Koningskinderen aan de Seine

Les amants du Pont-Neuf. Regie: Leo Carax. Met: Juliette Binoche, Denis Levant. Amsterdam, Alfa 1; Rotterdam, Calypso 2.

Een dichter gebruikt bij gebrek aan woorden zijn mond als vuurvreter, op het plein voor het Centre Georges Pompidou. Een tekenares lijdt aan een oogziekte, kan steeds minder lang achter elkaar werken en wil, voor ze compleet blind zal zijn, graag nog eenmaal in het Centre Georges Pompidou een zelfportret van Rembrandt zien. Beiden zijn ze nog geen dertig en beiden hebben ze dermate weinig vertrouwen in de toekomst dat ze een thuisloos bestaan gingen leiden. Ze treffen elkaar zomer 1988 op de Pont-Neuf. De beroemde Parijse brug is op dat moment gehavend niemandsland. Ze is afgesloten wegens restauratie-werkzaamheden en geen toerist betreedt de stoffige bouwplaats. De man en de vrouw vestigen zich op een bank op die brug, ze beminnen elkaar en slagen erin samen een leven op te bouwen - als professionele clochards. Alleen de orde van de dag is belangrijk, over hun vorige levens praten ze niet. Terecht. Kijkt dat verleden eenmaal om de hoek dan is hun liefde ogenblikkelijk gedoemd te sterven.

Les amants du Pont-Neuf sleept mee zolang cineast Leo Carax zich beperkt tot het leven volgens de wetten van het niemandsland van Pont-Neuf, zolang hij zijn filmstijl laat bepalen door dezelfde ongecontroleerde energie die de jeugdige zwervers in staat stelt om te overleven. Camera en montage zijn tomeloos. Ze smijten met beelden, zwieren de kijker rond tot het hem duizelt. Ze omarmen het armetierige liefdespaar als was het een koppel betoverde koningskinderen, maar net zo gemakkelijk stellen ze het voor als een duo dronken dwergen, liggend in de tot reusachtige afmetingen vergrote goot van Pont-Neuf. Als "rustpunt' doen de wild documentair gedraaide beelden dienst, die de onvoorstelbare hardheid van het leven op straat moeten illustreren. Het zijn schokkende momenten, vol ellende en zwaar van het achteloos omspringen met menselijk lijden.

Maar Carax (hij imponeerde in 1986 met de film Mauvais sang) wilde meer. Het was hem niet genoeg een intens gevoel op te roepen, er moest ook een sluitend verhaal worden verteld, met een plot en een slot. En zo ontaardde Les amants du Pont-Neuf van een interessant, megalomaan gemaakt mysterie van liefde en zelfdestructie, tot een suf melodrama met een dommig happy end.

Lange tijd wordt de film gedragen door een macht aan vragen zonder antwoord en niet op te lossen raadsels, maar tegen het slot moet plotseling alles in orde komen. De stijl van de film wordt doorsnee, de twee zwervers gewone mensen en gewone mensen kan Carax niet aan, die worden bij hem hersenloze cliché-figuren. We zien de jonge man in de gevangenis een vak leren en toonbaar worden - waarom? Zijn vriendin krijgt intussen een relatie met de oogarts die haar genas - hoezo? Zij spreekt op de dag van zijn vrijlating met haar geliefde af, waar anders dan op Pont-Neuf. "De brug is solide' heeft zij hem - hoe symbolisch - toegefluisterd. Het sneeuwt en het is nacht, maar zij, ze had toch beter moeten weten met haar verleden, moest van Carax een minirokje en een panty aan. Het stel maakt ruzie, over die oogarts natuurlijk en de een springt de ander na in de Seine. Raken ze beiden bevangen door de kou om vervolgens samen te sterven in een agressieve beeldenbrij zoals alleen Carax die kan samenstellen? Welnee, er gebeurt gewoon een wonder. Ze worden samen door een vrachtboot opgevist. Samen in een kalm medium-shot komen ze tot inkeer, samen gaan ze scheep naar Le Hâvre. En ze leefden nog lang en gelukkig.