Proefproject elektriciteitsproducenten voor compensatie CO2; Nieuw bos moet milieu herstellen

ARNHEM, 30 JAN. Ecobelasting, milieuheffingen. Verdwijnen de opbrengsten straks tussen de overheidsuitgaven, of komt er nu ook meer geld voor milieuherstel? Met de Stichting FACE willen de Nederlandse elektriciteitsproducenten een voorbeeld geven hoe het ook kan: bosaanplant op kosten van de elektriciteitsverbruiker waarmee die consument zijn eigen emissie van kooldioxyde compenseert. Vooralsnog is FACE een (nuttige) proefballon.

“Het is natuurlijk niet alleen maar idealisme, het is gewoon ook een belang”. Formeel gesproken stond toenemende bezorgdheid over het broeikaseffect aan de wieg van de Stichting FACE. Maar directeur J. van den Bos houdt er niet van om verstoppertje te spelen.

“Als er dan geld geïnd moet worden”, zegt hij, “laat dan ook de besteding van dat geld zo efficiënt mogelijk zijn door verrichting van feitelijk positieve bijdragen aan de oplossing van de milieuproblemen. En niet via nauwelijks te traceren kanalen van de rijksoverheid, waar het wie weet voor wat uiteindelijk aangewend wordt.”

Van den Bos vreest dat er achter de door de overheid aangezwengelde discussie over een ecotax maar weinig betrokkenheid zit met het milieu. “Ze hebben de centen gewoon veel te hard nodig om het begrotingstekort te dekken”, luidt zijn vernietigende oordeel. Zelf was van Van den Bos jarenlang topambtenaar bij het ministerie van landbouw, onder meer directeur Staatsbosbeheer.

De NV Sep (Samenwerkende elektriciteits-produktiebedrijven) wil niet alleen zijn milieuschuld afkopen of een ander gezicht laten zien. Met de oprichting van de Stichting FACE heeft een van Nederlands grootste vervuilers een proefballon de lucht in gestuurd. Daaruit moet blijken dat er ook alternatieven voor de ecotax zijn; dat het milieu erbij gebaat is indien het bedrijfsleven gestimuleerd wordt om zelf de milieuproblematiek bij de horens te vatten.

FACE, alleen al de naam wijst erop dat er grondig over is nagedacht. Feitelijk staat het voor Forest Absorbing Carbondioxyde Emission. De doelstelling is om in 25 jaar de CO2-uitstoot van van één produktie-eenheid - een elektriciteitscentrale van 600 Megawatt - te compenseren door middel van bosaanleg. Uitgerekend is dat daarvoor 150.000 hectare extra bos uit de grond moet worden gestampt. Ongeveer de helft van de totale oppervlakte bos in Nederland.

Of dat veel is? Directeur Van den Bos schudt van niet. “Stel vast dat wij op dit moment in de wereld per jaar zoiets van 16 a 17 miljoen hectare bos kwijtraken, tja, dan is 150.000 hectare nauwelijks een druppel op de gloeiende plaat. Er zijn twee belangrijke oorzaken van broeikaseffecten: We zijn grootschalig bezig met ontbossing. En in het Westen zijn we op een enorm intensieve manier bezig met energie (elektriciteit) op te wekken door het verbranden van fossiele brandstoffen.”

Van den Bos maakt zich geen illusies. “Oplossen kun je die zaak alleen maar op wereldschaal. Maar laten we thuis beginnen. Los van de vraag of we het nu allemaal in de oorzaken en gevolgen precies begrijpen, we lopen een aanzienlijk risico, vooral voor ons nageslacht. Of het nu met 2 graden temperatuurstijging gaat of met een halve graad; het risico bestaat. Ieder individueel gezin in Nederland, maar ook ieder individueel bedrijf in Nederland, kan zijn bijdrage leveren aan het verminderen van dat risico.”

Met de Stichting FACE, die nu bijna een jaar bestaat, wil de Sep een voorbeeld geven van hoe het allemaal zou moeten. Half maart wordt het eerste boompje geplant voor een bos van 120 hectare aan de rand van de stad Leeuwarden. Dit is nog maar een demonstratieproject, maar directeur Van den Bos heeft ook andere prioriteiten.

“Tachtig a negentig procent van onze plannen willen we in tropische landen realiseren. Het is daar veel goedkoper dan in Nederland of zelfs Oost-Europa. In Nederland kost de aanleg van één hectare bos, een beetje afhankelijk van de grondprijs, tussen de 40.000 en 60.000 gulden. In de tropen is dat 1000 gulden per hectare. Een tweede argument is dat daar de ruimte beschikbaar is, in het dichtbevolkte Nederland niet. En ten derde is het maatschappelijk rendement van bosaanleg in de tropische landen groter dan hier. Daar ligt het veel meer in de sfeer van heel primaire levensbehoeften van de mensen. Letterlijk bomen om te overleven.”.

FACE stelt hoge eisen voordat ze bereid is geld in een projekt te steken. Er moeten redelijke garanties zijn dat het bos in stand blijft. In Derde Wereld-landen is het daarom nodig dat het bos een bijdrage levert aan de inkomenspositie van de lokale bevolking. Ook moet het bos "ecologisch' worden aangelegd.

Van den Bos: “Daarmee schuiven we bijna alle bosaanleg in deze wereld van tafel. In 9 van de 10 gevallen worden namelijk bossen met "exoten' aangeplant, bomen die van nature niet thuis horen in de streek. Dat zijn altijd hele snelle groeiers. Vezel voor de papierindustrie, daar gaat het meestal om. Dat zijn bossen met één boomsoort, monoculturen die zeer labiel zijn ten opzichte van natuurlijke fenomenen als ziekte en storm. Als er een beestje komt dat die boom lekker vindt, dan zijn alle bomen lekker. Dan zijn er chemische middelen nodig. Maar om die te produceren is er weer een geweldige hoeveelheid energie nodig.

“Daar komt nog wat bij.” Van den Bos gaat op het puntje van zijn stoel zitten om het uit te leggen. “Die snelle groei, die exoten, veroorzaaktuitputting van de grond. Ook al plant je opnieuw aan, dan kan je dat alleen nog maar doen door kunstmest te gebruiken en dan herhaalt het verhaal zich. Want opnieuw, voor het produceren van kunstmest zijn enorme hoeveelheden energie nodig. Dus wat compenseren we dan nog?”

FACE stapt daarom alleen in bossen van een natuurlijke, gemengde samenstelling. “Daarbij zijn de produkten die eruit voortkomen gekoppeld aan bomen die oud zijn, dus dat garandeert dat zo'n bos lang blijft staan”, aldus Van den Bos. “Bovendien levert zo'n bos een grote hoeveelheid bijprodukten op die een zeer direkte inkomstenbron voor de lokale bevolking kunnen opleveren. Niet alleen maar dikke bomen waarvan houtzagerijen en fineerfabrieken profiteren. Maar ook een grote hoeveelheid dun hout, waaraan de plaatselijke bevolking een bestemming kan geven: hout voor kozijnen, voor de bouw van huizen, kleine zagerijtjes, kleine houthandelaartjes. En al dat hout moet verschillende malen getransporteerd worden, het bos uit naar de zagerij en dan moet het ook nog naar de consument toe.”

Bij de speurtocht naar geschikte projekten, is FACE al meerdere malen op voor haar ideale situaties gestuit. Locaties waar het bos nog niet te lang geleden, soms slechts zo'n tien jaar terug, is uitgeroeid. Plekken waar de plaatselijke bevolking nu omkomt van de honger en schreeuwt om een nieuw bos. “Van dit soort gebieden zijn er op de aardbol miljoenen en miljoenen hectaren en er komen er elk jaar nog een paar miljoen hectare bij”, zegt Van den Bos.

FACE staat klaar om dit jaar te beginnen met de financiering van 40.000 hectare voor een model houtvesterij in Kalimantan, op het Indonesische deel van Borneo. Ook Saba, een Maleisische deelstaat in Noord-Borneo, staat op de nominatie. Afrika moet nog in kaart worden gebracht. In Latijns-Amerika ziet Van den Bos op dit moment reële mogelijkheden in Equador en Costa Rica. Ook in Tsjechoslowakije wil Van den Bos snel aan de slag.

“Het gaat daar om het Reuzegebergte, een nationaal park op de grens tussen de voormalige DDR, Polen en Tsjechoslowakije, de zwarte driehoek genoemd. Het is daar volledig verpest, vooral door zwavelemissie. 100.000 hectare weg, foetsie. Het is verschrikkelijk. Van de 40.0000 hectare bos in het Reuzegebergte is de helft weg. De bomen die er nu nog staan zijn niet te redden.”

De FACE-directeur geeft toe dat hij bij dit projekt een groot risico loopt. “Als het milieuprobeem daar niet binnen 10, 15 jaar wordt opgelost, is het voor niets geweest. Maar je kunt het herbeplanten niet uitstellen omdat dat alleen maar kan met bomen die ter plekke gegroeid zijn. Het is een gebergte van 1.700 meter hoogte, noordelijk, in een guur klimaat. Geïmporteerde bomen gaan van nature binnen 20 jaar dood. Je moet dus autochtoon materiaal gebruiken, en dat is er bijna niet meer. Als het niet nu gebeurt, is het voor eeuwen daarna onmogelijk.”

De Sep heeft beloofd gedurende 25 jaar, precies de levensduur van een elektriciteitscentrale, jaarlijks 20 miljoen gulden in FACE te steken. Daarmee wordt dan de CO2-uitstoot gecompenseerd van één centrale van 600 Megawatt. Een proefballonnetje, meer niet, want de Sep-bedrijven zijn samen goed voor meer dan 12.000 Megawatt, 20 keer zoveel dus als er wordt gecompenseerd. Maar de proefballon is wel een serieuze poging tot milieuherstel. Van den Bos: “Ik heb inmiddels met veel belangrijke mensen uit het bedrijfsleven van Nederland contact gehad. Als de "captains of industry' hier miljoenen aan willen besteden, moet dat geld op een verstandige manier worden uitgegeven en kun je fantastische dingen voor het milieu bereiken.”