Maij stemt in met plannen van het stadsvervoer

DEN HAAG, 30 JAN. Minister Maij-Weggen (verkeer) heeft in een voorlopige reactie haar instemming betuigd met de bezuinigingsplannen die acht stadsvervoersbedrijven gisteren hebben aangekondigd.

Op grond van aanbevelingen van het organisatiebureau McKinsey hebben zij besloten efficiencymaatregelen te nemen die tot een besparing van 80 à 100 miljoen gulden per jaar moeten leiden.

Maij-Weggen ziet in dit besluit een bevestiging van haar vermoeden dat de openbaar-vervoerbedrijven in de steden doelmatiger kunnen werken, zonder dat het niveau van de voorzieningen wezenlijk wordt aangetast. De minister had de stadsvervoerders al eerder laten weten dat zij 90 miljoen gulden moeten zien te besparen. Zou dat niet door efficiencymaatregelen kunnen, dan dreigde de minister met een extra tariefverhoging, boven de 6 procent die de komende periode al jaarlijks voor het openbaar vervoer geldt.

De directeuren van stadsvervoerbedrijven, die nauw bij het onderzoek waren betrokken, lieten gisteren weten de aanbevelingen van McKinsey over te nemen en ook de wethouders van de betrokken gemeenten reageerden positief. De Amsterdamse wethouder Ten Have, voorzitter van het samenwerkingsorgaan van stadsvervoerders (BOV), maakte wel de kanttekening dat extra geld nodig kan zijn voor het sociaal beleid. De bedoeling is gedwongen ontslagen te voorkomen.

Meer dan dat er “zeker enkele honderden” arbeidsplaatsen verloren zullen gaan, wilde de Rotterdamse RET-directeur Kunst mede namens zijn collega's niet zeggen. De Industriebond FNV meent dat het om 1.000 à 1.300 arbeidsplaatsen gaat (van de 12.000 die het er nu zijn) en spreekt van “het einde van het openbaar vervoer als maatschappelijke voorziening”. De bond vreest dat het stadsvervoer zich via hogere tarieven in de spits vooral op de meer welgestelde reiziger zal richten. De reizigersvereniging ROVER noemt het rapport “alarmerend” en denkt dat de passagier de dupe wordt.

Uit de aanbevelingen van McKinsey blijkt dat het voorzieningenniveau hier en daar wordt aangetast. Tegenover een hogere inzet van materieel en personeel in de spits moet een vermindering van het aantal bussen of trams staan op rustige lijndelen. De helft van de besparingen moet door dit soort produktiviteitsmaatregelen tot stand komen. Uitvoering van de maatregelen betekent dat het tekort per reizigerskilometer daalt van 35 cent tot 29 cent, de kosten voor infrastructuur niet meegerekend. De kosten van het stadsvervoer worden dan voor 36 procent uit de opbrengst gedekt.