijkheden een beetje aan de grens begonnen te komen van wat haalbaar was. Nou, achteraf gezien is niets minder waar gebleken.'

Van de Hulst meent dat je wel zou kunnen zeggen waar momenteel de probleemgebieden liggen. "De echte expert in een vakgebied kent niet alleen de successen, maar ook de mislukkingen: de problemen waarop mensen hun tanden hebben stukgebeten. De echte experts hebben daar een zeker gevoel voor ontwikkeld, iets wat de Amerikanen circumstantial evidence noemen. En als je dat hebt, dan kun je ook onmiddellijk nieuwe mogelijkheden herkennen om een probleem wat er al lang ligt eindelijk te kunnen aanpakken.'

Nu is dus de vraag: wat voor problemen van dien aard liggen er? Van de Hulst: "Je kunt natuurlijk zeggen dat er in het sterrenkundig onderzoek bepaalde frontgebieden zijn. Maar net als in elke reële oorlog is zo'n front niet een duidelijke lijn. Het ligt hier en daar en overal. Het onderzoek lijkt wat dat betreft meer op een guerillaoorlog. In feite is elke onbeantwoorde vraag een frontgebied. Een deel daarvan ligt in de kosmologie, in de dingen die zowel in afstand als in tijd ontzettend ver van ons verdwijderd zijn. Maar de kosmologie is naar mijn gevoel slechts een deel van het huidige onderzoek, niet de hoofdzaak.

"Kosmologische problemen, problemen die het heelal als geheel betreffen, spreken mensen altijd zeer aan. Volgens Van de Hulst zijn daarvoor twee redenen aan te wijzen. "Het kan zijn dat het van zo'n archetypisch belang is, dat iedere onderzoeker en lezer daar op een heel andere manier door wordt geboeid dan door al die andere dingen die zich in de kosmos afspelen.

De andere reden is wat banaler, namelijk dat er in de media, de populaire pers, inclusief de boeken geschreven door vakmensen, zoveel op dat aambeeld is gehamerd, dat het daardoor extra aandacht heeft gekregen. Ik heb de indruk dat het van beide wat is.'

Van de Hulst, die zichzelf zou willen karakteriseren als "iemand die achter de frontlijn werkt om de zaak te ordenen', ziet het onderzoek in de sterrenkunde als een soort speurtocht waarin niet iedere volgende stap bepaald wordt door de voorafgaande.

"Als je de geschiedenis van de sterrenkunde bekijkt, dan blijkt er maar heel weinig te zijn wat eerst theoretisch werd uitgedacht en waarnaar men later is gaan zoeken. Het komt veel vaker voor dat je ergens tegenaan loopt waarvan je niet weet wat het is. Je moet dus niet te romantisch denken over de mogelijkheid om iets met een zekere trefzekerheid te kunnen vinden.'

En dat zou dus omgekeerd evenzo gelden voor de onmogelijkheden.

Anderen betwisten dit. Barnes Group heeft een joint venture met de Japanse springverenfabrikant NHK Spring Co. en president Wallace Barnes zegt dat hij “iemand uit Oost-Azië” in de raad van bestuur wil hebben. Hoewel Japanse managers “geen scènes maken”, merkt hij op, kan een Amerikaan met oog voor culturele verschillen “weten wanneer Japanners niet tevreden zijn”.