"Navo moet kernfysici GOS desnoods zelf opnemen'

BRUSSEL, 30 JAN. Westerse landen moeten desnoods zelf onderdak bieden aan militaire wetenschappers uit de voormalige Sovjet-Unie om te voorkomen dat kennis over nucleaire en chemische wapens weglekt naar ongewenste bestemmingen. Secretaris-generaal Wörner van de NAVO heeft dit gisteren in Brussel gezegd.

Hij zei dat in het Westen grote bezorgdheid bestaat over de dreiging dat kernwapens en chemische wapens, en de kennis daarover, van de voormalige Sovjet-Unie in verkeerde handen terechtkomen. “Het gaat niet alleen om nucleaire wapens maar ook om chemische, die misschien nog wel meer gevaar opleveren omdat ze gemakkelijker zijn te maken.”

Om het risico van ongewenste export in te dammen, is volgens Wörner een brede aanpak noodzakelijk. Om te beginnen moeten de nieuwe republieken van de GOS hun wetgeving zodanig veranderen dat de uitvoer wordt belemmerd. Het verdient de voorkeur dat geleerden die werkzaam zijn in het militair-industriële complex van de voormalige Sovjet-Unie, in hun land blijven. Juist om dat te bereiken heeft president Jeltsin van de republiek Rusland wetenschappers in zijn land gisteren forse loonsverhogingen in het vooruitzicht gesteld.

Maar ook de Westerse landen moeten een bijdrage leveren om een "brain drain' te voorkomen, meent Wörner. Bijvoorbeeld door het aangaan van joint ventures met wetenschappelijke instellingen in de republieken van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), met als taakstelling de vernietiging van het bestaande wapenarsenaal.

Pag.5:

"Grotere kans op instabiliteit in de vroegere Sovjet-Unie'

Ook steunt Wörner het plan voor de oprichting van een internationaal fonds om wapendeskundigen uit de voormalige Sovjet-Unie aan een andere baan te helpen.

Dat plan werd vorige week door de Duitse minister van buitenlandse zaken, Genscher, gelanceerd op de internationale hulpconferentie in Washington.

Al die maatregelen kunnen waarschijnlijk niet voorkomen, dat sommige geleerden naar het buitenland willen vertrekken. Daarom, aldus Wörner, zullen Westerse landen zich bereid moeten tonen “enkele” wetenschappers op te nemen.

Het pleidooi van Wörner voor joint ventures tussen Oost en West op wetenschappelijk gebied sluit nauw aan op opmerkingen die een groep van economische deskundigen van de NAVO maakt in een eerder deze week verschenen rapport over de penibele economische situatie in de voormalige Sovjet-Unie. De risico's van instabiliteit zullen in de loop van dit jaar waarschijnlijk verder toenemen, luidt een conclusie. “De bodem is nog niet bereikt”.

Volgens de opstellers moeten particuliere investeringen uit het Westen bijdragen aan een andere economische houding in de GOS-staten en daarmee aan de omschakeling van het overheersende militair-industriële complex naar civiele produktie. Door het aangaan van joint ventures kan dit "pijnlijke' proces worden gesteund. Maar tegelijkertijd waarschuwen de NAVO-economen dat Westerse hulp, hoewel van vitaal belang, uiteindelijk niet de doorslag zal geven. Beslissend is of de nieuwe republieken erin zullen slagen, met behoud van steun van de bevolking, de noodzakelijke economische hervormingen in eigen huis te voltooien.

Volgens officiële Sovjet-statistieken is produktie van civiele goederen (zowel consumentenprodukten als investeringsgoederen) door van oudsher militaire bedrijven tussen 1988 en medio vorig jaar met 47 procent gestegen. De economen van de NAVO zetten daar grote vraagtekens bij. “Geldontwaarding heeft waarschijnlijk voor meer dan de helft bijgedragen aan die groei”. Zelf schat de NAVO dat de produktie van civiele goederen in 1989 en 1990 met ongeveer 5 procent toenam.

De voorzichtige omschakeling naar niet-militaire produktie is de afgelopen jaren hand in hand gegaan met een afnemende export van wapens. Toch verwacht de NAVO dat Moskou ook de komende tijd actief bezig zal zijn om zijn modernste wapentuig (bijvoorbeeld MiG-31 vliegtuigen) aan de man te brengen op internationale handelstentoonstellingen. Niet langer politieke maar economische motieven spelen daarbij een rol. Want, zo luidt een enigszins cynische constatering uit het economenrapport: “Wapens waren de belangrijkste industriegoederen waarmee de Sovjet-Unie met succes op de wereldmarkt kon concurreren”.