Militaire reducties VS: eerder de kaasschaaf dan het mes; Krachtsverhoudingen ongemoeid; Genoeg kernwapens over om de wereld uit te roeien

Met de aankondiging om de komende vijf jaar vijftig miljard dollar op defensie te willen besparen geven de Verenigde Staten het belangrijke signaal dat de verhoudingen tussen de supermachten zich ontspannen en dat de republieken van de voormalige Sovjet-Unie in Amerikaanse ogen een gewetensvolle koers varen. En voor zover deze reducties niet worden ingegeven door het verlangen naar duurzame wereldvrede, dan is het door een - aan beide zijden gevoelde - economische noodzaak, zoveel is nu wel duidelijk. Na de voorlopige financiële manoeuvres van kort na de Golfoorlog en de aangekondigde ontmanteling van legerbases overzee, lijken de Verenigde Staten ernst te maken met het uitkeren van het zogeheten "vredesdividend'.

De voorgestelde reductie van kernwapens moet veel burgers geruststellen: beide supermachten zeggen openlijk elkaar niet langer als de vijand te beschouwen. Zij blijven opletten, maar de (nucleaire) confrontatie is niet veel meer dan de echo van een kwade droom, zo lijkt het.

Wanneer het Congres Bush' voorstellen accepteert - en wanneer de voormalige Sovjet-Unie de vergelijkbare maatregelen neemt die zij beloofd heeft te zullen nemen - verdwijnen in de VS omstreeks 1.500 kernkoppen voor intercontinentaal gebruik en president Jeltsin sprak gisteren zelfs over “2.000 à 2.500 kernkoppen aan beide zijden”.

Bush wil die reductie bereiken door de 50 opgestelde MX-raketten van de sterkte af te voeren en door de Minuteman III-raket te voorzien van één kernkop, in plaats van drie zoals nu het geval is. De VS blijven daarmee echter beschikken over 950 op land gestationeerde ICBM's met in totaal 1.950 kernkoppen. Aan boord van onderzeeboten en aan boord van lange-afstandsbommenwerpers blijven dan nog eens enkele duizenden kernkoppen over.

Het is de vraag of de voorgestelde reducties onder de limieten van het START-verdrag zullen duiken (6.000 koppen verdeeld over 1.600 "lanceersystemen', aan beide zijden). Dit arsenaal blijft ruim voldoende om de wereldbevolking enkele malen uit te roeien en het is blijkbaar ook nog te vroeg om de "nucleaire drieschaar' aan te tasten: het principe dat beide supermachten elkaar zowel te land, ter zee als in de lucht nucleair angst inboezemen met wapens die elkaar deels "overlappen'.

Het defensiebudget van de Verenigde Staten bedraagt dit jaar 287 miljard dollar en voor het komende begrotingsjaar 286 miljard dollar. De door president Bush gisteren voorgestelde bezuinigingen, die dit jaar moeten ingaan, betekenen een besparing van tien miljard dollar per jaar, ofwel minder dan drie procent van het totale budget.

Relatief gezien is dit bedrag niet groot, zeker in vergelijking met een NAVO-land als Duitsland dat de komende jaren bijna tien procent op defensie bezuinigt, maar bij de strijdkrachten en de defensie-industrie zullen de besparingen op technologisch veeleisende en dure programma's pijnlijk aankomen.

Daartoe behoort de ontwikkeling en bouw van de B-2 "Stealth'-bommenwerper, die tijdens een confrontatie in staat zou moeten zijn om ongezien door te dringen in het zwaar verdedigde Sovjet-luchtruim om "strategische doelen' aan te vallen. Daartoe behoort ook de nucleair aangedreven Seawolf-onderzeeboot, een fluisterstille hunter-killer die het zou moeten opnemen tegen zijn Sovjet-evenkniëen, en daartoe behoren ook de opvolger van de M1-A1-tank - ruggegraat van de grondstrijdkrachten - en een nieuw rupsvoertuig met luchtdoelgeschut.

De hardste klappen vallen bij de marine, de grondstrijdkrachten en de strategische kernmacht. De luchtmacht blijft relatief gespaard (de B-2 valt onder de kernmacht). Zo gaat de ontwikkeling van het omstreden F-22 gevechtsvliegtuig als opvolger van de F-16 en F-15 gewoon door, evenals het nieuwe C-17 transportvliegtuig. Ook de nieuwe "Comanche'-aanvalshelikopter wordt verder ontwikkeld.

Toch is het opvallend dat Bush eerder de kaasschaaf dan het mes hanteert: veel programma's worden niet volledig gestaakt, maar alleen beknot. Zo stonden oorspronkelijk 75 B-2's op het programma, waarvan er nu twintig worden gebouwd. Vooruitlopend op deze beslissing stelde het Congres eerder dit jaar een bedrag van ruim een miljard dollar beschikbaar om de produktielijn voor dit vliegtuig in elk geval "warm' te houden.

Deze kosten komen bij de reeds uitgegeven en nog steeds oplopende ontwikkelingskosten. Die zijn vooral nodig om allerlei problemen op te lossen die tijdens de proefvluchten aan het licht komen. Zo blijkt de B-2 minder onzichtbaar voor radar-ogen dan wel zou moeten - een mankement dat de fabriek als "een kinderziekte' omschrijft, maar dat voor grote beroering in het Congres heeft gezorgd. De bereikte besparingen lopen daarom niet lineair terug, maar de kosten per exemplaar zullen verder stijgen. Eén B-2 kost nu het ongeëvenaarde bedrag van 865 miljoen dollar.

Soortgelijke argumenten gelden voor de Seawolf-onderzeeboot, waarvan aanvankelijk 36 exemplaren gebouwd zouden worden, toen negen en nu in ieder geval één - het exemplaar dat reeds op de werf ligt - maar mogelijk zelfs drie. Deze boten kosten op dit ogenblik ten minste 2 miljard dollar per stuk.

Tegen het beëindigen van dergelijke programma's bestaat groot verzet. Uiteraard vanuit het "militair-industrieel complex', dat omzet en werkgelegenheid bedreigd ziet, maar ook de regering heeft oog voor de keerzijde van de medaille. Wanneer de medewerkers van deze defensieprogramma's op straat komen te staan, blijven zij de staat immers geld kosten, bijvoorbeeld aan uitkeringen.

Dat argument heeft ook een rol gespeeld om het aantal mensen dat nu werkzaam is bij de Amerikaanse strijdkrachten verder te beperken dan vorig jaar reeds is aangekondigd: van omstreeks 2 miljoen naar 1,6 miljoen.

Door de technologisch hoogwaardige programma's intact te houden consolideren de VS bovendien hun vermogen voor hoogwaardige research op elk denkbaar militair gebied. Het sterkst blijkt dit uit het extra geld dat de VS zullen uitgeven aan het Strategische Defensie Initiatief (SDI), het deels in de ruimte gebaseerde verdedigingssysteem tegen ballistische raketten. Dat ontvangt het komende jaar in totaal ruim vier miljard dollar, bijna een miljard meer dan vorig jaar.