Möllemann en Waigel willen verder bezuinigen op subsidies

BONN, 30 JAN. De Duitse ministers Waigel (financiën, CSU) en Möllemann (economische zaken, FDP) zullen in juni, bij de opstelling van de begroting voor 1993, gezamenlijke voorstellen doen om de subsidies verder te verminderen. Dat zei Möllemann gisteren in Bonn bij de presentatie van het jaarrapport over de Duitse economie.

Volgens het rapport verwacht de regering dat de economie van Duitsland dit jaar met twee procent zal kunnen groeien en daarna met 3 à 3,5, als tenminste de looneisen niet te hoog worden opgeschroefd.

Bij haar verwachtingen is de regering er niet alleen van uitgegaan dat de loonsverhogingen gematigd zullen uitvallen, ook rekent zij erop dat de economie van de andere westerse landen groeit zodat Duitsland meer kan gaan exporteren. Verder neemt de Duitse regering aan dat de lopende onderhandelingen in het kader van de GATT (Algemene overeenkomst over tarieven en handel) met succes worden afgesloten en de Europese Gemeenschap overeenstemming bereikt over hervorming van de landbouwpolitiek en de verlaging van de torenhoge subsidies aan de boeren.

Möllemann verklaarde de indruk te hebben dat de Duitse centrale bank overweegt de toch al hoge rentetarieven verder op te trekken als er stakingen worden gehouden om looneisen kracht bij te zetten. Vice-president Hans Tietmeyer van de Bundesbank zinspeelde daar eerder op, nadat IG Metall, de Duitse metaalvakbond, en de bonden voor overheidspersoneel en voor bankpersoneel 10,5 procent meer loon eisten. Gisteren werd bekend dat de bouwbonden 9,8 procent hogere lonen eisen.

In haar economische rapport gaat de regering ervan uit dat de lonen met ongeveer vijf procent omhoog gaan. Morgen stemmen 130.000 staalarbeiders in Noordwest-Duitsland of ze zullen staken voor een forse loonsverhoging. “Om te voorkomen dat de vooruitzichten voor groei, werkgelegenheid en stabiliteit worden vertroebeld, moeten de loononderhandelaars de verantwoordelijkheid voor de gehele economie nemen en akkoord gaan met bescheiden loonsverhogingen”, aldus het rapport.

De voorziene economische groei van twee procent voor dit jaar is een combinatie van een groei van 1,5 procent in het westen en een groei van omstreeks tien procent in het oosten van Duitsland. Westerse bedrijven zullen in 1992 ongeveer zeventien miljard mark investeren in de voormalige DDR tegen negen miljard in 1991.

Wat betreft de werkloosheid blijft het verschil tussen het oosten en het westen van het land groot. Dit jaar zal de werkloosheid in het voormalige Oost-Duitsland uitkomen op zeventien procent van de beroepsbevolking tegen zes procent in het voormalige West-Duitsland. In het oosten van het land zullen er tegen het einde van dit jaar net zoveel nieuwe banen zijn bijgekomen als er oude zijn verdwenen.

Naar verwachting zullen de lonen in de ex-DDR dit jaar stijgen met 30 à 35 procent, maar de loonachterstand blijft groot. In het regeringsrapport staat dat de wens tot gelijkheid van lonen begrijpelijk is, maar dat in een periode van overgang het behoud en het scheppen van arbeidsplaatsen voorrang hebben. (DPA, Reuter, UPI)