Nieuwe Stasi-onthullingen bij Dynamo

BONN, 30 JAN. Als een olievlek glijden de Stasi-onthullingen over de Oostduitse Bundesliga-club Dynamo Dresden. Vele jaren blijken trainers, spelers, clubarts en masseur elkaar als medewerkers van de DDR-staatsveiligheidsdienst te hebben bespioneerd. Dynamo-voorzitter Wolf-Rüdiger Ziegenbalg, die nu weet dat hij door zijn eigen spelers bespioneerd werd, vreest niet alleen het ergste voor het sportieve lot van zijn club maar vroeg zich gisteren al af of Dynamo wel kan blijven bestaan.

Nadat begin deze week de 29-jarige sterspeler Torsten Gütschow had bekend dat hij sinds 1981 medewerker was geweest van de DDR-staatsveiligheidsdienst, hebben nu ook de spelers Frank Lieberam en Andreas Trautmann - Oostduits voetballer van het jaar in 1989 - toegegeven dat zij Stasi-medewerker waren. De manier waarop het ministerie voor staatsveiligheid van minister Erich Mierke ook in de sportwereld placht te werken, blijkt uit het feit dat spelers in het geheim over elkaar moesten rapporteren. Hetzelfde gold voor de gisteren ontslagen clubarts en masseur, die elkaar namens de Stasi in het oog moesten houden.

Ook Dynamo's vroegere trainer, Hartmut Schade en ex-spelers Frank Ganzera en Matthias Döschner hebben gisteren bekend dat ook zij als “informeel medewerker” voor de Stasi werkten. In praktisch alle gevallen gingen zulke bekentenissen vergezeld van de mededeling, net als in het geval-Gütschow en net als in andere sectoren van het leven in de vroegere DDR, dat zij onder druk door waren aangeworven door de Stasi, dat zij een voetbalverbod of maatregelen in het privébestaan moesten vrezen en dat zij hadden geprobeerd om anderen zo min mogelijk schade te berokkenen.

Voorzitter Ziegenbalg is bang dat Dynamo geen kans heeft om zijn toch al bedreigde bestaan in de hoogste Duitse voetbalklasse te redden zolang “we elke dag door het Stasi-verleden dreigen te worden ingehaald” en het wederzijdse wantrouwen blijft bestaan.

Dat de Stasi alleen Dynamo Dresden onder controle had gelooft intussen niemand meer. In Dresden lijkt nu de top zichtbaar geworden van een ook op sportgebied al omvattende Stasi-ijsberg. Niettemin verzekerde Manfred Ewald - tot twee jaar geleden voorzitter van de Oostduitse Turn- en sportbond (DTSB) - in feite DDR-sportchef, gisteren nog: “Het was de Stasi niet toegestaan zich met onze zaken te bemoeien.”

De werkelijkheid in de DDR was anders. In het Oostberlijnse Stasi-ministerie was de met controle op de sportwereld belaste hoofdafdeling XX/3 weliswaar verhoudingsgewijs klein, maar zij had overal lokale en regionale wortels. De Stasi besliste bijvoorbeeld mede welke topsporters in aanmerking konden komen voor DDR-selecties. Wie “West-contacten” had of politiek onvoldoende op de lijn van de heersende SED zat, kwam niet in zo'n selectie of werd daaruit verwijderd.

Bovendien werd de opleiding van veel topsporters gecoördineerd, of feitelijk verzorgd, in het geheime instituut voor onderzoek en sportieve kadervorming in Leipzig. Nadat de toenmalige staatsschef Walter Ulbricht in de jaren vijftig de opdracht had gegeven om het aanzien van de DDR via sprekende prestaties van topsporters te verbeteren, was dit instituut dé plaats waar de Stasi en de SED gelijktijdig zowel aan de sportieve opleiding als aan de politieke vorming en “een vijandbeeld” jegens Westelijke landen liet werken. In Leipzig werd ook op wetenschappelijke basis gewerkt aan programma's voor sportdoping, ook voor soms zeer jonge atleten zoals de beide afgelopen jaren aan het licht gekomen is.