Piloten van Airbus negeerden voorschrift

PARIJS, 30 JAN. De twee piloten van de Franse Airbus 320, die tien dagen geleden bij Straatsburg verongelukte, lijken zich niet volledig te hebben gehouden aan de procedure die in acht moet worden genomen bij het voorbereiden van een landing. Dit wordt afgeleid uit het ontbreken van gesprekken tussen de piloten in de cockpit.

Dit eerste resultaat van het onderzoek over de ramp die 87 mensen inclusief beide piloten het leven kostte, geeft echter nog geen opheldering over de vraag waarom het vliegtuig te snel is gedaald. Het toestel van Air Inter botste op een heuvel 18 kilometer ten zuiden van Straatsburg omdat het te laag vloog, iets waarvan de piloten zich kennelijk niet bewust waren.

Na de ramp werd de zogeheten Cockpit Voice Recorder die de gesprekken tussen de twee piloten registreert, onbeschadigd teruggevonden. Uit het afluisteren van de bandopnamen van de CVR blijkt dat de piloten weinig met elkaar spraken en blijkbaar niet de regels inzake de wederzijdse controle (cross check) van hun handelingen hebben nageleefd.

De Franse Algemene directie voor de civiele luchtvaart (die is te vergelijken met de Nederlandse Rijksluchtvaartdienst) schreef gisteren een brief aan Air France en Air Inter waarin wordt gesteld dat de cross check-regels strikt moeten worden nageleefd. De procedure bepaalt dat elk commando dat de machine wordt gegeven door een piloot moet worden aangekondigd en dat de uitvoering ervan door de ander moet worden gecontroleerd.

Waarom het vliegtuig bij de nadering van Straatsburg te snel is gedaald, is nog steeds een onopgehelderde vraag. Verondersteld wordt dat de piloten die gebruik maakten van de automatische piloot hun Flight Control Unit verkeerd hebben geprogrammeerd of uitgingen van een andere positie dan die waar het vliegtuig zich bevond. Het onderzoek hiernaar wordt bemoeilijkt door het feit dat de "zwarte doos' die de vluchtgegevens registreert (Flight Data Recorder) bij de ramp ernstig is beschadigd.