Lubbers trekt met tegenzin boetekleed aan in de Kamer

DEN HAAG, 30 JAN. Een minister-president die een reis naar Zuid-Afrika “reuze leuk” en “een goed idee” had gevonden en die met uitermate veel moeite uit zijn mond liet trekken dat zich een “taxatieprobleem” had voorgedaan en dat de hele transactie onder de categorie "eens maar nooit weer' valt. Een minister van buitenlandse zaken die een dringend beroep deed op zijn critici in parlement en binnen zijn eigen departement om zich voortaan niet tot de media maar tot hemzelf te wenden. Een vice-premier die op bewogen toon het “diepe gevoel van affectie en verbondenheid met Nederland” van Mandela en het ANC overbracht. En een Tweede Kamer - een deel verheugd, een deel teleurgesteld over het uitstel - die eigenlijk nog steeds niet snapte hoe ervaren mannen als Lubbers en Van den Broek zo'n val voor zichzelf hadden kunnen stellen door noch met coalitiepartner PvdA, noch tijdig met het ANC te overleggen over hun reisplannen.

Ziedaar het tableau van het Kamerdebat gistermiddag, dat was aangevraagd door de VVD'er Weisglas. Premier Lubbers zei dat hij en de ministers Van den Broek en Kok zondag in Davos met ANC-leider Mandela zullen praten over een later bezoek, waarbij hij zowel sprak van “over enige maanden” als “over twee maanden”.

De oppositiepartijen VVD en Groen links leidden, elk vanuit een andere invalshoek, de aanval op de ongelukkige wijze waarop de regering de zaak had georganiseerd. Weisglas (VVD) sprak van “gezichtsverlies”, van een “diplomatieke blunder van de allereerste orde” en van een wekenlang in het geheim voorbereid (“bekokstoofd”) bezoek, zonder de coalitiepartner erin te kennen.

Sipkes (Groen Links) schoof een deel van de schuld op wat zij de “controverse tussen Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken” noemde. “De minister-president schuift de schuld in de schoenen van de minister en vergoelijkt dit door te stellen dat de beste breisters wel eens een steekje laten vallen. Als ik het breiwerk van de minister-president bekijk, heb ik daarover slechts één oordeel: het is nogal een broddellap.” De CDA'er Aarts leverde Lubbers en Van den Broek gelegenheid in te stemmen met de mooie formulering dat dit alles viel onder de door de minister-president zelf geschapen categorie “eens maar nooit meer”.

Eigenlijk was het wel een beetje “flauw”, vond Lubbers, om achteraf te zeggen dat het allemaal zo veel beter had gekund. Toen de zaak werd voorbereid had hij “absoluut geen voorgevoel gehad van de complicaties die later gebleken zijn”. Ook minister Van den Broek koos deze verdedigingslijn. Het hele bezoek had hij in eerste instantie “niet als van een zodanige politiek gevoelige natuur” beschouwd om direct “politieke veiligheidsmaatregelen” te treffen.

De minister reageerde in de Kamer wat geprikkeld op het feit dat “anonieme critici” uit zijn eigen omgeving zich de afgelopen dagen in de media tegen hem hebben gekeerd. Hij riep hen op zich voortaan bij hem zelf te melden. “Ook ik heb twee oren, al staan die misschien niet altijd volledig open.” De critici waren “bij hem van harte welkom. Ik sta open voor elk gesprek ter verbetering van een relatie, waar daaraan behoefte wordt gevoeld.”

Vice-premier Kok beperkte zich voornamelijk tot het afleggen van een verklaring. Nelson Mandela had hem zaterdag telefonisch “een diep gevoel van affectie en verbondenheid met Nederland, de Nederlandse regering, de Nederlandse leiders en de Nederlandse minister-president” gemeld en daaraan toegevoegd dat het ANC straks, als de premier dan in Zuid-Afrika komt ook echt “een soort welkomstmanifestatie” wil kunnen organiseren. Dat, aldus Kok, “zijn niet de woorden van een diplomaat, maar van een man die weet wat hij zegt, die zich werkelijk straks bij dat Nederlandse bezoek verbonden wil weten met ons.”