Landbouweconomie; Honger naast overschotten

J. DE HOOGH (65) was tot voor kort hoogleraar Landbouwpolitiek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen en adjunct-directeur van het Landbouw-Economisch Instituut. Hij is lid van de Sociaal-Economische Raad.

Hoe komt het dat in een wereld, waarin wij alles kunnen, zo'n structureel gebrek als honger blijft bestaan naast overschotten? Wat zijn daar de oorzaken van en hoe moet je dat verbeteren? Voor landbouweconoom prof.dr.ir. Jerrie de Hoogh (65) zijn dat de vragen waar het in zijn vak om draait.

"Als wetenschap houdt de economie zich veel te weinig bezig met verdeling van rijkdom in de wereld en teveel met groei', vindt De Hoogh. "Mijn aanklacht tegen de moderne economie-beoefening is dat wij ons te weinig bezorgd maken over zulke wantoestanden, dat wij met elkaar zulke mensonterende structuren laten bestaan!'

De Hoogh heeft net afscheid genomen van de Landbouwuniversiteit, waar hij de afgelopen dertien jaar hoogleraar landbouwpolitiek was. Misschien had hij, zegt hij zelf, zijn intreerede van destijds bij zijn afscheid rustig weer voor kunnen lezen zonder dat iemand dat zou merken. "Ik ben misschien niet zoveel veranderd, maar de wereld ook niet. Voor de echte, strukturele problemen van honger, ondervoeding en armoede in de wereld is nog steeds geen enkel uitzicht op een echte oplossing. Nog steeds houdt de EG totaal geen rekening met de gevolgen van onze overproduktie voor de ontwikkeling van de landbouw in arme landen. En nog steeds is onze alsmaar voortschrijdende technologie-ontwikkeling een machtig instrument om onze internationale concurrentie-positie te versterken. Enige reflectie op internationale verantwoordelijkheden ontbreekt.'

Samen met zijn vrouw bewoont de emeritus-hoogleraar een romantisch oud huis op de Wageningse Berg. Op deze grijze maandagochtend zit hij op zijn favoriete plekje bij het keukenraam, verdiept in ochtendblad Trouw, waarbij hij van tijd tot tijd een tevreden blik werpt op zijn zelf gestrate klinkerpaadjes in de grote moestuin die nu bloemen- en kruidentuin moet worden. Een mooie dikke oranje kater wandelt de keuken binnen en nestelt zich in de vensterbank naast het verrekijkertje voor de vogels.

"Eigenlijk ben ik naar Wageningen gekomen om tropische bosbouw te studeren. Dat leek me zo mooi!' Hij schiet spontaan in de lach. "Maar al gauw bleek dat toch niks voor mij, veel te technisch, al die scheikundeproeven. Toen heb ik een maatschappelijke richting gekozen. Zo viel de appel toch niet ver van de stam, want mijn vader was ook een Wageningse landbouweconoom, en tevens de eerste die hier op een economisch onderwerp promoveerde. Ik groeide op in Winterswijk, waar hij een landbouw-winterschool had opgericht. Na de oorlog ben ik gaan studeren, ik was in '43 van de HBS gekomen.'

De Hoogh studeerde met lof af en begon zijn loopbaan bij de Dienst der Domeinen in de naoorlogse Wieringermeer, werkte tien jaar bij het Landbouwschap in Den Haag en klom vervolgens bij het Landbouw Economisch Instituut op tot adjunctdirecteur. Daarnaast was hij jarenlang lector en vervolgens buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam tot hij in 1978 in Wageningen werd benoemd. Hij zit in diverse commissies van de Sociaal Economische Raad ( SER ), is lid van de Raad van Toezicht van Rabobank Nederland en voorzitter van de Werkgroep Landbouw van de Raad van Kerken. Ook was hij jarenlang bestuurslid van Natuurmonumenten.

Hoe ziet u de toekomst van de Nederlandse landbouw?

"Dat hangt van de opstelling van de EG-landbouwpolitiek af, maar landbouw zal hier een relatief goede bedrijfstak blijven. Als er een land is waar landbouw kan gedijen dan is dat toch Nederland. De intensieve veehouderij zal op den duur wel terug moeten, al kunnen gevestigde belangen dat lang tegenhouden.

"Men zegt vaak dat die landbouwpolitiek zo duur is. Voor de EG wel ja, maar voor Nederland natuurlijk niet. Ons land heeft alleen maar economisch voordeel gehad van de toetreding tot de EG. Daar komt nu langzamerhand een eind aan, de EG zal moeten ophouden met zoveel geld naar de landbouw toe te brengen en een eind moeten maken aan de overschotten.

"De groei is er echt helemaal uit, dat is duidelijk. In de melkveehouderij vanwege de quotering, in de intensieve veehouderij vanwege de milieuproblematiek. Op den duur zal de intensieve veestapel misschien wel met 40 procent naar beneden moeten. Dat zal in een lager tempo gaan dan uit milieuoogpunt nodig is, want het doet pijn. Dus het is te begrijpen dat de belangen in die sector, de toeleverende industrie, de slachterijen, zich nogal verweren. Mestverwerking is misschien wel technisch haalbaar, maar zo duur dat de veehouderij zichzelf uit de markt prijst als de sector echt zelf die lasten moet dragen. En ik kan me best voorstellen dat veehouders buiten de mestoverschotgebieden geen zin hebben om daaraan mee te betalen. Ook de akkerbouw staat, gezien de prijsdalingen in het kader van de Mac Sharry voorstellen en de GATT , voor pijnlijke aanpassingen. Een sector als de pootaardappelteelt heeft natuurlijk nog wel perspectief, maar daar spelen de milieuproblemen. Ik zie de oplossing in extensivering om het milieu te sparen en tevens de overschotten terug te dringen.'

Met inkomenstoeslagen voor de boeren?

"Daar ben ik geen voorstander van. Je kunt beter een prijsbeleid voeren door handelspolitieke maatregelen te nemen, zoals wij altijd hebben gedaan. Door produkten die op de wereldmarkt te goedkoop zijn te belasten, hou je op je binnenlandse markt een redelijk prijsniveau. Maar als je elk jaar uit de schatkist een inkomenstoeslag voor de boeren op tafel moet leggen, wordt de landbouw afhankelijk van de politieke wil om dat elk jaar opnieuw maar weer op te brengen en dat is een slecht systeem voor de boer. Bovendien past dat niet in de doelstelling om de uitgaven voor de landbouwpolitiek terug te dringen. "In mijn afscheidsrede heb ik het ingewikkelde proces, waarom markten en prijzen in de landbouw zo weinig beantwoorden aan wat we hopen dat ze zullen doen, nog eens uigebreid besproken, dat is een stokpaard van me. Je lost die overschottenproblematiek niet op door simpelweg de prijzen te verlagen, dat is waarin veel economen zich vergissen. Je lost de landbouwproblemen niet op door het landbouwbeleid af te schaffen! De landbouw is georganiseerd in miljoenen kleine ondernemers. Die krimpen hun capaciteit niet zomaar in als het slechter gaat. En als ze failliet gaan is de buurman er als de kippen bij om die grond over te nemen.

"Daarbij speelt de technologische ontwikkeling. Grote ondernemers waken er wel voor hun eigen markt te bederven, maar in de landbouw passen die miljoenen kleine boerenondernemers elke nieuwe methode die tot produktieverhoging leidt meteen toe, ook al bederven ze daarmee gezamenlijk hun eigen markt door overproduktie. Dat is het riders probleem.

"Daarom kun je de inkomens in de landbouw ook niet domweg overlaten aan de vrije markt. Het is een illusie om te denken dat je door op te houden met het landbouwbeleid geen problemen meer hebt. Daar zit een verkeerd idee achter over de eigenschappen van de markt. Een idee dat politiek steeds meer terrein wint, dat wel.'

Ook minister Bukman bepleit een marktgericht beleid, waarbij de boeren hun inkomensdaling moeten opvangen door het opvoeren van hun produktiviteit.

"Misschien denkt hij dat je dan op den duur bij het wereldmarktprijsniveau komt, maar die lage wereldmarktprijzen zijn nu juist het gevolg van die technologische ontwikkelingen, waarbij de ontstane overschotten op de wereldmarkt worden gedumpt. De wereldmarktprijs is dus absoluut geen goed kompas om je prijsbeleid naar te richten! Het is jammer, maar het is zo.

"Als je in Europa landbouw wilt houden, moet je het economisch klimaat daarnaar maken en het prijspolitiek beleid richten op het kostenpeil van de efficiente bedrijven. Dat hoeft niet met toeslagen uit de schatkist. Laat de consument maar betalen! Waarom zou de consument minder betalen dan de kostprijs van de efficiente boerenbedrijven? In reele termen dalen de landbouwprijzen met een tot twee procent per jaar, landbouwprodukten zijn sneller in prijs gedaald dan auto's of tv's, elke voordeel van produktiviteitsstijging wordt meteen aan de consument doorgegeven. Ik heb helemaal geen medelijden met de consument!

"Daarnaast heb je natuurlijk de bergboeren. Als je ook de landbouw in probleemgebieden wilt blijven steunen moet je een heleboel geld in struktuurverbeterende maatregelen steken. En je kunt de bergboeren beheersovereenkomsten aanbieden om onder aangepaste voorwaarden boer te blijven, terwille van het natuur- en landschapsbehoud. Als op de alpenweitjes geen koeien meer lopen verdwijnen ook de wilde bloemen, dan slaat overal bos op, dan kun je er ook niet meer skieen. Dat vind ik een rotgezicht trouwens, daar gaan die weitjes pas echt van kapot.

"Bovendien, wij willen dat de boeren meer ecologisch verantwoord gaat produceren. Daarmee dwing je de boeren meer kosten te maken, als samenleving moet je weten dat je daarmee de grondstoffen voor de voedselvoorziening duurder maakt.'

Wie zijn nou de blijvers onder de boeren?

"Dat heeft niet zoveel met het prijspeil te maken. De onderliggende factor is de technologische ontwikkeling die het mogelijk maakt om steeds meer te produceren met steeds minder mensen. Daardoor stijgen de grondprijzen, men koopt graag de buurman uit om zelf groter te worden, ongeacht of de landbouwprijzen nu hoog of laag zijn. Met hogere prijzen kun je de kleine bedrijven niet in leven houden. En op de lange termijn lijkt het me heel moeilijk om mensen boer te laten zijn in gebieden waar ze technologisch niet meer mee kunnen komen. Als de grond vol stenen zit begin je weinig met machines en dan raak je achterop, daar is geen kruid tegen gewassen.

"Die technnologische ontwikkeling zit zo ingebakken in onze hele westerse cultuur, ons economisch stelsel is daar zo op via allerlei concurrentiesystemen, dat proces is met geen prijspolitiek te besturen. En om alternatieve werkgelegenheid op het platteland te brengen is ook al zo moeilijk. Ik vind het mooi klinken, het idee van een leefbaar platteland als doelstelling van het landbouwbeleid, maar het is verrekte moeilijk te realiseren.'

Hebt u een idee hoeveel landbouwgrond er over zal schieten op den duur?

"Als je de grond maximaal zou benutten, heb je over tien, twintig jaar misschien nog maar 30 tot 40 procent van het huidige landbouwareaal nodig in Europa. Maar de rest van de grond gaat natuurlijk niet uit zichzelf uit produktie. De slechtste stukken misschien wel, maar die droegen ook niet zoveel aan de overschotten bij. Wil je de produktie indammen dan moet je juist ook goede gronden uit produktie nemen en het is een illusie om te denken dat je die op een koopje kunt krijgen om er natuurgebieden van te maken. Als je mij vraagt hoe je het areaal op zo grote schaal kunt inkrimpen in Europa dan zou ik het eerlijk gezegd niet weten.'

Bent u voorstander van scheiding van landbouw en natuur, dus zo intensief mogelijk produceren op een zo klein mogelijk areaal en dan de rest inrichten als natuurgebied, of ziet u meer in verweving van functies?

"Ik verwacht het meest van verweving van functies en van extensivering van de produktie. Begrijp me goed, ik hou erg van natuur en ik zou graag een extra 200.000 hectare natuurgebieden in dit land zien, zoals de werkgroep De Zeeuw-Albrecht wil, maar je moet niet denken dat je die grond op een koopje krijgt. Er zitten mensen op die grond! Daar zit een enorm financieringsprobleem aan vast en het is de vraag of onze samenleving daartoe bereid is. Een hectare kost dertig-, veertigduizend gulden. Als sector heeft de landbouw grond teveel, maar voor de individuele boer in zijn streven naar een optimale bedrijfsgrootte is die grond schaars en heel erg duur, dat is de paradox die aan buitenstaanders altijd zo moeilijk is uit te leggen. Een boer die zijn toekomst veilig wil stellen, koopt er grond bij en daarom blijft de grondprijs hoog.'

Blijft die technologische ontwikkeling zo doorgaan of hebben we de belangrijkste ontwikkelingen nu wel gehad?

"Naarmate het loont om te zoeken naar nieuwe rassen en gewassen blijft men ook vinden. Volgens onderzoekers die de potentie van plant en dier bezien, zitten we nog een heel eind van het theoretisch haalbare af.

"Aan de andere kant komen er langzamerhand allerlei tegenstromingen. Hoewel, als iets economisch loont vervagen de bezwaren. Je kunt lang en breed volhouden dat BST in de melkveehouderij niet mag, maar als het in Amerika wel mag, dan bezwijken wij hier ook. Zo zit ons wereldje in elkaar, economische vooruitgang weegt heel erg zwaar. Concurrentie tussen ondernemingen wordt vooral gevoerd via het zoeken naar nieuwe produkten en nieuwe produktieprocessen, dat zijn enorme drijfveren in onze kapitalistische orde.

"In de melkveehouderij gaat het zoeken naar betere koeien ondanks de quotering gewoon door, net zoals de trendmatige groei van de produktiviteit per hectare in de graanteelt. Al twintig, dertig jaar groeit de landbouwproduktie gemiddeld 2 procent per jaar of meer, terwijl de vraag nog niet 1 procent per jaar stijgt.'

Ziet u de technologie als een min of meer autonome ontwikkeling die met ons op de loop is gegaan?

"We lopen er achteraan, dat willen we juist, dat is het geloof van onze cultuur. Als de economische groei volgend jaar maar een procent is in plaats van twee, is dat een ramp, dat vind ik eigenlijk belachelijk. Als we die twee procent groei maar halen! Of dat nou voedsel is of produktie van kanonnen doet er blijkbaar niet toe.'

Nou kijk ik even heel schuldbewust want ik wil ook nog zoveel kopen.

"O ja, ik ook, iedereen toch? Het zit in het systeem en als je je daaraan onttrekt, kom je er naast te staan. Daarom is het ook niet eerlijk om een individu hierop aan te spreken, want het is een stelsel dat we met elkaar in stand houden. Het gaat om een collectieve verantwoordelijkheid. Allerlei organisaties, waaronder ook de kerken, zouden hun leden bewust moeten maken van wat moreel wel of niet kan.

"Ik verwacht dat de technologische ontwikkeling in de landbouw voorlopig zo voort zal gaan en gezien de manier waarop die markt geordend is, is het heel moeilijk om daar tegengas te geven.

"In Oost-Europa met zijn planeconomie is de technologische ontwikkeling, ook in de landbouw, hopeloos achtergebleven bij het westen. Dat brengt enorme problemen mee nu men ineens in een andere wereld wordt geworpen. Oost-Europa heeft misschien prachtige landbouwgronden, maar voor ze hun landbouw daar op poten hebben gezet hebben de Nederlandse exporteurs de zaak allang overruled. Dat hebben we ook in Zuid-Europa gezien. Toen Spanje toetrad tot de EG hielden de Nederlandse tuinders hun hart vast, maar de verschillen tussen noord en zuid zijn er alleen maar groter op geworden. De boeren in Zuid-Europa hebben de grootste moeite om bij te blijven. Wij zijn er als de kippen bij om hun markten in te pikken. Met onze koeiemelk maken we nu kaas voor de Grieken, we overspoelen de Oostduitse markt met Nederlandse bloemen en tomaten. De van ons bedrijfsleven is enorm.'

Enkele jaren geleden signaleerde u dat de wereldvoedselproduktie in toenemende mate verschuift naar het westen. Ontwikkelingslanden moeten steeds meer importeren. Gaat die trend nog steeds door?

"Ja, dat gaat door, het is natuurlijk fout, het zou juist andersom moeten zijn, maar onze overschotten werken dat tegen. Wij zijn rijk genoeg om overschotten met subsidies weg te werpen op de wereldmarkt en dat geeft aan de regeringen in de ontwikkelingslanden de kans om hun eigen landbouw te verwaarlozen. Dat geeft mij een hoop zorgen en waar dat naar toe moet, vraag het me niet!

"Het armoedeprobleem neemt toe en het aantal ondervoede mensen blijft nog altijd groeien. De enige manier om daarin verbetering te brengen is door in Derde-wereldlanden de eigen landbouw te ontwikkelen en die een voorkeurspositie te geven op de eigen markt door hem bescherming te bieden tegen de invoer van met subsidies en marktoverwicht aangeboden produkten uit het westen.

"Als je eenmaal de beschikking hebt over wetenschap en techniek ben je in staat je positie te versterken. Dat geldt tussen Oost en West, het geldt nog veel sterker tussen Noord en Zuid. Wij houden onze eigen welvaart vast ten koste van armoede daarginds. Maar nou ben ik weer aan het preken.'

U ziet het somber in.

"Ik ben daar ook best somber over. Als het gaat om het wezenlijke probleem van honger, ondervoeding, armoede in de wereld, dan zie ik dat er de afgelopen tien jaar niets wezenlijk veranderd is. Er is geen enkel uitzicht op een echte oplossing.

"Een belangrijk verschil met tien, vijftien jaar geleden is wel, dat bij discussies over de landbouw op wereldschaal niet langer de honger, maar de milieuproblematiek nu de boventoon voert. De erosie, de verzilting, de uitputting van waterbronnen, allemaal gevolgen van armoede, onderontwikkeling en overbevolking. In het Report wordt gewaarschuwd dat door de degradatie van het milieu de voedselproduktie-capaciteit van de aarde verontrustend achteruit gaat.

"Ik weet niet of het echt zo erg is. Maar als het klopt, dan is de enige echte oplossing het terugdringen van de bevolkingsgroei in de Derde wereld. In sommige landen zie je dat de bevolkingsgroei zich vanzelf stabiliseert als eenmaal een zekere mate van welvaart is bereikt. Maar in een straatarm land als Bangla Desh, waar de bevolking zich ongebreideld voortplant, zitten de mensen op een dood punt en hoe komen ze daar ooit uit? Datzelfde geldt voor delen van Afrika. En in Latijns-Amerika zal een groeiende landbouwproduktie niets aan de armoede omder grote bevolkingsgroepen veranderen zolang de welvaart niet eerlijker wordt verdeeld.'

Wageningen werft nieuwe studenten onder het motto van meehelpen om het wereldvoedselvraagstuk op te lossen. Kan men stellen dat de Landbouwuniversiteit hierin heeft gefaald?

"Ik denk dat wij als wereldsamen leving falen, wij in de rijke landen. Welk deel van onze wetenschaps capaciteit zetten we in voor de vraagstukken daar? Zou het vijf procent zijn? Er is een wanverhouding tussen het gewicht van de problematiek en het aandeel van het technisch-wetenschappelijk denken over oplossingen voor de Derde wereld.

"Als onafhankelijke wetenschapsbeoefenaar heb je een belangrijke verantwoordelijkheid als het erom gaat mensen bewust te maken van oorzaken van de scheefgroei in de wereld. Je moet je inzetten voor de belangen van hen die geen spreekbuis hebben, ook al hang je daarmee wel eens tegen de gevestigde orde aan. Zo'n EG houdt helemaal geen rekening met de gevolgen van hun landbouwbeleid voor de arme landen, die is alleen maar intern gericht. Als men al buiten de eigen EG grenzen kijkt gebeurt dat alleen onder druk van een machtige rivaal als de VS binnen de GATT .'

Wat zijn nu de grote onoplosbare vragen die in de landbouweconomie zijn blijven liggen?

"In mijn afscheidsrede ben ik nogal kritisch geweest over de manier waarom wij in mijn vakgebied omgaan met de grote maatschappelijke vraagstukken, zoals de wereldvoedselproblematiek. De fundamentele vraag is hoe het komt dat in een wereld, waarin wij toch van alles kunnen, zo'n structureel gebrek als honger naast overschotten blijft bestaan. Wat zijn daar de oorzaken van en hoe moet je dat verbeteren? "Mijn aanklacht tegen de moderne economie-beoefening is dat wij ons te weinig bezorgd maken over zulke structurele wantoestanden, dat wij met elkaar zulke mensonterende structuren laten bestaan. Het feit dat er honger in de wereld is, is toch strijdig met de idealen van onze westerse cultuur? Ik ben het helemaal eens met prins Claus, dat de economie zich als wetenschap te weinig bezighoudt met verdeling van rijkdom in de wereld en teveel met groei. De economie zou met name ook moeten onderzoeken waar en waarom onze economische orde zulke steken laat vallen als het gaat om de kwaliteit van het menselijk bestaan. Dat is een veel wijder criterium dan de optimale allocatie van schaarse middelen, waar men het altijd over heeft.'

Valt dat onder "economie'?

"Het gaat om humanitaire waarden als een redelijke verdeling, op nationaal en internationaal niveau, van werk en inkomen, van kansen op scholing en ontplooiing. Zulke kansen zijn sterk afhankelijk van het individuele en collectieve economischpolitieke doen en laten. Je kunt daar als econoom niet omheen: de wetenschap, die ons economisch doen en laten bestudeert, zou ook de verdelende rechtvaardigheid als norm, als maatstaf moeten aanleggen. Hoe kan een anoniem regelmechanisme, dat gedreven wordt door het eigenbelang der economische actoren, vanzelf tot economisch welzijn leiden? Ik sta daar ongelovig tegenover. Daarom beschouw ik het ook als een illusie te denken dat een onbelemmerde wereldmarkt in staat zou zijn om, als door een onzichtbare hand, de grote sociaal-economische en ecologische belangen en waarden rond landbouw en voedselvoorziening op een verantwoorde manier te regelen. De markt is immers maar een blinde roerganger.'

U bent zelf belijdend kerklid...? "Ik ben lid van de Gereformeerde Kerk, heel vrijzinnig weliswaar, maar ik voel mij toch nog sterk bij de kerk betrokken.'

Hoe rijmt zich dat? Is dit nou de wil van hogerhand dat het zo'n puinhoop in de wereld is? Waarom zorgt God niet beter voor de armen?

"Waarom zou hij dat doen? Ik heb niet het traditionele Godsbeeld van de machtige God. Naar mijn gevoel is het zo dat wij de verantwoordelijkheid zelf in handen hebben gekregen, wij zullen God zelf een beetje moeten waarmaken. Als er iets komt van een Koninkrijk Gods, om dat dikke woord te gebruiken, dan zullen wij daar zelf aan moeten werken. We zullen als mensen zelf greep moeten krijgen op de loop der dingen en als dat niet lukt moeten we ons afvragen waarom niet. Wij kunnen wel mensen op de maan zetten!

"Ik weet niet precies wat of hoe God is, maar ik geloof dat ons bestaan in deze wereld een zin heeft, die bestaat uit het zoeken naar betere verhoudingen tussen mens en natuur en vooral ook tussen mensen onderling. Daar ligt een taak voor de wetenschapsbeoefenaar en het stemt tot bescheidenheid, want we brengen er maar bijzonder weinig van terecht.

"Mijn vrouw is minder vertrouwend dan ik. Ik blijf hopen op een geest die de mensen boven zichzelf uittilt en ook landen bereid maakt om verder te kijken dan hun eigenbelang. Ooit zullen we toe moeten naar een wereldregering met gezag, die progressieve inkomstenbelasting heft ten gunste van de arme landen, maar dat maak ik niet meer mee.'

U heeft het einde van de Koude Oorlog meegemaakt.

"Je bent blij dat die muren geslecht zijn, maar een jaar later valt het alweer tegen als je ziet welke teleurstellingen die landen met hun hooggespannen verwachtingen nu moeten ondergaan, hoe de zaak uit elkaar valt en fascistoide nationalisme de kop opsteekt. Daar ben ik hardstikke bang voor.

"Er zijn nu in de wereld meer mensen in nood dan vijftig jaar geleden en alleen al daardoor is de ellende gegroeid. Aan de andere kant zie je toch ook zoiets als van solidariteitskringen. Die zullen ooit de hele wereldbevolking moeten omvatten zodat er niet meer zoveel mensen buiten de boot vallen als nu.'