Russische deelname in SDI is gooi naar ontwikkelingshulp; Jeltsin kiest de vlucht naar voren

MOSKOU, 30 JAN. Voor president Boris Jeltsin van Rusland is ontwapenen meer dan het mooie weer opzoeken. Het is ook meer dan een effectieve vorm van bezuinigen op de overheidsuitgaven. Het is zelfs niet louter en alleen een signaal aan het adres van het vermaledijde militair-industriële apparaat in Rusland. Nee, voor Jeltsin is ontwapenen eveneens een politieke list om een hachelijk probleem in zijn voormalige Sovjet-Unie aan te vatten. Niemand kan er immers met goed fatsoen nee op zeggen en dat betekent dus dat hij via deze omweg de twee weerbarstige "kernmachten' Oekraïne en Kazachstan kan uitspelen.

Jeltsins voorstellen zijn dan ook vooral politiek van karakter. De Russische kiezer mag het dan allemaal weinig uitmaken - de burgers hebben momenteel wat anders aan hun hoofd dan de "vrede' - dat neemt echter niet weg dat ze belangrijk kunnen worden op het binnenlandse toneel. De onderlinge militaire verhoudingen binnen het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) baren Jeltsin namelijk, samen met zijn economische hervormingsprogramma, het meeste zorgen.

De ontmanteling van de Sovjet-Unie leek twee maanden geleden zo aardig, maar blijkt uiteindelijk oude problemen op een nieuw niveau te hebben gebracht. Wat vroeger wantrouwen tegen het Sovjet-centralisme was, is nu argwaan jegens de Russische dominantie. De Oekraïeners en Kazachstanen geven daaraan uiting door te weigeren de kernwapens die op hun territoir zokm gestationeerd over te dragen aan de Russische federatie, die de ambitie heeft de enige kernmogendheid in de regio te worden. Ze zijn daartoe slechts op termijn bereid en bovendien in de context van internationale onderhandelingen.

Met zijn aanbod aan de Verenigde Staten heeft Jeltsin deze twee republieken voor een voldongen feitje geplaatst. Want de substantie van zijn ontwapeningsvoorstellen is toch vooral nucleair van aard. Als het aan Jeltsin ligt, worden er zeshonderd ballistische raketten ter land en op zee uit de roulatie genomen, zullen er 130 silo's alsmede zes kern-onderzeeboten ontmanteld worden en zal het aantal offensieve strategische wapens binnen drie jaar worden gereduceerd, in plaats van in zeven jaar.

Om de druk op Kiev en Alma- Ata nog wat verder op te voeren, zei Jeltsin er voor de zekerheid ook nog maar even bij, dat hij met de Oekraïense president Leonid Kravtsjoek reeds overeenstemming had bereikt over een versnelde onttakeling van de nucleaire arsenalen in de tweede staat van het Gemenebest. Een akkoord waarover Kravtsjoek tot nu toe overigens heeft gezwegen.

Het financiële aspect van Jeltsins voorstellen valt daarbij enigszins in het niet. De versnelde reductie van kernwapens levert hem op de begroting uiteraard de ruimte op die hij zo dringend nodig heeft om het overheidstekort terug te dringen zonder de inflatie aan te wakkeren. Zijn toezeggingen om geen nieuwe lange-afstandsraketten en zware bommenwerpers (de Toepolev-160 "Blackjack' en de Toepolev-95 "Bear') meer te produceren en eveneens op te houden met grootschalige oefeningen bieden hem ook mogelijkheden om te snijden in het militaire budget.

Maar Jeltsin treedt hierbij, uit angst voor het militair-industriële complex, wel behoedzamer op dan hij met zijn als "vergaand' omschreven verklaringen van gisteren suggereerde. Op het terrein van de conventionele ontwapening is Jeltsin, afgezien van de reeds gesloten Weense CFE-akkoorden, niet bijzonder vrijgevig geweest. Het bleef bij zijn getoonde bereidheid de krijgsmacht van de voormalige Sovjet-Unie met zevenhonderdduizend man in te krimpen, een toezegging die Jeltsin uiteraard niet zonder meer kan doen, omdat zijn competentie daartoe sinds de stichting van het Gemenebest niet meer toereikend is.

Om het militair-industrieel complex niet verder te verontrusten, heeft de Russische president dit machtige apparaat, dat meer dan zestig procent van de bestaande economie beheerst, een nieuwe kluif voorgehouden. Rusland wil met de VS graag meewerken aan een mondiaal verdedigingssysteem in de ruimte, dat in de plaats zou moeten komen van het Amerikaanse Strategische Defensie Initiatief (SDI). Hij heeft, met andere woorden, Washington niet alleen gevraagd om de Russische economie via verdergaande ontwapening indirect terzijde te staan, maar heeft het zelfs aangedurfd de Amerikanen uit te nodigen tot een groots opgezette technologie-overdracht.

Daar zal de Russische militaire industrie, die nu met de conversie in haar maag zit, wel oren naar hebben. Wat eenmaal is overgedragen, kan immers niet meer worden afgedragen. Een interessante vorm van ontwikkelingshulp, die in de ogen van Jeltsin uiteindelijk tot een leuke spin-off in de industriële produktie zou moeten zorgen.

Hij zal het zelf liever niet wilen horen, maar met zijn suggesties heeft Jeltsin gisteren niettemin andermaal aangetoond een typische leerling van voormalig partijleider en president Michail Gorbatsjov te zijn. Net als zijn voorganger heeft ook Jeltsin nu ingezien dat de vlucht naar voren op het internationale toneel soms een goede compensatie kan zijn voor binnenlandse problemen.

Zijn trip langs de verschillende Westerse hoofdsteden moet zeker nu resultaten boeken. De Verenigde Staten waren niet voor niets op de hoogte van de Russische voorstellen van gisteren. Sterker, ze hadden de plannen van Jeltsin van te voren zelfs met de Russische leiding door-geëxerceerd. Want ook Washington heeft belang bij een succes voor Jeltsin.