Landgenoten

Is het bericht op de voorpagina van NRC Handelsblad van 20 januari juist, dan hanteert ook premier Lubbers het begrip Nederlander niet meer.

Bij hem is er slechts sprake van "landgenoten die hier' en "landgenoten die elders geboren zijn'. Maar al zijn die van elders voor een belangrijk deel islamiet, daarom hoeven wij nog niet benauwd te zijn voor een "islam-zuil', oreert hij. Die angst noemt hij zelfs "onzinnig'. Hij staaft zijn bewering met een op zichzelf al even onzinnige vergelijking met het streven naar emancipatie van de Nederlandse katholieken in de vorige eeuw. Hij ziet daarbij wijselijk over het hoofd dat die katholieken allen Nederlandse staatsburgers waren en niet, zoals thans de meeste "landgenoten die elders geboren zijn' over een dubbele nationaliteit beschikten. Bedenken wij hierbij de geloofsijver die vele islamieten kenmerkt, hun hoge organisatiegraad en de sterke verwevenheid van godsdienst en politiek in hun landen van herkomst, dan geneer ik mij voor de simpele wijze, waarop onze premier, op vrijwel dezelfde paternalistische wijze als zijn voorganger in de jaren dertig, ons maant "nu maar rustig te gaan slapen'.

Dat Lubbers waarschuwingen van politici als Bolkestein en Franssen als "onzinnig' van de hand wijst, doet vermoeden dat zijn persoonlijke belangen in de Arabische wereld prevaleren boven het landsbelang. Voegen wij daarbij de gulheid waarmee dit kabinet de bouw van moskeeën en zelfs de aanstelling van een islamitisch hoogleraar bevordert, dan lijkt het raadzaam om voorlopig terdege wakker te blijven!