Minimalistische Torquato Tasso door De Tijd; Een hoorcollege over kunst

Voorstelling: Torquato Tasso van J.W. Goethe door De Tijd. Vertaling: P.C. Boutens; toneelbeeld: Erik Lagrain; regie: Lucas Vandervost; spelers: Bart Slegers, Warre Borgmans e.a. Gezien 29/1 Theater De Brakke Grond, Amsterdam. Te zien t/m 31/1 aldaar. Tournee t/m 14/3.

Mijn Torquato Tasso van Goethe is nog altijd de voorstelling die werd geregisseerd door Jan Decorte, zo'n tien jaar geleden, hoeveel er daarna ook kwamen. Heldere, lichtende decors, die een sprekend contrast opriepen met de benauwende adellijke entourage van het stuk. En spel dat de onmogelijke dichterlijke sentimenten van Tasso ernstig nam, zonder ironie.

Torquato Tasso is een politiek pamflet, gericht tegen een mecenas die zijn dichter tot ondergeschikte maakt, een voetveeg. Tasso wil geestelijke en morele vrijheid, waar zijn broodheer hertog Alfons aanpassing roept. Tasso reikt naar het uiterste, waar zijn broodheer middelmatigheid en gematigdheid predikt.

Lucas Vandervost regisseert Torquato Tasso voor het Vlaamse gezelschap De Tijd met de onopgesmuktheid van een Brechtiaans leerdicht. Kale glanzende planken, vijf bazuinen (voor elke speler een) en halverwege een stel decorstukken die door een toneelmeester worden aangesjouwd: hiermee moeten spelers en toeschouwers het doen. De kostumering is effen zwart.

Bart Slegers in de titelrol draagt een zotskap, en met dit kleine symbool is de rabiate opstandigheid tegen machthebbers waar het stuk over gaat gedoofd. Hij gaat als een existentialistische puberdichter gehuld een slobbertrui, waaraan hij gedurig trekt. Zijn dictie is welbewust loom, zonder accenten, monotoon.

Alle spelers spreken frontaal tot de zaal, waarbij ze elkaar lijken te negeren. Op deze wijze ontstaat een hoorcollege over kunst en macht, verteld alsof niemand gelooft in wat hij zegt. Het was of de spelers een soort spraakmachientje ergens achter hun stembanden hadden zitten waardoor de oneindige woordenstroom tot ons kwam, maar uitgesproken zonder hart en hoofd.

Zojuist heeft Tasso een dichtwerk voltooid, Het bevrijde Jeruzalem. Daarmee opent de voorstelling. In tegenstelling tot Tasso van Jan Decorte die het werk als een kostbaar geschenk aan de hertog overhandigde, leest Slegers hier hardop uit zijn kunstwerk voor... en dat kunstwerk blijkt het tekstboek van de voorstelling te zijn.

Er zijn meer van die knipogen die lonken naar de hedendaagse dramaturgie en "zie eens hoe gewaagd wij, spelers, wel niet zijn". Die sfeer van entre nous. Wat ooit een sterk stijlmiddel was, om de grenzen van de theaterfictie te onderzoeken, is snel verouderd en verworden tot een overbekend kunstje.

Voorbij de helft van de voorstelling probeert Warre Borgmans als de hertog de voorstelling energie en vaart te geven. Hij kiest voor het Vlaams waar de anderen spreken in de plechtstatige vertaling van Boutens. Even leek hij zelfs op de altijd doodnerveuze en beweeglijke Robert de Niro, met dezelfde hoekige motoriek en explosieve vitaliteit. Maar meer dan een rimpeling in de stilstaande, troebele hofvijver kon hij niet veroorzaken.

De dichter is een ongevaarlijke gek: dat lijkt de boodschap te zijn die regisseur Lucas Vandervost met zijn Torquato Tasso uitdraagt. Mooie zinnen als: "De lafaard durft pas te dreigen op de plek waar hij zich veiligt voelt," verdwijnen in de baaierd van woorden.

Waarom deze regie? Wil Vandervost welbewust tonen dat theater eigenlijk een soort niet-theater moet zijn, dus met een ontkenning van alle stijlmiddelen? Elke inleving of accentuering lijkt uit den boze, wat zich nog het meest wreekt in de houding van de personages. Die is constant dezelfde. Prinses Leonore (op wie Tasso verliefd is) staat alsof ze poseert voor een schilder, die maar niet wil opschieten. Gravin Leonore staat keurig met de voeten naast elkaar. De steile secretaris Antonio ontleent zijn karakter meer aan de schooltas die hij met zich meedraagt, dan aan zichzelf. Zo gaat het voort. Alles blijft aan de buitenkant. Nu de vanzelfsprekende souplesse van het acteren in geen velden of wegen te bekennen is, blijkt eens te meer hoe moeilijk goed acteren is. Het minimalisme dat Vandervost nastreeft verdraagt zich niet met de felheid van Goethe's tekst.