Simons geeft specialisten nog een week langer de tijd

DEN HAAG, 30 JAN. Medische specialisten, ziekenhuizen en drie organisaties van ziektekostenverzekeraars hebben gisteren van staatssecretaris Simons (volksgezondheid) nog ongeveer een week de tijd gekregen om met voorstellen te komen die leiden tot lagere uitgaven voor specialistische hulp.

Eind 1989 spraken de vijf overkoepelende organisaties met elkaar af dat er voor specialistische hulp jaarlijks een vast bedrag zou worden uitgetrokken, 2.085 miljoen gulden. Wanneer de uitgaven boven dat "macrobudget' uitkomen, moeten specialisten geld inleveren in de vorm van een tariefverlaging. De verlaging treft met name de specialismen die verantwoordelijk zijn voor de kostenoverschrijding. Tot nu toe hebben de partijen elkaars voorstellen verworpen.

Volgens het ministerie van WVC ging er in 1990 98 miljoen gulden meer naar de specialisten dan gepland, in totaal 2.183 miljoen. Al enkele maanden overleggen de vijf partijen op welke manier dat moet worden gecompenseerd. De besprekingen werden bemoeilijkt onder meer doordat de specialisten de hoogte van de uitgavenoverschrijding betwisten.

Aanvankelijk had Simons de partijen tot 15 januari de tijd gegeven om met voorstellen voor tariefverlaging te komen. Gisteren kregen ze opnieuw respijt. Als verzekeraars, specialisten en ziekenhuizen er zelf niet uitkomen, kan Simons het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidheidszorg opdracht geven de tarieven te verlagen. Bedoeling van het "vijfpartijen-akkoord' dat in 1990 van kracht werd was juist dat de specialisten zonder overheidsbemoeienis tot tarievenafspraken zouden komen, binnen één groot budget voor specialistische hulp. Aan het akkoord gingen jarenlange conflicten tussen overheid en specialisten over de hoogte van de specialisteninkomens vooraf. De vijf partijen proberen binnen enkele dagen onder voorzitterschap van oud-minister van economische zaken G.M.V. van Aardenne een gezamenlijk voorstel op tafel te krijgen.